Achtergrond
Huwelijkse voorwaarden: waar papier en praktijk uiteenlopen
Huwelijkse voorwaarden zijn de manier om af te wijken van het wettelijke standaardregime, de gemeenschap van goederen. Mensen kiezen ervoor om een onderneming of familievermogen buiten een scheiding te houden, om schuldeisers van de een niet bij het vermogen van de ander te laten, of om de kinderen uit een eerder huwelijk te beschermen. De voorwaarden bepalen welk vermogen privé blijft en of, en hoe, inkomen of vermogen wordt verrekend. Dat verrekenbeding loopt van de koude uitsluiting, waarin niets wordt gedeeld, via het periodiek verrekenbeding dat jaarlijks het overgespaarde inkomen verdeelt, tot het finaal verrekenbeding dat pas aan het einde afrekent, vaak alsof er een gemeenschap was. De voorwaarden komen tot stand bij notariële akte op straffe van nietigheid (art. 1:115 BW); sinds 1 januari 2012 is voor een wijziging tijdens het huwelijk geen rechterlijke goedkeuring meer nodig, en voor werking tegenover schuldeisers is inschrijving in het huwelijksgoederenregister vereist (art. 1:116 BW).
Deze flowchart, deel 2 van de reeks Trouwen en scheiden (formeel: de reeks Huwelijksvermogensrecht), besteedt bijzondere aandacht aan het punt waar papier en praktijk uiteenlopen: het niet-uitgevoerde periodieke verrekenbeding. De verrekenplicht vervalt niet als het beding nooit is uitgevoerd; de eindafrekening omvat ook de vermogensgroei uit belegging en herbelegging van het overgespaarde inkomen (art. 1:141 lid 1 BW), en het aanwezige vermogen wordt vermoed uit te verrekenen inkomsten te zijn gevormd, behoudens tegenbewijs (art. 1:141 lid 3 BW). Die regeling is gecodificeerde rechtspraak: de beleggingsleer uit Vossen/Swinkels en Slot/Ceelen werd per 1 september 2002 vastgelegd met de Wet regels verrekenbedingen. De Hoge Raad breidde het vermoeden in 2024 uit naar schulden. Daarnaast trekt de rechtspraak de lijnen van de uitleg (Haviltex, met de rol van de notaris) en van de begrenzing (contrair gedrag, de waarschuwingsplicht van de notaris, het vervalbeding). Fiscaal is de ruimte voor ongelijke breukdelen per 1 januari 2026 ingeperkt: verkrijgt een echtgenoot bij ontbinding of verrekening meer dan de helft, dan is over het meerdere schenk- of erfbelasting verschuldigd (art. 11 lid 4 en 5 Successiewet). Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen juridisch of fiscaal advies en geen mediation; bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden of bij een scheiding is maatwerk van een notaris, advocaat of mediator nodig.
Veelgestelde vragen
Wat zijn huwelijkse voorwaarden?
Huwelijkse voorwaarden zijn afspraken waarmee echtgenoten afwijken van het wettelijke standaardregime van de gemeenschap van goederen. Ze bepalen welk vermogen privé blijft en welk vermogen wordt gedeeld, en bevatten vaak een verrekenbeding dat regelt of en hoe inkomen of vermogen tussen de echtgenoten wordt afgerekend. Ze kunnen voor het huwelijk worden gemaakt, maar ook tijdens het huwelijk worden opgesteld of gewijzigd. Huwelijkse voorwaarden moeten in een notariële akte worden vastgelegd, anders zijn ze nietig (art. 1:115 BW).
Hoe maak of wijzig je huwelijkse voorwaarden?
Huwelijkse voorwaarden komen tot stand bij notariële akte, op straffe van nietigheid (art. 1:115 BW), en kunnen zowel voor als tijdens het huwelijk worden gemaakt of gewijzigd (art. 1:114 BW). Sinds 1 januari 2012 is voor een wijziging tijdens het huwelijk geen rechterlijke goedkeuring meer nodig; die eis is vervallen. Om ook tegenover schuldeisers te werken, moeten de voorwaarden worden ingeschreven in het openbare huwelijksgoederenregister bij de rechtbank (art. 1:116 BW). De notaris heeft daarbij een zorg- en waarschuwingsplicht, vooral wanneer een wijziging voor een van beide partijen nadelig uitpakt.
Wat is koude uitsluiting?
