Achtergrond
Verzamelen omdat het moet, begrenzen omdat het moet
Wie onder de Wwft valt, moet zijn cliënten kennen: identificeren, verifiëren, begrijpen waarom iemand de relatie aangaat, en vervolgens blijven kijken zolang de relatie duurt. Elk van die stappen is een verwerking van persoonsgegevens, en op elk van die stappen is naast het antiwitwasrecht ook de Algemene verordening gegevensbescherming van toepassing. De twee regimes spreken elkaar niet tegen, maar zij trekken wel aan hetzelfde dossier: het ene verplicht tot verzamelen en bewaren, het andere tot minimaliseren en verwijderen. De praktijkvragen die daaruit voortkomen zijn steeds dezelfde: hoeveel mag er in het dossier, wie mag erbij, hoe lang blijft het liggen, en wat krijgt de cliënt ervan te zien.
De Europese antiwitwasverordening beantwoordt die vragen vanaf 10 juli 2027 voor het eerst in het antiwitwasrecht zelf. Artikel 76 regelt de verwerking van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens, verplicht instellingen hun cliënten daarover te informeren, verbiedt elk commercieel gebruik van onderzoeksgegevens en stelt voorwaarden aan geautomatiseerde besluitvorming en kunstmatige intelligentie. Artikel 77 zet naast de bewaartermijn van vijf jaar een uitdrukkelijke verwijderplicht. En artikel 26 maakt van de doorlopende monitoring een uitgewerkte, eigen fase van het cliëntenonderzoek, met maximale actualiseringstermijnen van een jaar bij hoog risico en vijf jaar voor alle overige cliënten. De flowchart hierboven loopt die hele cyclus langs, van het eerste onderzoek tot de uitvraag van aanvullende documentatie, en vertaalt hem per sector naar de praktijk.
Het evenwicht is intussen niet af. De richtsnoeren die de Europese antiwitwasautoriteit AMLA uiterlijk 10 juli 2026 over de doorlopende monitoring moest uitvaardigen, bestonden er op de peildatum alleen als consultatieversie. De Hoge Raad heeft de vraag of de wet verplicht tot het bewaren van een volledige kopie van het identiteitsbewijs met pasfoto in maart 2026 aan het Hof van Justitie voorgelegd. En de Raad van State waarschuwde in augustus 2026 bij de Implementatiewet, die de Wwft gaat vervangen, opnieuw voor privacy- en discriminatierisico's bij grootschalige gegevensverwerking. Wat de AMLR (de Europese anti-witwasverordening) verder per onderwerp verandert, staat op de pagina AMLR uitgelegd.
Veelgestelde vragen
Mag mijn bank mijn transacties monitoren zonder mij daarover te informeren?
Ja, de doorlopende monitoring van de zakelijke relatie is een wettelijke plicht en gebeurt zonder contactmoment. Naar huidig recht volgt die plicht uit artikel 3 lid 2 onder d Wwft, vanaf 10 juli 2027 uit artikel 26 van de antiwitwasverordening. De algemene informatieplicht blijft wel bestaan: de instelling moet in haar privacyverklaring en bij het aangaan van de relatie uitleggen dat en waarvoor zij gegevens verwerkt, en vanaf 10 juli 2027 verplicht artikel 76 lid 2 van de verordening haar uitdrukkelijk mee te delen dat de verwerking van bijzondere categorieën van gegevens is toegestaan. Wat geheim blijft, is het hoe: de werking en de triggers van het monitoringsysteem hoeven niet te worden prijsgegeven, en over een eventuele melding aan de FIU mag de instelling niets zeggen.
Welke persoonsgegevens moet een instelling minimaal verzamelen bij het cliëntenonderzoek?
Vanaf 10 juli 2027 somt artikel 22 van de antiwitwasverordening de minimumset op. Voor natuurlijke personen: alle voor- en achternamen, geboorteplaats en volledige geboortedatum, nationaliteiten, het nationale identificatienummer in voorkomend geval, de normale verblijfplaats en, indien beschikbaar, het fiscaal identificatienummer. Voor rechtspersonen: rechtsvorm en naam, zetel, land van oprichting, de juridische vertegenwoordigers en waar beschikbaar registratienummer, fiscaal nummer en LEI. Dat is de bodem; meer verzamelen mag alleen als het risico van de concrete cliënt dat draagt, en minder alleen in de vereenvoudigde route bij aantoonbaar lager risico.
Mag een instelling bijzondere persoonsgegevens verwerken, zoals gezondheid of politieke opvattingen?
Alleen voor zover strikt noodzakelijk voor het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering, en onder waarborgen. Vanaf 10 juli 2027 regelt artikel 76 van de antiwitwasverordening dit rechtstreeks: de instelling moet cliënten meedelen dat deze verwerking is toegestaan, de gegevens moeten uit betrouwbare bronnen komen en actueel zijn, besluiten op basis van die gegevens mogen niet tot bevooroordeelde en discriminerende resultaten leiden en de beveiliging moet van hoog niveau zijn. Voor strafrechtelijke gegevens komt daar bovenop dat zij betrekking moeten hebben op witwassen, basisdelicten of terrorismefinanciering, en dat de instelling onderscheid maakt tussen beschuldigingen, onderzoeken, procedures en veroordelingen. Naar huidig recht loopt dit via de AVG en de UAVG, met in de kern dezelfde uitkomst: een PEP-toets of sanctiescreening die gevoelige gegevens raakt mag, een dossier vol gevoelige gegevens die de witwastoets niet dragen niet.
