TRNKL
UBO bepalen: op welke wetsartikelen de verplichting rust
Art. 3 Wwft en art. 3 Uitvoeringsbesluit tot 10 juli 2027 · art. 20 en 51 tot en met 64 AMLR daarna · plus het register en de gronden buiten het antiwitwasrecht
Meer dan 25 procent wordt 25 procent of meer

UBO bepalen: de wettelijke grondslagen

De vraag wie de uiteindelijk belanghebbende is (onder de AMLR: de uiteindelijk begunstigde), lijkt een vraag naar een percentage. Dat is zij niet. De verplichting rust niet op een artikel maar op een keten: het cliëntenonderzoek van art. 3 Wwft, de categorieën per rechtsvorm van art. 3 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, de plicht van de entiteit zelf om haar uiteindelijk belanghebbenden in te winnen en bij te houden (art. 10b Wwft), de registratie daarvan in het handelsregister (art. 15a Handelsregisterwet 2007), de terugmeldplicht van art. 10c Wwft en de flankerende gronden daarbuiten, van sanctieregelgeving tot de Wet Bibob. Per 10 juli 2027 schuift die hele keten voor de sectoren op deze pagina: de Europese antiwitwasverordening spreekt van de uiteindelijk begunstigde, trekt de drempel van meer dan 25 procent naar 25 procent of meer, schrijft voor het eerst een rekenregel voor meerlaagse structuren voor en verlangt bij de terugvaloptie een gemotiveerde verklaring van de entiteit zelf. De uitkomst van de UBO-bepaling ligt daarmee in de verordening zelf vast en is niet via een technische reguleringsnorm te veranderen; alleen de Commissie kan de drempel nog verlagen, bij gedelegeerde handeling na een beoordeling die uiterlijk op 10 juli 2029 moet zijn gedaan. Wat verder openligt is de bewijslast eromheen, in technische reguleringsnormen waarvan ik op de peildatum geen vaststelling heb gevonden. Buiten de Unie beweegt het intussen de andere kant op: FinCEN liet de meldplicht voor in de Verenigde Staten opgerichte vennootschappen op 11 augustus 2026 definitief vervallen. Wat u hier vindt: per onderwerp huidig en komend recht naast elkaar, de ketenberekening voorgerekend met uitgewerkte voorbeelden, hoe andere landen het doen (wie er nog in het register mag kijken sinds het Hof van Justitie de verplichte openbare toegang ongeldig verklaarde, en wie daar als uiteindelijk belanghebbende geldt), en per sector antwoord op de vraag wat u doet met klanten die straks een andere UBO hebben dan vandaag. Naar mijn mening behandelt u die overgang het beste als een datavraag op uw bestaande klantportfolio en niet als een herbeoordelingsronde.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🧭
Waarom 25 procent, en waarom dat geen wettelijke definitie is
Art. 1 Wwft kent geen percentage · art. 3 Uitvoeringsbesluit wel · de pseudo-UBO als hoge uitzondering · de cijferlijn
AMLR · VANAF 10 JULI 2027
🇪🇺
De UBO onder de AMLR, en de termijn die al verstreken is
Art. 20, 51 tot en met 54 en 63 · 25 procent of meer · ketenberekening · art. 78 AMLD6 stelde 10 juli 2026
RECHTSVERGELIJKING
🌐
Hoe andere landen het doen
Wie mag het register zien na Sovim · wie geldt als UBO · drempels, verificatie en bewijsstukken vergeleken
SPOOR 1
🏦
Financiële instellingen en kansspelen
Doorlopende relaties en gestructureerde CDD-data: veel dossiers veranderen van uitkomst en dat is machinaal vindbaar
🏛
Sector 1 · DNB
Banken en betaaldienstverleners
🪙
Sector 2 · AFM
Aanbieders van cryptoactivadiensten
🛡
Sector 3 · DNB en AFM
Levensverzekeraars en bemiddelaars in levensverzekeringen
🎰
Sector 4 · Ksa
Speelcasino's en kansspelaanbieders
SPOOR 2
💼
Beroepsbeoefenaren, vastgoed en trustdiensten
