TRNKL
Vennootschapsbelasting uitgelegd: winst, renteaftrek en rechtspraak
Winstbelasting van lichamen · 19 en 25,8 procent (2026) · de deelnemingsvrijstelling · van Hunkemöller tot Pillar 2
De winst wordt bij het lichaam belast, en de rechter bewaakt de grens

De vennootschapsbelasting: winst, rente en de rechter

De vennootschapsbelasting belast de winst van lichamen: van de bv van de dga tot het beursconcern, en van de coöperatie tot de stichting die een onderneming drijft. Het stelsel is klassiek: eerst heffing bij het lichaam (19 en 25,8 procent in 2026), daarna bij uitkering nogmaals bij de aandeelhouder. Deze flowchart, deel 6 van de Fiscale reeks, volgt de heffing in twee fasen. Fase 1 behandelt het bouwwerk: wie belastingplichtig is en tegen welk tarief, de winstbepaling met goed koopmansgebruik en het arm's length-beginsel, de deelnemingsvrijstelling die concernwinst één keer belast, de renteaftrekbeperkingen van art. 10a en de earningsstripping, en de fiscale eenheid met de verliesverrekening. Fase 2 behandelt de praktijk en de buitenwereld: aangifte en zekerheid vooraf, de internationale laag met bronbelasting en CFC-regels, de minimumbelasting van Pillar 2 met haar eerste deadlines in 2026, en de fraus legis-arrestenlijn waarin de Hoge Raad sinds Hunkemöller de gekunstelde overnamefinanciering van private equity ontleedt. Juist die rechtspraak maakt de vennootschapsbelasting het levendigste stuk fiscaal recht van dit decennium.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🧭
Achtergrond: de belasting over de winst van lichamen
Het klassieke stelsel · vrijstellen én beschermen · waarom de rechter hier zo vaak aan het woord is
VOORUITBLIK · BP2027
📅
Wat eraan komt: veilige havens, startups en valutaresultaat
Veiligehavenregels Pillar 2 · startups en scale-ups · consultatie deelnemingsvrijstelling · Unshell en BEFIT
GRONDSLAG
⚖️
Wet Vpb 1969 met de schakel naar de Wet IB 2001
Art. 8: totaalwinst en goed koopmansgebruik lenen van de IB · daarboven verdragen, ATAD en Pillar 2
FASE 1
🧮
De heffing: van belastingplicht tot fiscale eenheid
Wie betaalt, waarover, wat vrijgesteld is en wat er niet af mag
🏛️
Stap 1
Belastingplicht & tarieven: wie en hoeveel
📐
Stap 2
De winst: goed koopmansgebruik & arm's length
🛡️
Stap 3
De deelnemingsvrijstelling: één keer belasten
✂️
Stap 4
Renteaftrek: art. 10a & earningsstripping
🧩
Stap 5 · het concern
Fiscale eenheid & verliesverrekening
FASE 2
🏛️
De praktijk, de wereld en de rechter
Van aangifte en ruling tot Pillar 2 en de fraus legis-arrestenlijn
🗂️
Stap 1
Aangifte, kennisgroepen & zekerheid vooraf
🌍
Stap 2
Internationaal: bronbelasting & CFC
🌐
Stap 3
De minimumbelasting: Pillar 2 in de praktijk
⚠️
Stap 4
Fraus legis: de private-equityarresten
📜
Stap 5 · de arrestenlijn
De rechter aan het woord
Deze flowchart is deel 6 van de Fiscale reeks (uitklap)
TRNKL werkt het Nederlandse belastingstelsel uit tot een reeks flowcharts met zelfstandig geverifieerde bronnen en rechtspraak: de inkomstenbelasting in vier delen (box 1 en de aftrekposten, de eigen woning, box 2 en box 3), gevolgd door de btw, de vennootschapsbelasting en de erfbelasting. Deze pagina behandelt deel 6, de vennootschapsbelasting.
De reeks
deel 1 Inkomstenbelasting: het boxenstelsel, box 1 en de aftrekposten · volgt
deel 2 De eigen woning in de inkomstenbelasting · volgt
deel 3 Box 2 en de dga: aanmerkelijk belang · volgt
deel 4 Box 3: van forfait naar werkelijk rendement · volgt
deel 5 De btw: het stelsel, de aftrek en de fraudeleer · volgt
deel 6 De vennootschapsbelasting: winst, rente en de rechter (deze pagina)
deel 7 De erfbelasting: verkrijgen, vrijstellen en de rechter · volgt
verwant Transfer pricing: het stelsel, de grens en de praktijk
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Hoe werkt de vennootschapsbelasting en waar wringt het?

