Nederland is binnen Europa de uitzondering: instellingen melden hier geen verdachte maar ongebruikelijke transacties, waarna FIU-Nederland als buffer beoordeelt wat werkelijk verdacht is. Die keuze uit 1993 was blijkens de memorie van toelichting principieel bedoeld: het oordeel verdacht is een politieel oordeel dat niet bij een financiële instelling thuishoort. Per 10 juli 2027 maakt de Europese antiwitwasverordening (AMLR) daar een einde aan: alle poortwachters, de voetbalsector uitgezonderd (2029), melden dan verdachte transacties, zodra zij weten, vermoeden of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat geldmiddelen of activiteiten met een misdrijf samenhangen (art. 69 AMLR). De objectieve drempelindicatoren verdwijnen en elke beoordeling moet worden onderbouwd en vastgelegd, ook wanneer de uitkomst gemotiveerd niet melden is. De grootste verandering zit naar mijn mening in het concreet maken van de modus operandi of typologie die het feitencomplex verdacht kleurt. Deze flowchart schetst de achtergrond van de Nederlandse keuze, legt de AMLR-verplichting en de lopende Europese uitwerking uit, haalt lessen uit landen die al decennia verdacht melden, en geeft per Wwft-sector handvatten om vandaag ongebruikelijke transacties te herkennen én morgen het verdachte karakter te onderbouwen.
| Jaar | Ongebruikelijk gemeld | Verdacht verklaard |
|---|---|---|
| 2012 | 209.239 | 23.834 (circa 11 procent) |
| 2020 | ruim 722.000 | niet vergelijkbaar gepubliceerd |
| 2021 | 1,2 miljoen | 96.676 (circa 8 procent) |
| 2024 | 3.484.373 | 118.408 in 16.306 dossiers (circa 3 procent) |
| 2025 | 3.055.362 | 92.043 in 15.068 dossiers (circa 3 procent) |
| Situatie | Wat dan |
|---|---|
| Eén sterk versterkende factor én de profieltoets faalt | Doorloop altijd de conclusiestap en leg de uitkomst vast. Nu is de subjectieve indicator in beginsel geraakt; vanaf 10 juli 2027 zijn er redelijke gronden, behoudens geverifieerde ontlastende factoren. |
| Meerdere versterkende factoren (geen daarvan sterk), geen verklaring | Beoordeel het samenstel, niet de losse feiten; samen kunnen zij de drempel halen. |
| Eén ontlastende factor naast een typologiematch | De match is niet automatisch opgeheven: verifieer eerst. Alleen een geverifieerde ontlastende factor sluit de beoordeling zonder melding, met vastlegging. |
| Alleen neutrale kenmerken | Geen richting: zij mogen een melding noch een afzien daarvan zelfstandig dragen. |
| Na weging blijft twijfel | Nu: meld (lage drempel, melder beschermd). Vanaf 10 juli 2027: leg de weging voor aan het interne meldpunt en documenteer de uitkomst, welke kant zij ook op valt. |
| De verklaring dekt het feitencomplex deels | Sluit het gedekte deel gedocumenteerd af en weeg het onverklaarde restfeit zelfstandig; weeg de bewijswaarde van de bron mee (onafhankelijk en moeilijk manipuleerbaar bewijs zoals een akte, on-chain verificatie of onafhankelijke taxatie weegt zwaarder dan door de cliënt aangeleverd materiaal). |
| De bron is verdwenen of verificatie mislukt na redelijke, vastgelegde inspanning | De verklaring geldt als niet-verifieerbaar en het restfeit weegt versterkend. Eindigt de beoordeling in gemotiveerd niet-melden, leg dan ook het vervolg vast: welke verscherpte monitoring geldt en welk moment de beoordeling heropent. |
| Instrument | Grondslag | Status |
|---|---|---|
| ITS (technische uitvoeringsnorm) meldformaat verdachte transacties en aanlevering transactiegegevens: verplichte EU-templates per type instelling | art. 69 lid 3 AMLR | consultatie loopt (2 juli tot 20 september 2026, hoorzitting 9 september) |
| Guidelines indicatoren van verdachte activiteit of gedrag (opvolger van de rol van indicatorenlijst en typologieën) | art. 69 lid 5 AMLR | uiterlijk 10 juli 2027; nog geen consultatie |
| RTS (technische reguleringsnorm) customer due diligence (de feitenbasis voor het vermoeden) | art. 28 lid 1 AMLR | consultatie gesloten (8 mei 2026) |
| Guidelines doorlopende monitoring van de zakelijke relatie | AMLR (algemeen) | consultatie loopt (tot 3 september 2026) |
| RTS geldboetes en administratieve maatregelen | AMLD6 | consultatie gesloten (maart 2026) |
| RTS grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen FIU's | AMLD6 | consultatie loopt (tot 6 oktober 2026) |
| Land | Meldnorm | Volume (recentste jaar) | Kenmerk |
|---|---|---|---|
