TRNKL
Het pensioenstelsel: van vaste belofte naar persoonlijk vermogen
Drie pijlers en het FTK · de Wet toekomst pensioenen · invaren, compensatie en toezicht · wat de pensioengerechtigde ervan merkt
Meer dan de helft van Nederland is al over; uiterlijk 1 januari 2028 elke regeling

Het pensioenstelsel: van vaste belofte naar persoonlijk vermogen

Nederland vervangt tussen 2023 en 2028 het grootste kapitaalgedekte pensioenstelsel van de Europese Unie. De aanspraak op een vaste uitkering maakt plaats voor een persoonlijk pensioenvermogen dat meebeweegt met de beleggingen, en ruim 1600 miljard euro aan collectief vermogen wordt daarbij opnieuw verdeeld. Deze flowchart legt het stelsel analytisch uit in drie delen: hoe het pensioen tot de transitie werkt en waarom het knelde, hoe de overgang naar de Wet toekomst pensioenen verloopt (de contracten, het invaren, de compensatie en het toezicht), en wat de pensioengerechtigde er concreet van merkt: in de uitkering, de toeslagen, het nabestaandenpensioen en de rechtsbescherming.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🏛️
Achtergrond: waarom het stelsel verandert
Drie pijlers · de niet waargemaakte indexatieverwachting · het pensioenakkoord · de cijfers van de transitie
GRONDSLAG
⚖️
De Wet toekomst pensioenen als anker
Alleen nog premieregelingen · afschaffing doorsneesystematiek · invaren als standaard · het fiscale kader
DEEL 1
🏗️
Wat er nu is
Het stelsel tot de transitie, en waarom het knelde
🧱
Stap 1
Drie pijlers: AOW, werk en eigen aanvulling
📐
Stap 2
De uitkeringsovereenkomst en het FTK
🧩
Stap 3
Waarom het knelde: vier breuklijnen
🧭
Stap 4
Wat blijft: de vaste grond onder het stelsel
DEEL 2
⛴️
Wat er komt
De contracten, het invaren en het toezicht, 2023-2028
📃
Stap 1
Twee contracten: solidair en flexibel
🤝
Stap 2
Besluitvorming: transitieplan, hoorrecht, compensatie
Stap 3
Invaren: het vermogen wordt verdeeld
🗓️
Stap 4
Tijdlijn en toezicht: wie is over, wie volgt
DEEL 3
👤
Wat u ervan merkt
De uitkering, de doorwerking, de keuzes en het verweer
📈
Stap 1
De uitkering beweegt mee
🧮
Stap 2
Doorwerking: AOW, belasting en toeslagen
🔀
Stap 3
Nabestaanden en keuzes
🛡️
Stap 4
Rechtsbescherming en praktijk
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Hoe werkt het pensioenstelsel en wat verandert er?

Het Nederlandse pensioen rust op drie pijlers: de AOW als basisvoorziening, het aanvullende pensioen via de werkgever en individuele aanvullingen zoals lijfrentes. De tweede pijler, met ruim 1600 miljard euro belegd vermogen, wordt tussen 2023 en uiterlijk 1 januari 2028 volledig verbouwd door de Wet toekomst pensioenen. De uitkeringsovereenkomst met dekkingsgraden en rekenrente maakt plaats voor premieregelingen met een persoonlijk pensioenvermogen: de premie staat vast, de uitkomst beweegt mee met de beleggingen. De doorsneesystematiek verdwijnt, het nabestaandenpensioen wordt gestandaardiseerd en bestaande aanspraken gaan via invaren over naar het nieuwe contract. Deze flowchart volgt het stelsel in drie delen: hoe het pensioen tot de transitie werkt en waarom het knelde, hoe de overgang verloopt (de solidaire en flexibele premieregeling, het transitieplan met hoorrecht en compensatie, het invaren onder toezicht van DNB en AFM) en wat de pensioengerechtigde er concreet van merkt.

Voor de pensioengerechtigde is de kern van de ruil: eerder perspectief op verhoging, maar ook een reëel risico op verlaging, gedempt door spreiding en de solidariteitsreserve. Bij de fondsen die per 1 januari 2026 overgingen kregen ruim een miljoen gepensioneerden een structurele verhoging van circa 8 tot ruim 20 procent. Daar staat tegenover dat het individuele bezwaarrecht bij invaren is vervallen en de rechtsbescherming langs collectieve waarborgen loopt: het hoorrecht, de evenwichtigheidstoets en uiteindelijk de rechter. De flowchart is geschreven voor de pensioengerechtigde die wil begrijpen wat er met zijn pensioen gebeurt, en bruikbaar als naslagwerk voor wie beroepsmatig met de transitie werkt. Alle stappen zijn herleidbaar tot openbare bronnen, met de wetsgeschiedenis van de Wet toekomst pensioenen, het Besluit toekomst pensioenen en de publicaties van DNB, AFM, CPB en Netspar als kern.