De vennootschapsbelasting belast de winst van lichamen: nv's en bv's volledig, stichtingen en verenigingen alleen indien en voor zover zij een onderneming drijven, en buitenlandse lichamen voor hun Nederlandse inkomen. Het stelsel is klassiek: eerst 19 of 25,8 procent bij het lichaam (2026), daarna bij uitkering nogmaals heffing bij de aandeelhouder. Het winstbegrip leent de wet via art. 8 van de inkomstenbelasting, met goed koopmansgebruik als rekkelijk kader en klassiekers als het baksteenarrest en het cacaobonenarrest als ijkpunten. Daarbovenop stapelt de wet haar eigen leerstukken: de deelnemingsvrijstelling die concernwinst één keer belast, de renteaftrekbeperkingen van art. 10a en de earningsstripping (24,5 procent van de EBITDA of 1 miljoen euro in 2026), en de fiscale eenheid die het concern als één belastingplichtige behandelt, sinds de spoedreparatie van 2019 met de opdracht enkele antimisbruikbepalingen toe te passen alsof er geen eenheid is.

Deze flowchart, deel 6 van de Fiscale reeks, besteedt bijzondere aandacht aan de plek waar het stelsel het hardst wringt: de renteaftrek bij overnames. Sinds het Hunkemöller-arrest van 2021 ontleedt de Hoge Raad in een reeks private-equityzaken de gekunstelde financiering waarmee eigen vermogen in rentedragend vreemd vermogen wordt omgezet, met fraus legis als vangnet achter de wet en het Hof van Justitie dat in 2024 bevestigde dat die aanpak Europees door de beugel kan. Daarnaast is de internationale laag in beweging: de bronbelasting snijdt routes naar laagbelastende jurisdicties af, de minimumbelasting van Pillar 2 legt een wereldwijde bodem van 15 procent onder groepen vanaf 750 miljoen euro omzet, en de eerste deadlines daarvan vielen precies in de zomer van 2026. Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen belastingadvies; wat in een concrete onderneming of structuur verstandig is, vraagt een eigen beoordeling of een adviseur.

