TRNKL
Vergoedingsrechten en schulden tijdens het huwelijk
Investeringen over en weer, bestuur en schulden · art. 1:84 tot en met 97 BW · van de beleggingsleer tot de rechter
Tussen trouwen en scheiden schuift het vermogen voortdurend heen en weer

Vergoedingsrechten en schulden tijdens het huwelijk

Tussen het trouwen en het scheiden ligt het huwelijk zelf, en juist in die jaren schuift het vermogen voortdurend heen en weer: de een betaalt met privégeld mee aan het huis van de ander, er worden schulden aangegaan, en de kosten van de huishouding moeten worden gedragen. Deze flowchart, deel 3 van de reeks Trouwen en scheiden, volgt dat in twee fasen. Fase 1 behandelt de vergoedingsrechten en het bestuur: de beleggingsleer van art. 1:87 BW met de oudere nominaliteitsleer als overgangsrecht, de zaaksvervanging en de vergoedingen tussen echtgenoot en gemeenschap, het bestuur over de goederen, het toestemmingsvereiste met de vernietigbaarheid, en de kosten van de huishouding. Fase 2 behandelt de schulden en de rechter: het verhaal van schuldeisers met de 50 procent-regel en het overnamerecht, de verjaring van vergoedingsrechten, de erfenis onder uitsluitingsclausule die aan gemeenschapsschulden is opgegaan, het faillissement, en de rechtspraak. Als scharnier tussen die twee momenten verbindt dit deel de andere zes: het werkt de 2012-grens van art. 1:87 uit die vanuit deel 2 hierheen is doorverwezen, en het levert de vergoedingsrechten die bij de verdeling van deel 4 worden verrekend.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🔁
Achtergrond: vermogen schuift tijdens het huwelijk
Investeringen over en weer · bestuur en toestemming · schulden en verhaal
STAND VAN HET RECHT
📅
Geen wetswijziging op komst, wel levende rechtspraak
Art. 1:87 sinds 2012 · verjaringsvraag na HR 2022 · vernietiging begrensd (HR 2026)
GRONDSLAG
⚖️
Boek 1 BW: rechten en plichten van echtgenoten
Huishoudkosten (art. 1:84/85) · vergoedingsrechten (art. 1:87) · bestuur en toestemming (art. 1:88/89/97)
FASE 1
💱
Vergoedingsrechten, bestuur en toestemming
Beleggingsleer, zaaksvervanging, bestuur, toestemming en huishoudkosten
📈
Stap 1 · de 2012-grens
De beleggingsleer van art. 1:87
🔗
Stap 2
Zaaksvervanging en vergoedingen (art. 1:95/96)
🎛️
Stap 3
Bestuur over de goederen (art. 1:97)
🛡️
Stap 4
Toestemming en vernietiging (art. 1:88/89)
🏡
Stap 5
Kosten van de huishouding (art. 1:84/85)
FASE 2
🏛️
Schulden, verhaal en de rechter
Verhaal en de 50%-regel, verjaring, uitsluitingsclausule en de arrestenlijn
💳
Stap 1 · de 50%-regel
Verhaal van schuldeisers en het overnamerecht
Stap 2
Verjaring van vergoedingsrechten
✉️
Stap 3
De erfenis die aan schulden opging
📉
Stap 4
Faillissement en de gemeenschap
📜
Stap 5 · de arrestenlijn
De rechter aan het woord
Deze flowchart is deel 3 van de reeks Trouwen en scheiden (uitklap)
TRNKL werkt het huwelijksvermogensrecht uit tot een reeks flowcharts met zelfstandig geverifieerde bronnen en rechtspraak, langs de levensloop van het huwelijk: van het regime bij trouwen, via de huwelijkse voorwaarden en het vermogen tijdens het huwelijk, naar het scheiden en verdelen en de gevolgen voor woning, pensioen, alimentatie en onderneming. De formele reeksnaam is Huwelijksvermogensrecht; op de site heet de reeks Trouwen en scheiden. Deze pagina behandelt deel 3, de vergoedingsrechten en schulden tijdens het huwelijk.
De reeks
deel 1 Trouwen en vermogen: de gemeenschap van goederen, oud en nieuw · volgt
deel 2 Huwelijkse voorwaarden: van koude uitsluiting tot verrekenbeding · volgt
deel 3 Vergoedingsrechten en schulden tijdens het huwelijk (deze pagina)
deel 4 Scheiden en verdelen: peildata, verknochtheid en verzwegen vermogen · volgt
deel 5 De eigen woning bij scheiding · volgt
deel 6 Pensioen en alimentatie bij scheiding · volgt
deel 7 De ondernemer en de dga bij scheiding · volgt
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Vergoedingsrechten en schulden: het vermogen tijdens het huwelijk

