Achtergrond
Pensioen en partneralimentatie bij scheiding: twee stromen in beweging
Na een scheiding lopen twee inkomensstromen door die losstaan van de boedelverdeling: het pensioen en de partneralimentatie. Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, wordt standaard verevend, zodat de ex-partner recht heeft op de helft van dat deel (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, de Wvps, geldend sinds 1 mei 1995); voor scheidingen van daarvoor geldt nog de verrekening volgens Boon/Van Loon. De verevening staat los van het huwelijksgoederenregime en geldt dus zowel bij de algehele gemeenschap van voor 2018 als bij de beperkte gemeenschap vanaf 2018. Meld de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder voor rechtstreekse uitbetaling; te laat melden laat het vereveningsrecht niet vervallen, maar wel het recht op rechtstreekse uitbetaling (art. 2 lid 6 Wvps). Een klassieke valkuil is dat koude uitsluiting in de huwelijkse voorwaarden de verevening niet uitsluit: daarvoor is een uitdrukkelijke uitsluiting van de Wvps nodig (art. 2 lid 1 Wvps; voor huwelijkse voorwaarden van vóór 1 mei 1995: art. 11 Wvps). Naast de verevening ontstaat een bijzonder partnerpensioen voor het overlijdensgeval, en bij een directeur-grootaandeelhouder met pensioen in eigen beheer speelt de afstortingsplicht, met het delen van een tekort bij onderdekking (postrelationele solidariteit).
Deze flowchart, deel 6 van de reeks Trouwen en scheiden (formeel: de reeks Huwelijksvermogensrecht), is het meest bewegende deel. Aan de alimentatiekant is de duur sinds 1 januari 2020 in beginsel beperkt tot de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar, met uitzonderingen voor lange huwelijken nabij de AOW, huwelijken met jonge kinderen en een overgangsregeling voor wie op of voor 1 januari 1970 is geboren; die laatste vervalt per 1 januari 2027. De hoogte volgt uit behoefte en draagkracht, berekend via de Tremanormen, met een indexering van 4,6 procent in 2026. De alimentatie eindigt bij samenleven als waren zij gehuwd (art. 1:160 BW), een begrip dat de Hoge Raad restrictief uitlegt. Fiscaal is betaalde partneralimentatie aftrekbaar tegen maximaal 37,56 procent (2026) en belast bij de ontvanger, met doorwerking naar toeslagen; kinderalimentatie is neutraal. Wie afziet van pensioenverevening zonder compensatie, doet mogelijk een schenking. En op komst is de Wet pensioenverdeling bij scheiding, die conversie tot standaard maakt (beoogd 2028), gekoppeld aan de Wtp-transitie. Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit, bevat bewust geen rekenhulp en is geen juridisch of fiscaal advies en geen mediation; een concrete berekening vraagt maatwerk van een advocaat, mediator of financieel adviseur.
Veelgestelde vragen
Hoe wordt pensioen verdeeld bij een scheiding?
Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, wordt bij scheiding standaard verevend: de ex-partner heeft recht op de helft van dat deel (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, de Wvps, geldend sinds 1 mei 1995). Verevening staat los van het huwelijksgoederenregime en geldt dus zowel bij de algehele gemeenschap van voor 2018 als bij de beperkte gemeenschap vanaf 2018. Voor scheidingen van voor 1 mei 1995 geldt nog de oudere Boon/Van Loon-regeling. Naast het ouderdomspensioen krijgt de ex-partner een bijzonder partnerpensioen voor het geval de ander overlijdt.
Wat moet ik doen om mijn deel van het pensioen te krijgen?
Meld de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder van uw ex met het formulier mededeling van scheiding. Doet u dat op tijd, dan betaalt de uitvoerder uw deel later rechtstreeks aan u uit. Meldt u te laat, dan vervalt uw recht op verevening niet: u houdt uw aanspraak jegens uw ex-partner, maar de uitvoerder hoeft niet meer rechtstreeks aan u uit te keren, zodat u het bij uw ex moet halen (art. 2 lid 6 Wvps). Melden binnen de termijn is dus vooral van belang voor de rechtstreekse en zekere uitbetaling.
