Achtergrond
Hoe werkt de erfbelasting en waar wringt het?
De erfbelasting belast niet de nalatenschap maar de verkrijger: iedereen die krachtens erfrecht iets ontvangt uit de nalatenschap van iemand die bij overlijden in Nederland woonde, betaalt over de eigen verkrijging. Hoe hoog de heffing uitvalt, wordt door twee elementen bepaald: de tariefgroep, die oploopt van 10 en 20 procent voor partner en kinderen tot 30 en 40 procent voor verre verwanten en derden (2026, schijfgrens 158.669 euro), en de persoonlijke vrijstelling, van 2.769 euro voor een verre verwant via 26.230 euro voor een kind tot 828.035 euro voor de partner (2026). Omdat een nalatenschap zich bij leven laat vormgeven, bevat de wet een reeks beschermingsbepalingen: de ficties van art. 10 tot en met 13 belasten wat civielrechtelijk geen erfenis is maar economisch wel, van de woning die met voorbehouden woonrecht aan de kinderen is verkocht tot de schenking binnen 180 dagen voor het overlijden. Daarnaast waardeert de wet forfaitair waar dat kan, met de WOZ-waarde voor woningen voorop, en ruimhartig vrijstellend waar de wetgever wil ontzien: de partnervrijstelling en de bedrijfsopvolgingsregeling, die in 2026 de goingconcernwaarde van een onderneming tot 1.543.500 euro volledig en daarboven voor 75 procent vrijstelt.
Deze flowchart, deel 7 en slot van de Fiscale reeks, besteedt bijzondere aandacht aan de twee plekken waar de wet het hardst beweegt. De bedrijfsopvolgingsregeling ging in drie opeenvolgende jaren op de schop, terwijl de aangenomen beperking tot gewone aandelen van ten minste 5 procent juist niet in werking treedt wegens staatssteunrisico. En de rechtspraak trekt de grens tussen estate planning en constructie: het turbotestament en de ik-oma-making onder de ficties, de ongelijke breukdelen van 2024 die de wetgever per 2026 repareerde, en de kruislingse jubelton die de Hoge Raad in 2025 doorprikte. Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 geldt bovendien een nieuwe aangiftetermijn van 20 maanden, naast een belastingrente van 5 procent (2026). Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen belastingadvies; wat in een concrete nalatenschap of familiesituatie verstandig is, vraagt een eigen beoordeling of een adviseur.
Veelgestelde vragen
Wat is erfbelasting en wie betaalt haar?
Erfbelasting is de belasting over de waarde van alles wat iemand krachtens erfrecht verkrijgt door het overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde. Niet de nalatenschap als geheel wordt belast, maar iedere verkrijger afzonderlijk over de eigen verkrijging: de erfgenaam, de legataris en soms ook wie civielrechtelijk niets erft maar door een wettelijke fictie toch verkrijgt, zoals bij een schenking binnen 180 dagen voor het overlijden. Hoeveel belasting verschuldigd is, hangt af van de relatie tot de overledene (tariefgroep) en van de persoonlijke vrijstelling; pas boven die vrijstelling wordt geheven.
Wat zijn de tarieven van de erfbelasting in 2026?
In 2026 kent de erfbelasting twee schijven met een grens bij 158.669 euro. Partners en kinderen betalen 10 procent tot die grens en 20 procent daarboven; kleinkinderen en verdere afstammelingen 18 en 36 procent; alle overige verkrijgers, zoals broers, zussen en niet-verwanten, 30 en 40 procent. Het tarief wordt berekend over de verkrijging na aftrek van de persoonlijke vrijstelling. Dezelfde tariefstructuur geldt voor de schenkbelasting.
Hoe hoog zijn de vrijstellingen van de erfbelasting in 2026?