Overwegend opdrachtgebonden, met de trustsector als uitzondering en zwaarste norm
📜
Sector 5 · BFT
Notarissen
Sector 6 · de deken
Advocaten
🧾
Sector 7 · BFT
Accountants en administratiekantoren
🧮
Sector 8 · BFT
Belastingadviseurs
🏠
Sector 9 · DFEI
Makelaars, taxateurs en bemiddelaars in onroerende zaken
🏢
Sector 10 · DNB
Trustkantoren en corporate service providers
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Waarop de plicht om de UBO te bepalen werkelijk rust

De vraag wie de uiteindelijk belanghebbende is, lijkt een vraag naar een percentage. Dat is zij niet. De wettelijke definitie in artikel 1 lid 1 Wwft noemt geen enkel getal en spreekt van de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt. Het getal 25 komt pas in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, en De Nederlandsche Bank noemt die regel uitdrukkelijk indicatief bedoeld. Naast de drempelroute staat in dezelfde bepaling een route via andere middelen, waaronder de consolidatievoorwaarden van artikel 2:406 van het Burgerlijk Wetboek, en bij de overige rechtspersoon en de personenvennootschap zelfs een route zonder enige drempel: het kunnen uitoefenen van feitelijk zeggenschap. Wie de UBO-vraag als rekensom behandelt, slaat daarmee de helft van de wet over.

De verplichting rust bovendien niet op een artikel maar op een keten. Het cliëntenonderzoek van artikel 3 Wwft bepaalt dat u de uiteindelijk belanghebbende identificeert en redelijke maatregelen neemt om diens identiteit te verifiëren, met vastlegging van de genomen maatregelen en de ondervonden moeilijkheden. Artikel 4 lid 2 verplicht bij een nieuwe relatie tot raadpleging van het register, terwijl artikel 3 lid 15 verbiedt zich daar uitsluitend op te verlaten. Artikel 10b legt de inwinplicht bij de entiteit zelf en artikel 10c verplicht u verschillen terug te melden. Daarnaast bestaan er verplichtingsgronden buiten het antiwitwasrecht, met eigen begrippen en eigen drempels: het sanctieregime met een eigendomscriterium van meer dan 50 procent naast een zeggenschapscriterium zonder ondergrens, de Wet Bibob met het zakelijk samenwerkingsverband en zonder enige drempel, en de deelnemingsregels van de Wet op het financieel toezicht vanaf 10 respectievelijk 3 procent.

Per 10 juli 2027 schuift die hele keten. De antiwitwasverordening spreekt van de uiteindelijk begunstigde, hanteert een drempel van 25 procent of meer, schrijft voor het eerst voor hoe indirecte belangen in meerlaagse structuren moeten worden berekend, en bepaalt dat de zeggenschapsroute parallel aan de eigendomsroute wordt vastgesteld in plaats van als terugval. De terugvaloptie zelf wordt een gedocumenteerde verklaring met motivering, en de kring van hogere leidinggevenden is daarbij enger omschreven dan het Nederlandse hoger leidinggevend personeel. Voor de registers gold een eerdere termijn dan vaak wordt gedacht: de toegangsbepalingen van de richtlijn moesten al op 10 juli 2026 zijn omgezet. Deze flowchart zet per onderwerp huidig en komend recht naast elkaar en werkt de ketenberekening van artikel 52 lid 1 uit met rekenvoorbeelden: binnen elke keten vermenigvuldigen, over ketens optellen, en toetsen op elk eigendomsniveau. Verder vergelijkt zij hoe andere landen het na het Sovim-arrest hebben geregeld, en beantwoordt zij per sector de vraag wat u doet met klanten die straks een andere uiteindelijk belanghebbende hebben dan vandaag. Het advies voor de aanloop is in alle sectoren hetzelfde: behandel de overgang als een datavraag en niet als een herbeoordelingsronde. Vier