TRNKL
Transfer pricing: de prijs die de winst verdeelt
Het arm's length-beginsel · de vijf OESO-methoden · documentatie en toezicht · de grens tussen planning en misbruik
Elke interne prijs is een winstverdeling tussen landen

Transfer pricing: de prijs die de winst verdeelt

Waar een concern in meerdere landen werkt, krijgt elke interne levering een prijs: goederen, diensten, licenties, leningen. Die prijs bepaalt in welk land de winst valt en dus waar belasting wordt betaald. Deze flowchart legt het stelsel analytisch uit, van het arm's length-beginsel en de wettelijke grondslagen tot de vijf OESO-methoden, de documentatieplichten en het toezicht, en markeert de grens tussen zakelijke onderbouwing en winstverschuiving. Met praktische handvatten voor bedrijven, per sector.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🌍
Achtergrond: waarom transfer pricing bestaat
Wettelijke grondslagen · jaarrekeningrecht · waarom bedrijven het doen · de ethische grens
GRONDSLAG
⚖️
Het arm's length-beginsel als anker
Art. 9 OESO-modelverdrag · vergelijkbaarheid · functionele analyse · de vaste inrichting
FASE 1
🧮
De prijs bepalen
Van transactie naar zakelijke prijs, in vier stappen
📦
Stap 1
De transactie afbakenen
🔬
Stap 2
Functionele analyse & DEMPE
🧭
Stap 3
De vijf methoden & de keuze
📊
Stap 4
Benchmarken & Amount B
🛠️
Stap 5
Praktijk & aandachtspunten
FASE 2
🔍
Verantwoorden en de grens
Documentatie, jaarrekening, zekerheid vooraf en toezicht
🗂️
Stap 1
Documentatie in drie lagen
📒
Stap 2
Jaarrekening & transparantie
🤝
Stap 3
Zekerheid vooraf: APA & rulings
⚠️
Stap 4
Correcties, geschillen & misbruik
🧰
Stap 5
Praktijk & aandachtspunten
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Hoe werkt transfer pricing en waar ligt de grens?

Transfer pricing (verrekenprijzen) is het prijzen van transacties binnen een concern: goederen, diensten, licenties op intellectueel eigendom, leningen en kostendeling. Omdat koper en verkoper dezelfde aandeelhouder hebben, verdeelt de interne prijs de belastbare winst over de landen waar het concern actief is. Het internationale anker is het arm's length-beginsel uit artikel 9 van het OESO-modelverdrag, in Nederland gecodificeerd in artikel 8b Wet Vpb 1969: de prijs moet zijn wat onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden afspreken. Deze flowchart volgt het stelsel in twee fasen. Eerst de prijsbepaling: de transactie afbakenen, de functionele analyse met het DEMPE-kader voor immateriële activa, de keuze uit de vijf OESO-methoden (CUP, resale price, cost plus, TNMM en profit split) en het benchmarken, met Amount B als nieuwe vereenvoudiging voor routinedistributie. Daarna de verantwoording: documentatie in drie lagen (master file, local file en Country-by-Country Report), de doorwerking in jaarrekening en publieke transparantie, zekerheid vooraf via APA's en de correctie- en geschillenketen wanneer landen het oneens zijn.

De flowchart is analytisch opgezet en bewust vanuit beide perspectieven geschreven: het bedrijf dat zijn prijzen moet onderbouwen en het toezicht dat ze toetst. De rode draad is de grens tussen zakelijke onderbouwing, agressieve planning en misbruik, met het BEPS-project, de wereldwijde minimumbelasting (Pillar Two) en public country-by-country reporting als antwoorden van het stelsel. Praktische aandachtspunten per sector (tech, farma, handel en productie, groepsfinanciering) en een verantwoordingschecklist maken het geheel toepasbaar. Alle stappen zijn herleidbaar tot openbare bronnen, met de OECD Transfer Pricing Guidelines 2022 als kern.

