Achtergrond
Welk vermogensregime geldt bij trouwen, en waarom de trouwdatum alles bepaalt
Wie in Nederland trouwt zonder huwelijkse voorwaarden, valt van rechtswege in een gemeenschap van goederen. Die gemeenschap bepaalt welk vermogen samen is en welk vermogen privé blijft, en dus wat er bij scheiding of overlijden moet worden verdeeld. De kern zit in de omslag van 1 januari 2018. Voor huwelijken van voor die datum geldt de algehele gemeenschap: in beginsel smelt het hele vermogen van beide echtgenoten samen, inclusief voorhuwelijks bezit en erfenissen zonder uitsluitingsclausule. Voor huwelijken vanaf die datum geldt de beperkte gemeenschap: voorhuwelijks privévermogen, erfenissen en giften blijven privé, en gemeenschappelijk wordt vooral wat de echtgenoten tijdens het huwelijk samen opbouwen (art. 1:94 BW). Beide regimes lopen sindsdien permanent naast elkaar; er is geen automatische overstap en de trouwdatum is beslissend.
Deze flowchart, deel 1 van de reeks Trouwen en scheiden (formeel: de reeks Huwelijksvermogensrecht), volgt het regime in twee fasen. Fase 1 beschrijft wat in de gemeenschap valt en wat erbuiten blijft, de boedelmenging van voorhuwelijks gezamenlijk vermogen, de gespiegelde clausules van de erflater, verknochtheid en vruchten, en de onderneming die buiten de gemeenschap blijft met de open norm van art. 1:95a BW. Fase 2 behandelt de rand: het oude tegenover het nieuwe regime en het overgangsrecht, het bewijsvermoeden en de administratie (art. 1:94 lid 8 BW), het geregistreerd partnerschap dat gelijk staat aan het huwelijk en de samenwoners die er buiten vallen, het internationale geval, en de rechtspraak. Het belangrijkste arrest over de beperkte gemeenschap tot nu toe is dat van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over de meerinbreng: de boedelmenging halveert wel een gezamenlijk goed, maar niet de vordering wegens meerinbreng. Voor de redelijke vergoeding voor de onderneming buiten de gemeenschap (art. 1:95a BW) gaf Rechtbank Gelderland op 25 juni 2024 de eerste kaderuitspraak, met een marktconform loon als anker; een arrest van de Hoge Raad over die open norm is er nog niet. Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen juridisch of fiscaal advies en geen mediation; bij een concreet huwelijk of een scheiding is maatwerk van een advocaat, notaris of mediator nodig.
Veelgestelde vragen
Welk vermogensregime geldt als je trouwt?
Dat hangt af van de huwelijksdatum. Wie op of na 1 januari 2018 is getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, valt onder de beperkte gemeenschap van goederen: het voorhuwelijkse privévermogen, erfenissen en giften blijven privé, en gemeenschappelijk wordt vooral wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd. Wie voor 1 januari 2018 is getrouwd, blijft onder de algehele gemeenschap van goederen, waarin in beginsel het hele vermogen van beide echtgenoten samensmelt, tenzij bij huwelijkse voorwaarden anders is geregeld. De twee regimes lopen sindsdien permanent naast elkaar; de trouwdatum is beslissend.
Wat is het verschil tussen de algehele en de beperkte gemeenschap van goederen?
In de algehele gemeenschap (huwelijken voor 1 januari 2018) valt in beginsel al het vermogen van beide echtgenoten in de gemeenschap, ook wat zij ieder al voor het huwelijk bezaten en wat zij tijdens het huwelijk erven of geschonken krijgen, behalve als een uitsluitingsclausule of huwelijkse voorwaarden dat verhinderen. In de beperkte gemeenschap (huwelijken vanaf 1 januari 2018) blijven het voorhuwelijkse privévermogen, de voorhuwelijkse privéschulden, erfenissen en giften buiten de gemeenschap; gemeenschappelijk zijn het voorhuwelijkse gezamenlijke vermogen, alles wat tijdens het huwelijk wordt verkregen en de vruchten van gemeenschapsgoederen (art. 1:94 BW).
Valt een erfenis in de gemeenschap van goederen?
In de beperkte gemeenschap (vanaf 2018) blijven erfenissen en giften van rechtswege buiten de gemeenschap, ook zonder dat de erflater of schenker iets bepaalt. In de algehele gemeenschap (voor 2018) valt een erfenis of gift juist in de gemeenschap, tenzij de erflater of schenker een uitsluitingsclausule heeft opgenomen. De clausules zijn tussen beide regimes gespiegeld: onder het oude regime houdt de uitsluitingsclausule de erfenis buiten de gemeenschap, onder het nieuwe regime laat de insluitingsclausule haar er juist in vallen (art. 1:94 lid 3 BW). Een uitsluitingsclausule van de erflater gaat voor op andersluidende huwelijkse voorwaarden (art. 1:94 lid 4 BW).