Heb ik recht op inzage in het dossier dat een instelling in het kader van de Wwft over mij bijhoudt?
Gedeeltelijk. Het inzagerecht van artikel 15 AVG geldt ook hier, maar wijkt waar het de witwasbestrijding zou doorkruisen: de rechtbank Den Haag oordeelde in september 2024 dat de werking en de triggers van het transactiemonitoringsysteem geheim mogen blijven, en over meldingen aan de FIU en lopende beoordelingen mag de instelling op grond van het mededelingsverbod niets zeggen; art. 23 lid 3 Wwft laat het inzagerecht daarvoor uitdrukkelijk wijken. Wat u wel behoort te krijgen: een overzicht van de verwerkingen en de gewone gegevens in het dossier. Een categorische weigering van elk inzageverzoek is dus net zo onjuist als volledige openheid.
Hoe lang mag een instelling mijn gegevens bewaren na het einde van de relatie?
Vijf jaar, gerekend vanaf het einde van de zakelijke relatie of de occasionele transactie (en onder de verordening ook vanaf een weigering); dat is nu de termijn van artikel 33 en 34 Wwft en vanaf 10 juli 2027 die van artikel 77 van de antiwitwasverordening. Nieuw is dat de verordening er een uitdrukkelijke verwijderplicht achter zet: na de vijf jaar moeten de persoonsgegevens worden verwijderd. Alleen een bevoegde autoriteit kan per geval een langere bewaring verlangen, met een maximum van nog eens vijf jaar.
Mag een instelling een volledige kopie van mijn identiteitsbewijs met pasfoto bewaren?
Dat is op dit moment de scherpste open vraag van dit onderwerp. De Hoge Raad oordeelde in zijn tussenarrest van 13 maart 2026 dat het enkele opslaan van een pasfoto geen biometrisch gegeven is, maar heeft op 12 juni 2026 vier vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd: of het vastleggen van een gezichtsfoto voor identificatie toch een biometrisch gegeven is, of de vierde antiwitwasrichtlijn tot het bewaren van een afschrift van het identiteitsbewijs verplicht, of dat de foto omvat, en of een herkenbare foto een gegeven is waaruit ras of etnische afkomst blijkt. Tot het Hof antwoordt, is terughoudendheid verstandig: bewaar wat de wet aantoonbaar eist. Een verwijzing in plaats van een kopie is pas vanaf 10 juli 2027 een wettelijke optie, die artikel 77 lid 2 van de antiwitwasverordening dan uitdrukkelijk toestaat.
Hoe vaak moet een instelling het cliëntdossier actualiseren?
Vanaf 10 juli 2027 kent artikel 26 lid 2 van de antiwitwasverordening voor het eerst harde plafonds: uiterlijk elk jaar bij cliënten met een hoger risico en uiterlijk elke vijf jaar bij alle andere cliënten. Daarnaast geldt een gebeurtenisgedreven plicht: evalueren wanneer de relevante omstandigheden van de cliënt veranderen, wanneer er in het kalenderjaar toch al een wettelijk contactmoment is, of wanneer de instelling kennis krijgt van een relevant feit. De eerste twee triggers kent artikel 3 lid 10 Wwft nu al; het relevante feit is nieuw. Actualiseren is daarbij bijwerken wat veranderd is, niet het dossier opnieuw opbouwen.
Mag een instelling kunstmatige intelligentie gebruiken voor transactiemonitoring?
Ja, onder voorwaarden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven maakte in de bunq-zaak van oktober 2022 al duidelijk dat een datagedreven aanpak van cliëntenonderzoek en monitoring niet ontoereikend is enkel omdat zij afwijkt van een individuele uitvraag per cliënt; over machine learning heeft het College zich daarbij niet uitgesproken, en het Hof van Justitie verbiedt zelflerende systemen bij de geautomatiseerde voorbeoordeling van iedereen (Ligue des droits humains, 2022). Vanaf 10 juli 2027 stelt artikel 76 lid 5 van de antiwitwasverordening drie eisen: de systemen verwerken alleen gegevens die voor het cliëntenonderzoek zijn verkregen, elk besluit over de relatie is onderworpen aan beduidende menselijke tussenkomst, en de cliënt kan uitleg krijgen en het besluit aanvechten, behalve waar het een melding aan de FIU betreft. De conceptrichtsnoeren van de AMLA voegen daaraan toe dat monitoringsystemen uitlegbaar, getest, gedocumenteerd en proportioneel moeten zijn.
Mag een instelling mijn Wwft-gegevens gebruiken voor marketing of andere doeleinden?
Nee. Vanaf 10 juli 2027 is dat met zoveel woorden verboden: artikel 76 lid 4 van de antiwitwasverordening bepaalt dat persoonsgegevens die op basis van de verordening zijn verzameld uitsluitend worden verwerkt om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen, en verbiedt verwerking voor commerciële doeleinden. Ook naar huidig recht ontbreekt voor zulk hergebruik doorgaans een grondslag: de gegevens zijn verzameld ter nakoming van een wettelijke plicht, niet voor de commerciële relatie. Voor trustkantoren is het nu al met zoveel woorden verboden (artikel 40 Wtt 2018).