Veelgestelde vragen

Wat is de vennootschapsbelasting en wie betaalt haar?
De vennootschapsbelasting is de belasting over de winst van lichamen: nv's en bv's, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, woningcorporaties en fondsen voor gemene rekening zijn volledig belastingplichtig, terwijl verenigingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen alleen meedoen indien en voor zover zij een onderneming drijven. Niet in Nederland gevestigde lichamen betalen over hun Nederlandse inkomen, zoals winst uit een vaste inrichting of Nederlands vastgoed. Nederland kent een klassiek stelsel: de winst wordt eerst bij het lichaam belast en daarna, bij uitkering, nogmaals bij de aandeelhouder (box 2 of dividendbelasting).
Wat zijn de tarieven van de vennootschapsbelasting in 2026?
In 2026 geldt 19 procent over de eerste 200.000 euro belastbaar bedrag en 25,8 procent over het meerdere. Deze tarieven zijn ongewijzigd sinds 2023; in 2022 gold nog 15 procent tot een schijfgrens van 395.000 euro. Voor winst uit kwalificerende innovatieve activiteiten kan de innovatiebox een effectief tarief van 9 procent opleveren (sinds 2021), mits er een S&O-verklaring is en voor grotere belastingplichtigen ook een juridisch toegangsticket zoals een octrooi.
Betaalt een stichting of vereniging vennootschapsbelasting?
Alleen indien en voor zover de stichting of vereniging een onderneming drijft: een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die aan het economische verkeer deelneemt en in concurrentie treedt. Blijft de winst beperkt, dan geldt een vrijstelling: niet meer dan 15.000 euro winst in het jaar, of niet meer dan 75.000 euro in het jaar en de vier voorafgaande jaren samen (bedragen 2026). Ook ondernemingen van gemeenten, provincies en andere overheden zijn sinds boekjaren vanaf 2016 vennootschapsbelastingplichtig.
Wat is de deelnemingsvrijstelling?
Voordelen uit een deelneming van ten minste 5 procent van het nominaal gestorte kapitaal (dividenden en verkoopwinsten) zijn bij de moedermaatschappij vrijgesteld, zodat dezelfde winst in een concern niet meermaals wordt belast. De vrijstelling geldt niet voor niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen; daarvoor gelden de oogmerktoets, de onderworpenheidstoets (reële heffing van ten minste 10 procent naar Nederlandse maatstaven) en de bezittingentoets. Verliezen op deelnemingen zijn in beginsel niet aftrekbaar, met als uitzondering het liquidatieverlies; sinds 2021 gelden daarvoor boven 5 miljoen euro strenge voorwaarden.
Wanneer is rente niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting?
Twee regelingen springen eruit. Artikel 10a weigert de aftrek van rente op schulden aan verbonden lichamen die samenhangen met besmette rechtshandelingen zoals winstuitdelingen of interne overnames, tenzij zakelijke overwegingen of een redelijke heffing bij de ontvanger worden aangetoond. De earningsstrippingmaatregel van artikel 15b maakt het saldo aan rente slechts aftrekbaar tot het hoogste van 24,5 procent van de fiscale EBITDA en 1 miljoen euro (2026); het meerdere wentelt onbeperkt voort. Daarnaast kan fraus legis renteaftrek verhinderen bij gekunstelde constructies, zoals de Hoge Raad sinds het Hunkemöller-arrest van 2021 in een reeks private-equityzaken heeft laten zien.
Wat is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting?
Een moedermaatschappij die ten minste 95 procent van de juridische en economische eigendom van de aandelen in een dochter houdt, kan met die dochter op verzoek een fiscale eenheid vormen: de belasting wordt geheven alsof er één belastingplichtige is, met één aangifte, onderlinge verrekening van winsten en verliezen en geruisloze interne reorganisaties. Daar staat tegenover dat het 19 procent-opstapje (2026) maar één keer wordt benut en dat elke maatschappij hoofdelijk aansprakelijk is voor de belasting van de eenheid. Sinds de spoedreparatie van 2019 moeten enkele antimisbruikbepalingen bovendien worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid is.
Hoe werkt verliesverrekening in de vennootschapsbelasting?
Sinds 2022 is een verlies één jaar terug te wentelen en onbeperkt voort te wentelen. Per jaar is de verrekening begrensd: tot 1 miljoen euro winst volledig, daarboven tot 50 procent van de resterende winst. Bij een winst van 9 miljoen euro is dus maximaal 5 miljoen euro verlies verrekenbaar (1 miljoen plus 50 procent van 8 miljoen). Bij een wijziging van 30 procent of meer van het uiteindelijke belang in de vennootschap vervallen oude verliezen in beginsel (artikel 20a, tegen de handel in verlieslichamen), behoudens de toetsen voor beleggingen en activiteiten.
Wat is de minimumbelasting (Pillar 2)?
De Wet minimumbelasting 2024 zorgt ervoor dat groepen met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro in elke jurisdictie effectief ten minste 15 procent belasting over hun winst betalen. Betaalt een groep ergens minder, dan volgt een bijheffing via de binnenlandse bijheffing (QDMTT), de inkomen-inclusiebijheffing (IIR) of de onderbelastewinstbijheffing (UTPR). De eerste deadlines vielen in 2026: voor kalenderjaargroepen met eerste verslagjaar 2024 moest de bijheffing-informatieaangifte uiterlijk 30 juni 2026 binnen zijn en volgt de belastingaangifte met betaling uiterlijk 31 augustus 2026.