Wat is het verschil tussen een harde en een zachte uitsluitingsclausule?
Een harde uitsluitingsclausule houdt de erfenis of gift buiten elke gemeenschap, hoe het huwelijk ook eindigt: zowel bij echtscheiding als bij overlijden. Een zachte uitsluitingsclausule werkt alleen bij echtscheiding; eindigt het huwelijk door overlijden, dan mag de langstlevende echtgenoot wel meedelen. De zachte variant is populair omdat de harde variant fiscaal nadelig kan uitpakken: blijft de verkrijging volledig privé, dan valt bij overlijden een groter deel in de nalatenschap en kan de partner meer erfbelasting verschuldigd zijn. De clausule moet bij de gift of in het testament zelf worden bepaald; achteraf toevoegen kan niet. Welke variant er staat, is dus altijd het controleren waard.
Wat gebeurt er met vermogen dat je voor het huwelijk al samen had?
Voorhuwelijks gezamenlijk vermogen, bijvoorbeeld een samen gekocht huis, valt bij een huwelijk vanaf 2018 in de beperkte gemeenschap en wordt door de boedelmenging gemeenschappelijk voor gelijke delen (Kamerstukken I 33 987, C). Heeft een van beiden meer ingebracht, dan wordt dat aandeel dus in beginsel gehalveerd, maar de Hoge Raad besliste op 21 maart 2025 dat de onderlinge vordering wegens die meerinbreng zelf niet in de gemeenschap valt (ECLI:NL:HR:2025:436): de meerinbreng wordt niet nog eens gehalveerd. Wie meer inbrengt, doet er goed aan dat vast te leggen.
Vallen schulden in de gemeenschap van goederen?
In de algehele gemeenschap (voor 2018) vallen in beginsel alle schulden in de gemeenschap, ook de voorhuwelijkse. In de beperkte gemeenschap (vanaf 2018) blijven voorhuwelijkse privéschulden privé en vallen in de gemeenschap vooral de schulden die tijdens het huwelijk ontstaan en de schulden die op gemeenschapsgoederen rusten (art. 1:94 lid 7 BW). Bij twijfel of een goed of een schuld privé dan wel gemeenschappelijk is, geldt een bewijsvermoeden ten gunste van de gemeenschap (art. 1:94 lid 8 BW): wie iets als privé wil aanmerken, moet dat kunnen aantonen, zodat een goede administratie loont.
Geldt de gemeenschap van goederen ook voor geregistreerd partnerschap en samenwonen?
Voor het geregistreerd partnerschap geldt hetzelfde vermogensregime als voor het huwelijk: de titels over de gemeenschap zijn van overeenkomstige toepassing (art. 1:80b BW). Informeel samenwonen valt er volledig buiten. Tussen samenwoners bestaat geen huwelijksgemeenschap; hun vermogensverhouding loopt via het algemene vermogensrecht en de eenvoudige gemeenschap van Boek 3 BW. De Hoge Raad bevestigde dat het huwelijksvermogensrecht niet analoog op ongehuwd samenwonenden mag worden toegepast (ECLI:NL:HR:2019:707 en ECLI:NL:HR:2023:1571). Samenwoners regelen hun vermogen daarom het beste in een samenlevingscontract.
Hoe bewijs je dat iets prive is en niet van de gemeenschap?
In de beperkte gemeenschap geldt een bewijsvermoeden: kan geen van beide echtgenoten aantonen dat een goed privé is, dan wordt het als gemeenschapsgoed aangemerkt (art. 1:94 lid 8 BW). Het vermoeden werkt niet tegen schuldeisers. Privévermogen dat op een gezamenlijke rekening wordt gestort en daar met gemeenschapsgeld vermengt, verliest zijn privékarakter niet zonder meer: wie privégeld in de gemeenschap heeft laten vloeien, houdt in beginsel een vergoedingsrecht op de gemeenschap ter grootte van dat bedrag, ongeacht waaraan het is besteed (ECLI:NL:HR:2019:504). Bewaar daarom afschriften en akten die de herkomst van vermogen aantonen.
Wat betekent het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over meerinbreng?
Het is het belangrijkste arrest over de beperkte gemeenschap sinds haar invoering in 2018. Twee mensen die in 2018 in gemeenschap van goederen trouwden, hadden voor het huwelijk samen een woning en grond gekocht, waarbij de man meer had ingebracht. De Hoge Raad oordeelde op 21 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:436) dat het voorhuwelijkse gezamenlijke vermogen door de boedelmenging weliswaar gemeenschappelijk wordt voor gelijke delen, maar dat de onderlinge vordering die door de meerinbreng ontstaat niet in de gemeenschap valt, omdat zij voor het huwelijk is ontstaan en niet ten behoeve van de gemeenschap. De meerinbreng wordt dus niet gehalveerd. De les: leg meerinbreng bij een gezamenlijke aankoop voor het huwelijk schriftelijk vast.