zoekopdrachten op het bestaande klantportfolio laten de omvang zien zonder dat er een dossier opengaat. De uitkomst wordt vastgelegd als tag per regime en niet als een UBO-veld dat later wordt overschreven, zodat op de overgangsdatum de processen van de ene tag naar de andere schakelen. Voorwaarde is wel dat die tags reproduceerbaar zijn uit gegevens die er toch al zijn: het percentage als getal, de gelopen route en de keten. Is dat niet zo, dan is het alsnog handwerk. En taggen mag in de eigen administratie, niet in het handelsregister: een vooruitlopende inschrijving levert formeel een discrepantie op in de zin van artikel 10c van de Wwft. Per sector staat erbij waar de nadruk ligt: bij banken en trustkantoren op het datamodel en het volume, bij notarissen, advocaten en makelaars op het dossiersjabloon voor de eerstvolgende opdracht. De handvatten vullen uw eigen argumentatie aan en zijn geen bindend advies; de vaststelling blijft bij uw instelling en wordt gedaan of gecontroleerd door een natuurlijk persoon.

Een overzicht van de AMLR (de Europese anti-witwasverordening) en wat er per 10 juli 2027 per onderwerp verandert, staat op de pagina AMLR uitgelegd.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik een indirect belang in een keten van vennootschappen?
Onder het huidige recht schrijft het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 geen rekenregel voor: er wordt in de praktijk per keten gekeken en er wordt niet opgeteld over verschillende ketens. Vanaf 10 juli 2027 staat de regel wel in de wet. Artikel 52 lid 1 van de antiwitwasverordening bepaalt dat de indirecte eigendom wordt berekend door de belangen van de tussenliggende entiteiten in de keten met elkaar te vermenigvuldigen en de uitkomsten van de verschillende ketens bij elkaar op te tellen, tenzij artikel 54 van toepassing is, en dat daarbij op elk eigendomsniveau wordt gekeken. Een voorbeeld: wie 50 procent houdt in twee holdings die elk 25 procent van de cliënt houden, komt per keten op 12,5 procent en opgeteld op precies 25,00 procent, en is daarmee vanaf die datum wel uiteindelijk begunstigde en vandaag niet.
Welke gegevens heb ik nodig om te bepalen of iemand UBO is?
Ten minste drie dingen. De datum waarop de beoordeling moet gelden, want tot en met 9 juli 2027 geldt de Wwft met de norm meer dan 25 procent en daarna de antiwitwasverordening met de norm 25 procent of meer. De rechtsvorm van de cliënt, want die bepaalt welk onderdeel van artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 geldt en welke routes er zijn. En het antwoord op de vraag of iemand langs een andere weg dan het percentage zeggenschap kan uitoefenen, bijvoorbeeld via statuten, een aandeelhoudersovereenkomst, een benoemings- of vetorecht, de consolidatievoorwaarden of feitelijk gezag; die route kent geen drempel. Gaat de vraag over een percentage, dan is daarnaast de volledige keten nodig, met per laag het gehouden belang, omdat anders het indirecte belang niet is te berekenen.
Wat is een UBO en waar staat dat in de wet?
De uiteindelijk belanghebbende is volgens artikel 1 lid 1 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. In die definitie staat geen enkel percentage. Het getal 25 komt pas in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, dat op grond van artikel 1 lid 3 Wwft per rechtsvorm aanwijst wie in elk geval als uiteindelijk belanghebbende moet worden aangemerkt. De Nederlandsche Bank noemt die 25-procentregel uitdrukkelijk indicatief bedoeld.
Geldt de 25-procentdrempel ook bij precies 25 procent?