Veelgestelde vragen

Wat is de Wet toekomst pensioenen (Wtp)?
De Wet toekomst pensioenen is de grootste herziening van het Nederlandse aanvullende pensioen in decennia, in werking sinds 1 juli 2023. Het stelsel kent voortaan alleen nog premieregelingen: iedere deelnemer bouwt een persoonlijk pensioenvermogen op met een leeftijdsonafhankelijke premie. De doorsneesystematiek en de uitkeringsovereenkomst met dekkingsgraden en rekenrente verdwijnen, het nabestaandenpensioen wordt gestandaardiseerd en het fiscale kader gaat uit van een premiegrens. Alle bestaande regelingen moeten uiterlijk 1 januari 2028 zijn overgezet.
Wat betekent invaren?
Invaren is het omzetten van al opgebouwde pensioenaanspraken en ingegane pensioenen naar de nieuwe premieregeling, via een interne collectieve waardeoverdracht. Het collectieve fondsvermogen wordt daarbij verdeeld over persoonlijke pensioenvermogens, eventueel na vulling van een solidariteits- of risicodelingsreserve en compensatie. Invaren is het wettelijke standaardpad: sociale partners verzoeken erom, tenzij het tot onevenwichtige uitkomsten leidt. Voor de omrekening bestaan twee wettelijke methodes (de standaardmethode en de vba-methode) en De Nederlandsche Bank toetst elk invaarbesluit vooraf.
Kan ik bezwaar maken tegen invaren?
Nee, niet individueel. Het individuele bezwaarrecht dat normaal bij een collectieve waardeoverdracht geldt (artikel 83 Pensioenwet) is bij invaren buiten toepassing verklaard. Daarvoor in de plaats kwamen collectieve waarborgen: een hoorrecht voor verenigingen van gepensioneerden en gewezen deelnemers, versterkte medezeggenschap, de norm van evenwichtige belangenafweging en de toets van De Nederlandsche Bank. Wie het met de persoonlijke uitkomst oneens is, kan een klacht indienen bij het fonds, daarna naar de Geschilleninstantie Pensioenfondsen, en uiteindelijk naar de civiele rechter. De eerste rechtszaken tegen invaren zijn tot nu toe door de rechter afgewezen.
Gaat mijn pensioen omhoog of omlaag in het nieuwe stelsel?
Het kan allebei. Bij de overgang zelf verhoogden veel fondsen de uitkeringen: per 1 januari 2026 zagen ruim een miljoen gepensioneerden hun pensioen structureel stijgen, van circa 8 tot ruim 20 procent afhankelijk van fonds en leeftijdsgroep. Daarna beweegt de uitkering jaarlijks mee met de beleggingsresultaten: eerder en vaker omhoog dan onder het oude stelsel, maar in slechte jaren ook omlaag. Fondsen dempen dat met spreiding van schokken over meerdere jaren en met de solidariteitsreserve. Modelberekeningen van Netspar laten zien dat de uitkering onder het solidaire contract, bij invaren rond een dekkingsgraad van 100 procent, in circa dertig procent van de jaren daalt en in de overige jaren gelijk blijft of stijgt. De pensioenuitkering kan dus ook dalen; een garantie is er niet meer.
Wanneer gaat mijn pensioenfonds over op het nieuwe stelsel?
Tussen 2023 en uiterlijk 1 januari 2028, per fonds op een eigen datum. Per 1 juli 2026 waren 42 fondsen en kringen over en bouwt meer dan de helft van de Nederlanders pensioen op of krijgt pensioen volgens de nieuwe regels; in 2027 volgen tientallen fondsen waaronder ABP per 1 januari 2027, waarmee naar verwachting circa 96 procent van de Nederlanders onder de nieuwe regels valt, en de laatste fondsen gaan uiterlijk 1 januari 2028 over. De eigen overgangsdatum staat op de website van het pensioenfonds en op werkenaanonspensioen.nl.
Wat verandert er aan het nabestaandenpensioen?
Het partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum wordt gestandaardiseerd: het is voortaan altijd een risicodekking van maximaal vijftig procent van het pensioengevend salaris, onafhankelijk van het aantal dienstjaren. Het wezenpensioen bedraagt maximaal twintig procent van het salaris per kind (voor volle wezen veertig procent), met een vaste eindleeftijd van maximaal 25 jaar. Belangrijk aandachtspunt: een risicodekking stopt in beginsel bij einde dienstverband; de wet regelt daarom een uitloopdekking van drie maanden na einde dienstverband (of de aansluitende WW-periode als die langer duurt) en fondsen bieden voortzettingsopties. Het partnerpensioen na de pensioendatum blijft een opgebouwde aanspraak.
Verandert de AOW ook?
Nee. De Wet toekomst pensioenen gaat over het aanvullende pensioen (de tweede pijler); de AOW blijft de basisvoorziening. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027 en stijgt in 2028 naar 67 jaar en 3 maanden (ook voor 2031 is de leeftijd vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden), volgens de wettelijke koppeling waarbij de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt per jaar dat de levensverwachting toeneemt. Het kabinetsvoornemen uit begin 2026 om de leeftijd per 2033 sneller te laten stijgen is op 26 mei 2026 ingetrokken.
Wat is het verschil tussen de solidaire en de flexibele premieregeling?
In de solidaire premieregeling belegt het fonds een collectief vermogen en verdeelt het de resultaten via toedelingsregels: jongeren krijgen meer overrendement en dus meer risico, ouderen meer beschermingsrendement; een verplichte solidariteitsreserve (maximaal vijftien procent van het vermogen) dempt schokken. In de flexibele premieregeling kiest de deelnemer binnen grenzen een eigen risicoprofiel en op de pensioendatum tussen een vaste of variabele uitkering; een risicodelingsreserve is daar optioneel, behalve bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. De meeste grote fondsen kozen voor het solidaire contract.