In 2026 is de vrijstelling voor de partner 828.035 euro, al kan die door de imputatie van vrijgesteld partnerpensioen worden verlaagd tot minimaal 213.915 euro. Kinderen en kleinkinderen hebben elk een vrijstelling van 26.230 euro, een ziek of gehandicapt kind dat grotendeels op kosten van de overledene werd onderhouden 78.671 euro, ouders samen 62.110 euro, en achterkleinkinderen en alle overige verkrijgers 2.769 euro. Blijft de verkrijging binnen de vrijstelling, dan is geen erfbelasting verschuldigd; alleen het meerdere wordt belast.
Wanneer moet de aangifte erfbelasting binnen zijn?
Dat hangt af van de overlijdensdatum. Voor overlijdens tot en met 31 december 2025 geldt een aangiftetermijn van 8 maanden na het overlijden; voor overlijdens op of na 1 januari 2026 is de termijn met het Belastingplan 2026 verlengd naar 20 maanden. Vanaf datzelfde moment begint de belastingrente te lopen (5 procent in 2026). Wie rente wil voorkomen, doet tijdig en volledig aangifte of vraagt binnen de termijn een voorlopige aanslag aan; uitstel van aangifte is mogelijk maar stopt de rente niet.
Telt de WOZ-waarde van een geërfde woning?
Ja. Een geërfde woning wordt voor de erfbelasting gewaardeerd op de WOZ-waarde, naar keuze die van het kalenderjaar van overlijden of die van het jaar daarna. Erfgenamen kunnen een eigen WOZ-beschikking aanvragen en daartegen bezwaar maken, ook als de aanslag al aan een ander is opgelegd. Voor verhuurde woningen geldt de WOZ-waarde maal de leegwaarderatio, maar wijkt die forfaitaire uitkomst zo'n 10 procent of meer af van de werkelijke waarde, dan telt de werkelijke waarde. Voor aandelen in een vastgoed-bv geldt de WOZ-regel niet dwingend.
Wat is de 180-dagenregel bij schenken en erven?
Alles wat iemand binnen 180 dagen voor het overlijden van de erflater geschonken kreeg, wordt voor de belastingheffing behandeld alsof het krachtens erfrecht is verkregen. De regel voorkomt dat vlak voor het overlijden nog snel vermogen wordt weggeschonken tegen het lagere schenkingsregime. Sinds 1 januari 2026 is de uitvoering vereenvoudigd: zo'n schenking geldt niet langer ook als schenking, zodat geen aangifte schenkbelasting met verrekening achteraf meer nodig is; de verkrijging loopt direct en alleen via de erfbelasting.
Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)?
De bedrijfsopvolgingsregeling stelt geërfd of geschonken ondernemingsvermogen grotendeels vrij van erf- en schenkbelasting, zodat de heffing de voortzetting van een reële onderneming niet in gevaar brengt. In 2026 is de goingconcernwaarde tot 1.543.500 euro voor 100 procent vrijgesteld en het meerdere voor 75 procent. Voorwaarden zijn onder meer de bezitseis (erflater 1 jaar, schenker 5 jaar), de voortzettingseis van 3 jaar (voor verkrijgingen vanaf 2025) en bij schenking een minimumleeftijd van 21 jaar voor de verkrijger. Aan derden verhuurd vastgoed telt sinds 2024 als beleggingsvermogen en valt buiten de regeling.
Geldt de Nederlandse erfbelasting ook na emigratie?
Soms. Een erflater met de Nederlandse nationaliteit die binnen tien jaar na emigratie overlijdt, wordt voor de erfbelasting behandeld alsof hij nog in Nederland woonde: over de hele nalatenschap is dan Nederlandse erfbelasting verschuldigd, met verrekening van buitenlandse successiebelasting. Het Hof van Justitie EU oordeelde in 2006 dat deze tienjaarsregel verenigbaar is met het vrije kapitaalverkeer. Wie langer dan tien jaar geleden emigreerde, valt er buiten; voor schenkingen geldt daarnaast een termijn van één jaar na emigratie.