| Duitsland (FIU bij de Generalzolldirektion) | Tatsachen, die darauf hindeuten, dass ein Vermögensgegenstand aus einer strafbaren Handlung stammt (feiten die erop wijzen dat een vermogensbestanddeel uit een strafbare handeling stamt; §43 GwG); lager dan strafvorderlijke verdenking | 265.708 (2024), piek 337.186 (2022) | meldexplosie, backlogcrisis, kentering via guidance |
| België (CTIF-CFI) | weten, vermoeden of redelijke gronden om te vermoeden (wet 18 september 2017, art. 47 e.v.) | 91.487 (2024) | het minste vermoeden volstaat, maar met verplichte schriftelijke analyse |
| Frankrijk (TRACFIN) | savent, soupçonnent ou ont de bonnes raisons de soupçonner (weten, vermoeden of goede redenen hebben om te vermoeden; art. L.561-15 CMF) | 215.410 (2024; totaal ontvangen inlichtingen, waarvan 211.165 zuivere meldingen van vermoeden) | de feitenanalyse achter het vermoeden is verplicht onderdeel van elke melding |
| Spanje (SEPBLAC) | tweetrapsstelsel: verplicht examen especial (bijzonder onderzoek) van elke complexe of ongewone verrichting, daarna melden bij indicio o certeza, sin dilación (bij aanwijzing of zekerheid, zonder uitstel; Ley 10/2010, art. 17 en 18) | 24.320 (2024) | opvallend laag volume |
| Italië (UIF, bij de Banca d'Italia) | sanno, sospettano o hanno motivi ragionevoli per sospettare (weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden; art. 35 d.lgs. 231/2007); melden senza ritardo (onverwijld), bij voorkeur vóór uitvoering | 145.401 (2024) | officiële indicatori di anomalia (anomalie-indicatoren) en gedragsschema's als hulpmiddel, geen melddrempel |
| Griekenland (Anti-Money Laundering Authority; Unit A als FIU) | know, suspect or have reasonable grounds to suspect; promptly inform the FIU (weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden; de FIU onverwijld informeren; art. 22 wet 4557/2018) | recente jaarcijfers niet openbaar geverifieerd (laatst gepubliceerde FIU-statistieken: 2020) | meldnorm vrijwel woordelijk gelijk aan art. 69 AMLR |
| Verenigd Koninkrijk (NCA/UKFIU) | knows or suspects, or has reasonable grounds for knowing or suspecting (weet of vermoedt, of redelijke gronden heeft om te weten of te vermoeden; s.330 POCA, strafbedreiging tot vijf jaar) | 872.048 (2024/25) | defensieve meldcultuur, consent-regime, rijke rechtspraak over suspicion |
Achtergrond
Nederland koos in 1993 bewust voor het melden van ongebruikelijke in plaats van verdachte transacties: het oordeel verdacht is een politieel oordeel, en het meldpunt, het huidige FIU-Nederland, werd als buffer tussen de private melding en de opsporing geplaatst. Instellingen melden sindsdien laagdrempelig op objectieve drempelindicatoren en op de subjectieve indicator, waarna de FIU met toegang tot politie- en belastinggegevens beoordeelt wat werkelijk verdacht is. Dat stelsel produceerde grote aantallen en een steeds schevere verhouding: van ruim 200.000 meldingen met circa 11 procent verdachtverklaringen in 2012 naar ruim 3 miljoen meldingen met circa 3 procent verdachtverklaringen in 2025. De Europese antiwitwasverordening maakt per 10 juli 2027 een einde aan de Nederlandse uitzonderingspositie: alle poortwachters, de voetbalsector uitgezonderd (2029), melden dan verdachte transacties, zodra zij weten, vermoeden of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat geldmiddelen of activiteiten met een misdrijf samenhangen, met een documentatieplicht die ook geldt wanneer niet wordt gemeld.
De grootste verandering is naar mijn mening niet het formulier maar de redenering. Onder het huidige recht volstaat de constatering dat een indicator is geraakt; onder de AMLR moet de instelling zelf onderbouwen waarom een feitencomplex verdacht kleurt, en die onderbouwing loopt vrijwel altijd via het concreet maken van de modus operandi of typologie die erop past. Deze flowchart reikt daarvoor per sector een vast beoordelingskader aan in vijf stappen: signaal, profieltoets, typologiematch, conclusie onder beide regimes, vastlegging; bij notaris, advocaat en belastingadviseur gaat daar een reikwijdte- en vrijstellingstoets (stap 0) aan vooraf. Het kader is gemodelleerd op het stappenplan van de Hoge Raad voor witwassen en verwerkt de lessen van landen die al decennia verdacht melden, van de Duitse meldexplosie tot de Britse rechtspraak over wat een verdenking is. De handvatten vullen de eigen argumentatie van de instelling aan en zijn geen bindend advies; het meldbesluit blijft bij de instelling en wordt genomen of gecontroleerd door een natuurlijk persoon.