Vandaag niet, vanaf 10 juli 2027 wel. Het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 spreekt van meer dan 25 procent, dus een aandeelhouder met exact 25,00 procent is naar huidig recht geen uiteindelijk belanghebbende via de eigendomsroute. Artikel 52 lid 1 van de antiwitwasverordening spreekt van 25 procent of meer. Een vennootschap met vier aandeelhouders van elk 25 procent heeft vandaag dus geen eigendoms-UBO en valt terug op het hoger leidinggevend personeel, en heeft op 10 juli 2027 vier uiteindelijk begunstigden. Let wel op de zeggenschapsroute: die kent ook nu al geen drempel.
Mijn begunstigde bij een levensverzekering is een stichting. Moet ik de UBO daarvan vaststellen?
Naar huidig recht meestal niet, vanaf 10 juli 2027 wel. Artikel 3a lid 1 onder a van de Wwft laat u de naam vastleggen indien de begunstigde als met name genoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon of juridische constructie is geïdentificeerd, en artikel 3a lid 2 eist bij uitbetaling verificatie van de identiteit van die begunstigde. De personen achter een rechtspersoon als begunstigde komen naar huidig recht maar op twee plaatsen in beeld: bij de toets of de begunstigde of diens uiteindelijk belanghebbende een politiek prominente persoon is (artikel 8 lid 7 onder a) en bij overdracht van de polis aan een derde (artikel 3a lid 3). Artikel 47 tweede alinea van de antiwitwasverordening maakt daar een algemene regel van: bij uitbetaling wordt de identiteit geverifieerd van de begunstigden en, in voorkomend geval, van hun uiteindelijk begunstigden. Selecteer die polissen daarom nu, want een polisadministratie kent doorgaans geen veld voor de rechtsvorm van de begunstigde. Artikel 47 en artikel 44 gelden bovendien voor levensverzekeringen en andere beleggingsverzekeringen, terwijl de Wwft alleen van de levensverzekering spreekt.
Wanneer mag ik terugvallen op een pseudo-UBO?
Pas na uitputting van alle mogelijke middelen en alleen als er geen gronden voor verdenking bestaan. Het Bureau Financieel Toezicht formuleert het scherp: in beginsel moet altijd een uiteindelijk belanghebbende worden vastgesteld, en bij twijfel prevaleert de natuurlijke persoon met eigendom of zeggenschap boven het hoger leidinggevend personeel, omdat de uitzondering anders de hoofdregel wordt. Artikel 3 lid 2 onderdeel b Wwft verplicht bovendien om de genomen maatregelen en de ondervonden moeilijkheden vast te leggen. Een dossier waarin alleen de uitkomst pseudo-UBO staat, voldoet dus niet.
Mag ik afgaan op het UBO-register?
Raadplegen is verplicht, erop vertrouwen is verboden. Artikel 4 lid 2 Wwft verplicht bij een nieuwe zakelijke relatie tot een bewijs van inschrijving en tot vaststelling of de uiteindelijk belanghebbenden zijn opgenomen. Artikel 3 lid 15 Wwft bepaalt dat instellingen zich niet uitsluitend op de informatie in het handelsregister of in het trustregister verlaten. Bij een verschil is de uitkomst van uw eigen cliëntenonderzoek leidend, en het verschil moet u terugmelden aan de Kamer van Koophandel op grond van artikel 10c Wwft.
Wie heeft sinds het Sovim-arrest nog toegang tot het UBO-register?
In Nederland geven artikel 22a lid 1 van de Handelsregisterwet 2007 en de daarop gebaseerde regels toegang aan Wwft-instellingen en aan instellingen onder de Sanctiewet 1977. Voor andere partijen met een aantoonbaar legitiem belang moet dat bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, en die AMvB is er nog niet. Het Hof van Justitie verklaarde op 22 november 2022 alleen de verplichte toegang voor het algemene publiek ongeldig; de toegang van bevoegde autoriteiten, de FIU en poortwachters raakte het arrest niet, en het verplichtte lidstaten niet tot sluiting.