Tussen het trouwen en het scheiden ligt het huwelijk zelf, en juist in die jaren schuift het vermogen voortdurend heen en weer. Het recht corrigeert die verschuivingen met vergoedingsrechten: wie met privégeld meebetaalt aan een goed dat op naam van de ander of van de gemeenschap komt, krijgt een vordering tot vergoeding. Voor investeringen vanaf 1 januari 2012 geldt de beleggingsleer van art. 1:87 BW, waarbij de vergoeding evenredig meebeweegt met de waardestijging en -daling van het gefinancierde goed; voor oudere betalingen geldt de nominaliteitsleer van het arrest Kriek/Smit (1987), waarbij alleen het nominale bedrag terugkomt. Naast de vergoedingsrechten regelt de wet het bestuur over de goederen (art. 1:97), het toestemmingsvereiste voor ingrijpende rechtshandelingen zoals de verkoop van de echtelijke woning, een borgtocht of een bovenmatige gift (art. 1:88, met vernietigbaarheid via art. 1:89), en de kosten van de huishouding, die naar evenredigheid van inkomen worden gedragen met hoofdelijke aansprakelijkheid voor gewone huishoudschulden (art. 1:84 en 1:85).

Deze flowchart, deel 3 van de reeks Trouwen en scheiden (formeel: de reeks Huwelijksvermogensrecht), behandelt daarnaast de schuldenkant. Een schuldeiser kan zich in beginsel op de gemeenschap verhalen (art. 1:96 lid 1 BW), maar binnen de beperkte gemeenschap van huwelijken vanaf 2018 is het verhaal voor een privéschuld beperkt tot de helft van de opbrengst, met een overnamerecht voor de andere echtgenoot (art. 1:96 lid 3 BW). De verjaring van vergoedingsrechten kent de bijzonderheid dat de korte termijn tijdens het huwelijk niet loopt (HR 23 december 2022), zodat vergoedingsrechten het beste bij de scheiding geldend worden gemaakt. En de rechtspraak fijnslijpt de vergoedingsrechtlijn: de hoofdregel dat privégeld onder uitsluitingsclausule een vergoedingsrecht geeft (HR 5 april 2019) kent de nuance dat er geen vergoedingsrecht is voor zover dat geld krachtens een rechtsgrond, zoals de draagplicht voor de huishouding, aan gemeenschapsschulden is besteed (HR 27 januari 2023). Als scharnier tussen trouwen en scheiden verbindt dit deel de reeks: het werkt de 2012-grens van art. 1:87 uit die vanuit deel 2 hierheen is doorverwezen, levert de vergoedingsrechten die bij de verdeling van deel 4 worden verrekend, en sluit aan op de onderneming van deel 7. Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen juridisch of fiscaal advies en geen mediation; bij een concrete vermogensverschuiving of een scheiding is maatwerk van een advocaat, notaris of mediator nodig.