Koude uitsluiting is de strengste vorm van huwelijkse voorwaarden: er ontstaat geen enkele gemeenschap en er wordt ook niet verrekend. Ieder houdt zijn eigen inkomen en vermogen, en er is geen periodieke of finale afrekening. Wat op papier scherp gescheiden lijkt, kan bij een scheiding hard uitpakken voor de partner die tijdens het huwelijk minder verdiende of onbetaald voor het gezin zorgde, omdat die geen aanspraak heeft op wat de ander opbouwde. De rechter kan koude uitsluiting niet zomaar terzijde stellen, maar de redelijkheid en billijkheid en een eventuele natuurlijke verbintenis kunnen in bijzondere gevallen meewegen.
Wat is het verschil tussen een periodiek en een finaal verrekenbeding?
Een periodiek verrekenbeding (het Amsterdamse verrekenbeding) verplicht de echtgenoten om periodiek, meestal jaarlijks, het overgespaarde inkomen met elkaar te verrekenen, zodat ieder zijn deel kan gebruiken om eigen vermogen op te bouwen. Een finaal verrekenbeding regelt dat pas aan het einde van het huwelijk wordt afgerekend, bij scheiding en/of overlijden, vaak alsof er een gemeenschap van goederen had bestaan. Het wettelijke kader staat in art. 1:132 tot en met 143 BW en is grotendeels regelend recht, zodat partijen er binnen grenzen van kunnen afwijken.
Wat gebeurt er als je een periodiek verrekenbeding nooit hebt uitgevoerd?
Dat is het klassieke lek. Veel echtparen voeren hun periodieke verrekenbeding nooit uit. De verrekenplicht vervalt daardoor niet: aan het einde van het huwelijk moet alsnog worden verrekend, en de verrekening strekt zich uit over het saldo dat is ontstaan door belegging en herbelegging van het niet-verrekende inkomen (art. 1:141 lid 1 BW). Sterker nog, het op de peildatum aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit te verrekenen inkomsten, behoudens tegenbewijs (art. 1:141 lid 3 BW). Een vergeten periodiek beding werkt in de praktijk dus vaak uit als een quasi-finale verrekening; de Hoge Raad bepaalde bovendien dat het vermoeden ook op schulden ziet.
Tellen ondernemingswinsten mee bij een verrekenbeding?
Vaak wel. Winst die in een onderneming of bv is achtergebleven in plaats van als inkomen uitgekeerd, kan onder een periodiek verrekenbeding alsnog tot de te verrekenen inkomsten worden gerekend, zeker als de ondernemende echtgenoot de uitkering in eigen hand had. Ook de waardestijging van aandelen die met overgespaard inkomen zijn gefinancierd, valt via de beleggingsleer in de verrekening. Wat precies als inkomen geldt, hangt af van de tekst van de huwelijkse voorwaarden, uitgelegd volgens de Haviltex-maatstaf, en van de aard van de onderneming. Deze reeks werkt de onderneming bij scheiding verder uit in deel 7.
Zijn huwelijkse voorwaarden een schenking, en wat verandert er in 2026?
Het aangaan van een gemeenschap of het maken van huwelijkse voorwaarden is op zichzelf geen schenking, ook niet bij ongelijke breukdelen zoals een 90/10-verdeling; fraus legis speelt alleen als het overlijden van de minst gerechtigde zo goed als zeker eerder plaatsvindt. Sinds 1 januari 2026 is dit deels gerepareerd: verkrijgt een echtgenoot bij de ontbinding van een huwelijksgemeenschap of op grond van een verrekenbeding meer dan de helft, dan is over het meerdere schenk- of erfbelasting verschuldigd (art. 11 lid 4 en 5 Successiewet). Akten van voor 16 september 2025, 16.00 uur worden ontzien, maar die eerbiedigende werking vervalt bij een latere wijziging. Het heffingsmoment is de ontbinding, niet het trouwen.
Kunnen huwelijkse voorwaarden opzij worden gezet door de rechter?
Niet zomaar. Huwelijkse voorwaarden gelden in beginsel zoals ze zijn opgesteld, en onderling afwijkend gedrag van de echtgenoten kan ze niet vervangen. Wel kan een regel uit de huwelijkse voorwaarden bij het einde van het huwelijk worden beperkt door de redelijkheid en billijkheid, waarbij dat afwijkende gedrag meeweegt (HR 18 juni 2004). De uitleg van de voorwaarden gebeurt volgens de Haviltex-maatstaf (HR 4 mei 2007), waarbij ook telt wat de notaris heeft uitgelegd. En bij een nadelige wijziging heeft de notaris een bijzondere waarschuwingsplicht (HR 2 februari 2024).