Wat is bijzonder partnerpensioen?
Het bijzonder partnerpensioen is het deel van het partnerpensioen waarop de ex-partner recht houdt voor het geval de pensioengerechtigde overlijdt. Het gaat om het partnerpensioen dat tot de scheidingsdatum is opgebouwd, inclusief de voorhuwelijkse opbouw (art. 57 Pensioenwet). Anders dan de verevening van het ouderdomspensioen, die tijdens het leven van beiden speelt, komt het bijzonder partnerpensioen pas tot uitkering bij overlijden. De ex-partners kunnen hierover ook afwijkende afspraken maken.
Moet een DGA zijn pensioen in eigen beheer afstorten bij scheiding?
In beginsel wel. Heeft een directeur-grootaandeelhouder pensioen in eigen beheer opgebouwd, dan heeft de ex-partner in beginsel recht op afstorting van het kapitaal voor haar deel bij een externe verzekeraar, op grond van de redelijkheid en billijkheid (HR 9 februari 2007). Dat is alleen anders als de dga stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat de benodigde middelen ook niet elders zijn vrij te maken zonder de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar te brengen; het gebrek aan liquide middelen als zodanig is niet genoeg. Is er onvoldoende kapitaal om beide aanspraken te dekken, dan wordt het tekort in beginsel gedeeld (postrelationele solidariteit, HR 14 april 2017). De aanspraak wordt bepaald naar de scheidingsdatum, de commerciële waarde van de koopsom naar het afstortingsmoment (HR 14 februari 2020).
Hoelang moet ik partneralimentatie betalen?
Voor verzoeken vanaf 1 januari 2020 is de partneralimentatie in beginsel beperkt tot de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. Er zijn uitzonderingen die tot een langere duur leiden: bij lange huwelijken waarbij de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, bij huwelijken met een uit het huwelijk geboren kind (totdat het jongste kind twaalf is), en een overgangsregeling voor wie op of voor 1 januari 1970 is geboren. Die laatste uitzondering vervalt per 1 januari 2027. Voor verzoeken van voor 2020 gold nog de oude termijn van twaalf jaar.
Wanneer stopt de partneralimentatie?
De partneralimentatie eindigt van rechtswege als de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd (art. 1:160 BW). De Hoge Raad legt dat begrip samenleven restrictief uit: er moet sprake zijn van een affectieve relatie van duurzame aard met wederzijdse verzorging, samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (HR 22 april 2016). Samenwonen met een ander die zelf nog gehuwd is valt er niet onder zolang dat huwelijk voortduurt; de rechter mag die samenleving wel meewegen bij de behoefte (HR 13 juli 2001). Daarnaast eindigt de alimentatie door het verstrijken van de termijn, door overlijden of door een nieuwe rechterlijke beslissing bij gewijzigde omstandigheden.
Is partneralimentatie aftrekbaar en belast?
Ja. Betaalde partneralimentatie is voor de betaler aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek, in 2026 tegen een tarief van maximaal 37,56 procent, en is bij de ontvanger belast in box 1. Een afkoopsom van partneralimentatie is eveneens aftrekbaar bij de betaler en belast bij de ontvanger. Kinderalimentatie is fiscaal neutraal: niet aftrekbaar en niet belast. Omdat ontvangen partneralimentatie het verzamelinkomen verhoogt, werkt zij door in inkomensafhankelijke toeslagen en regelingen.
Wat verandert er met de Wet pensioenverdeling bij scheiding?
De Wet pensioenverdeling bij scheiding (wetsvoorstel 35287) moet de Wvps vervangen en maakt conversie tot standaard: het aandeel van de ex-partner wordt dan omgezet in een eigen, zelfstandig pensioenrecht, zodat de ex niet langer afhankelijk is van het in leven zijn en de keuzes van de ander. Het wetsvoorstel is na jaren nog aanhangig; de beoogde inwerkingtreding is inmiddels 1 januari 2028, gekoppeld aan het einde van de Wtp-transitie, met een derde nota van wijziging die begin 2027 in consultatie gaat. Tot die tijd blijft de Wvps van 1995 geldend recht.