Veelgestelde vragen

Wat is een vergoedingsrecht tussen echtgenoten?
Een vergoedingsrecht ontstaat als het vermogen van de ene echtgenoot ten koste is gegaan van, of ten goede is gekomen aan, het vermogen van de ander of van de gemeenschap. Betaalt de ene echtgenoot met privégeld een goed dat op naam van de ander of van de gemeenschap komt, dan krijgt hij een vordering tot vergoeding. Dat corrigeert vermogensverschuivingen die tijdens het huwelijk ontstaan buiten de gemeenschap om. Sinds 1 januari 2012 wordt de omvang van dat recht in beginsel bepaald volgens de beleggingsleer van art. 1:87 BW: de vergoeding beweegt mee met de waardestijging of -daling van het gefinancierde goed.
Krijg ik mijn geld terug als ik de woning van mijn partner heb meebetaald?
In beginsel wel, via een vergoedingsrecht. Heeft u met eigen privégeld meebetaald aan een woning die op naam van uw partner staat, dan krijgt u een vergoedingsrecht. Voor betalingen vanaf 1 januari 2012 geldt de beleggingsleer van art. 1:87 BW: uw vergoeding stijgt of daalt evenredig mee met de waarde van de woning, zodat u meedeelt in de waardeontwikkeling. Is uw privégeld zonder uw toestemming voor het goed van de ander gebruikt, dan krijgt u ten minste het nominale bedrag terug (de nominale ondergrens van art. 1:87 lid 3 BW); stemde u met de besteding in, dan deelt u ook in het risico van waardedaling. Voor betalingen van voor 2012 geldt de nominaliteitsleer (u krijgt het nominale bedrag terug). Art. 1:87 is regelend recht, dus partijen kunnen er bij afspraak van afwijken.
Wat is het verschil tussen de beleggingsleer en de nominaliteitsleer?
De nominaliteitsleer, uit het arrest Kriek/Smit (1987), houdt in dat de financierende echtgenoot alleen het nominale bedrag terugkrijgt, zonder mee te delen in een waardestijging. De beleggingsleer, sinds 1 januari 2012 gecodificeerd in art. 1:87 BW, laat de vergoeding juist evenredig meebewegen met de waardestijging en -daling van het gefinancierde goed: wie meefinanciert, deelt mee in het rendement en het risico. De datum van de investering bepaalt welke leer geldt: betalingen vanaf 2012 vallen onder de beleggingsleer, oudere betalingen onder de nominaliteitsleer.
Heb ik toestemming van mijn partner nodig om het huis te verkopen?
Voor bepaalde rechtshandelingen wel. Ongeacht het huwelijksgoederenregime heeft een echtgenoot de toestemming van de ander nodig voor onder meer het verkopen of bezwaren van de echtelijke woning, bovenmatige giften, borgtochten en koop op afbetaling (art. 1:88 BW). Ontbreekt die toestemming, dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling vernietigen (art. 1:89 BW). Dit toestemmingsvereiste is dwingend recht en beschermt de niet-handelende echtgenoot en het gezin, bijvoorbeeld tegen het verlies van het dak boven het hoofd.
Wie draagt de kosten van de huishouding?
De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen, en zijn dat inkomen ontoereikend, naar evenredigheid van ieders vermogen (art. 1:84 BW); echtgenoten kunnen hierover ook afspraken maken. Voor gewone, voor de dagelijkse gang van de huishouding aangegane schulden zijn beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk (art. 1:85 BW), zodat een schuldeiser zich tot ieder van hen kan wenden. Deze regels gelden ongeacht het huwelijksgoederenregime.
Kunnen schuldeisers zich op de gemeenschap verhalen?
Ja, maar binnen grenzen. Een schuldeiser van een echtgenoot kan zich in beginsel op de gemeenschapsgoederen verhalen (art. 1:96 lid 1 BW). Binnen de beperkte gemeenschap (huwelijken vanaf 2018) is het verhaal voor een privéschuld op een gemeenschapsgoed echter beperkt tot de helft van de opbrengst, en heeft de andere echtgenoot een overnamerecht om het goed uit de gemeenschap te halen tegen betaling van de helft van de waarde (art. 1:96 lid 3 BW). Zo wordt de niet-schuldenaar beter beschermd dan onder het oude regime.
Verjaart een vergoedingsrecht tussen echtgenoten?
Tijdens het huwelijk lopen de korte verjaringstermijnen niet: van echtgenoten wordt niet verwacht dat zij elkaar tijdens het huwelijk voor de rechter dagen, zodat de korte termijn van vijf jaar niet van toepassing is op vergoedingsrechten tussen echtgenoten (HR 23 december 2022). De Hoge Raad plaatste daarbij ook een vraagteken bij de toepassing van de twintigjaarstermijn van art. 3:306 BW. Na het einde van het huwelijk voorziet de wet in een verlenging van de termijn met zes maanden. In de praktijk is het dus zaak om vergoedingsrechten bij de scheiding tijdig geldend te maken.
Krijg ik een vergoeding als mijn erfenis is opgegaan aan gemeenschapsschulden?
Niet altijd. Wie een erfenis onder uitsluitingsclausule (dus privé) heeft ontvangen en die op de gezamenlijke rekening laat vloeien, houdt in beginsel een vergoedingsrecht op de gemeenschap (HR 5 april 2019). Maar de Hoge Raad nuanceerde dat: voor zover de erfenis krachtens een rechtsgrond, zoals de draagplicht voor de kosten van de huishouding, aan gemeenschapsschulden is besteed, bestaat er geen vergoedingsrecht (HR 27 januari 2023). Het maakt dus uit waaraan het privégeld precies is opgegaan; goede administratie is opnieuw doorslaggevend.