Wat verandert er op 10 juli 2027 aan de UBO-bepaling?
Vier dingen. De drempel wordt 25 procent of meer in plaats van meer dan 25 procent. Er komt voor het eerst een rekenregel voor meerlaagse structuren: binnen een keten vermenigvuldigen, over ketens optellen, en toetsen op elk eigendomsniveau. De zeggenschapsroute moet parallel aan de eigendomsroute worden vastgesteld en niet pas als de eigendomsroute niets oplevert. En de terugvaloptie wordt een gedocumenteerde verklaring met motivering, waarbij de hogere leidinggevende enger is omschreven dan het Nederlandse hoger leidinggevend personeel: alleen uitvoerende bestuurders en wie verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding.
Wat doe ik met klanten die straks een andere UBO hebben?
Vaststellen mag niet vooruitlopend: tot 10 juli 2027 is de Wwft het toetsingskader, dus u mag de UBO onder de verordening niet in plaats van de huidige uiteindelijk belanghebbende vaststellen. Naast elkaar vastleggen mag wel. Laat de entiteit vooral niets alvast in het register inschrijven: dan staat er iemand in die naar huidig recht geen uiteindelijk belanghebbende is, en dat is formeel een discrepantie die u zou moeten terugmelden. Herbeoordelen is niet verplicht, want artikel 3 lid 10 Wwft knoopt voor verplichte actualisering aan bij veranderde relevante omstandigheden van de cliënt of een verplicht contactmoment over de uiteindelijk begunstigde, en een wetswijziging is geen van beide. Naar mijn mening is de verstandigste route om de omvang van het probleem nu als datavraag te bepalen en de herbeoordeling in de reguliere cyclus mee te nemen.
Waarom hanteert het sanctieregime 50 procent en de Wwft 25 procent?
Omdat het andere vragen zijn. De Wwft vraagt wie de uiteindelijke eigenaar of zeggenschaphebbende is, en hanteert daarvoor een indicatieve drempel. Het sanctieregime vraagt of een gesanctioneerde partij een entiteit bezit of controleert, en hanteert daarvoor een eigendomscriterium van meer dan 50 procent naast een zeggenschapscriterium met een open indicatorenlijst. Dat tweede criterium kent geen ondergrens, zodat het sanctieregime in de praktijk vaak verder reikt dan de Wwft ondanks de hogere drempel. Vanaf 10 juli 2027 staat die toets in artikel 20 lid 1 onder d van de antiwitwasverordening, binnen het cliëntenonderzoek.
Moet ik een verschil met het register terugmelden?
Ja. Artikel 10c lid 1 Wwft verplicht een instelling melding te doen aan de Kamer van Koophandel van iedere discrepantie die zij aantreft tussen een gegeven over een uiteindelijk belanghebbende dat zij uit het handelsregister of uit het trustregister heeft gekregen en haar eigen bevindingen. Die plicht geldt dus voor beide registers. Van de terugmeldingen in de periode voor de sluiting van het register leidde ongeveer 19 procent tot aanpassing.
Wie houdt toezicht op de UBO-verplichting van mijn instelling?
Dat regelt artikel 1d Wwft. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op banken, betaaldienstverleners, levensverzekeraars en trustkantoren; de Autoriteit Financiële Markten op bemiddelaars in levensverzekeringen en op aanbieders van cryptoactivadiensten die geen bank of elektronischgeldinstelling zijn; het Bureau Financieel Toezicht op notarissen, accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren; de deken op advocaten; de minister van Financiën, feitelijk de Dienst Financieel-Economische Integriteit, op makelaars en taxateurs; en de Kansspelautoriteit op kansspelaanbieders. Voor de registratieplicht in het handelsregister ligt de handhaving bij de Dienst Financieel-Economische Integriteit.