Veelgestelde vragen

Wat is transfer pricing?
Transfer pricing (verrekenprijzen) is het bepalen van prijzen voor transacties binnen een concern: tussen moeder- en dochtermaatschappijen of tussen zustervennootschappen in verschillende landen. Elke interne levering van goederen, diensten, intellectueel eigendom of financiering moet een prijs krijgen, en die prijs verdeelt de winst van het concern over de landen waar het actief is. Daarom stellen belastingdiensten wereldwijd de eis dat die prijs zakelijk is: alsof onafhankelijke partijen met elkaar hadden gehandeld.
Wat is het arm's length-beginsel (zakelijkheidsbeginsel)?
Het arm's length-beginsel eist dat de voorwaarden van transacties tussen gelieerde ondernemingen overeenkomen met wat onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden zijn overeengekomen. Het is verankerd in artikel 9 van het OESO-modelverdrag en in nationale wetgeving, in Nederland in artikel 8b Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Wijkt de interne prijs af, dan mag de belastingdienst de winst corrigeren alsof wel zakelijk was gehandeld.
Welke vijf transfer pricing-methoden erkent de OESO?
Drie traditionele transactiemethoden: de comparable uncontrolled price-methode (CUP, vergelijking met de prijs tussen onafhankelijke partijen), de resale price-methode (verkoopprijs minus een zakelijke marge) en de cost plus-methode (kosten plus een zakelijke opslag). En twee transactionele winstmethoden: de transactional net margin-methode (TNMM, vergelijking van nettowinstmarges) en de profit split-methode (verdeling van de gezamenlijke winst). Er is geen vaste rangorde; het gaat om de methode die het meest geschikt is voor het geval (most appropriate method), al verdient de CUP de voorkeur wanneer die even betrouwbaar kan worden toegepast.
Welke transfer pricing-documentatie is verplicht?
De OESO-standaard uit BEPS-actie 13 kent drie lagen: een master file met het groepsbrede beeld, een local file met de materiële transacties van de lokale entiteit en een Country-by-Country Report met de verdeling van omzet, winst en belasting per land. In Nederland geldt de master file en local file-verplichting vanaf 50 miljoen euro geconsolideerde groepsomzet (art. 29b e.v. Wet Vpb) en de CbC-rapportage vanaf 750 miljoen euro. Daarnaast geldt voor iedereen de basisverplichting van artikel 8b lid 3: gegevens in de administratie waaruit blijkt hoe de prijzen tot stand zijn gekomen.
Is transfer pricing belastingontwijking?
Nee, transfer pricing zelf is een verplichting: elke interne transactie moet een prijs hebben en die prijs moet zakelijk zijn. Maar omdat de prijs bepaalt in welk land de winst valt, kan het stelsel worden gebruikt om winst te verschuiven naar laagbelastende landen. Daar ligt de grens: prijzen binnen de zakelijke bandbreedte onderbouwen is compliance, de bandbreedte bewust oprekken of functies alleen op papier verplaatsen is agressieve planning die met het BEPS-project, verplichte documentatie en de wereldwijde minimumbelasting (Pillar Two) wordt teruggedrongen.
Is over een verrekenprijscorrectie btw verschuldigd?
Dat hangt af van wat de correctie werkelijk is. Het Hof van Justitie van de EU besliste in Arcomet Towercranes (C-726/23) dat een TNMM-vergoeding aan een groepsvennootschap een btw-belaste dienst kan zijn, en in Stellantis Portugal (C-603/24) dat periodieke correcties naar een vaste marge geen vergoeding voor een aparte dienst vormen, maar mogelijk wel een prijsaanpassing van eerdere leveringen. Een derde uitkomst is dat de correctie buiten de btw blijft: louter winsttoerekening zonder verband met concrete prestaties is geen belastbare handeling (kader AG Kokott; EU VAT Expert Group 2018). De contractuele en feitelijke inrichting is beslissend. Een prijsaanpassing betekent correctiefacturen en aangepaste btw-aangiften, en bij invoer van buiten de EU verandert ook de douanewaarde. Wie alleen naar de winstbelasting kijkt, mist dus twee heffingen.
Wat is Amount B?
Amount B is een vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering (simplified and streamlined approach) van het Inclusive Framework voor het belonen van eenvoudige marketing- en distributieactiviteiten. In plaats van een eigen benchmarkstudie geldt een vaste prijsmatrix met rendementen op de omzet, afhankelijk van sector en intensiteit van activa en bedrijfskosten. Jurisdicties kiezen zelf of ze de benadering toepassen, voor boekjaren vanaf 1 januari 2025. Het doel is minder discussie over routinedistributie, zodat capaciteit overblijft voor de echte geschilpunten.