TRNKL
Box 3 en werkelijk rendement: het stelsel, het rechtsherstel en de rechter
Forfaits en tegenbewijs in 2026 · de arrestenlijn van Kerstarrest tot massaal bezwaar plus · Wet werkelijk rendement beoogd 2028
Het forfait verloor het van het werkelijke rendement

Box 3: van forfait naar werkelijk rendement

Box 3 belast sinds 2001 niet wat vermogen werkelijk opbrengt, maar wat het volgens de wetgever zou moeten opbrengen. Die keuze hield twintig jaar stand en sneuvelde toen bij de Hoge Raad: het Kerstarrest van december 2021 en de arresten van juni 2024 dwongen heffing naar werkelijk rendement af voor iedereen die minder rendeerde dan het forfait. Deze flowchart zet beide kanten op een rij. Fase 1 toont het stelsel zoals het in 2026 werkt: de grondslag en vrijstellingen, de drie forfaitcategorieën, de berekening, de tegenbewijsregeling met de Opgaaf Werkelijk Rendement en de spelregels die de Hoge Raad voor het werkelijke rendement formuleerde. Fase 2 volgt het dossier en de rechter: van de eerste stelselarresten via het Kerstarrest en de herstelwetgeving naar het definitieve einde voor de niet-bezwaarmakers in de zomer van 2026, met de volledige arrestenlijn. Het paarse blok bovenaan toont het beoogde nieuwe stelsel: de Wet werkelijk rendement box 3, gepland voor 2028 maar nog niet door de Eerste Kamer.

Klik op i of op een node voor meer informatie
ACHTERGRONDINFORMATIE
🧭
Achtergrond: waarom box 3 forfaitair heft en waarom dat knelde
Uitvoerbaarheid boven precisie · dalende spaarrente · de kloof tussen forfait en werkelijkheid
WETSVOORSTEL · BEOOGD 2028
📅
De Wet werkelijk rendement box 3
Vermogensaanwasbelasting · door de Tweede Kamer, novelle voor de Eerste Kamer op komst
GRONDSLAG
⚖️
Hoofdstuk 5 Wet IB 2001 en de EVRM-grens
Voordeel uit sparen en beleggen · tarief 36% (2026) · art. 14 EVRM en art. 1 EP als bovengrens
FASE 1
🧮
Het stelsel nu: forfait met tegenbewijs
Van grondslag naar aanslag, met de peildatum 1 januari als anker
🧺
Stap 1
Grondslag & vrijstellingen: wat telt mee
📊
Stap 2
Drie categorieën, drie forfaits (2026)
🧾
Stap 3
De berekening & peildatumarbitrage (art. 5.24)
📝
Stap 4
De tegenbewijsregeling & de OWR
🎯
Stap 5 · de spelregels
Werkelijk rendement volgens de Hoge Raad
FASE 2
🏛️
Het dossier en de rechter
Zeven jaar procederen, van stelselkritiek tot collectieve beslissing
🎄
Stap 1
Van 2019 naar het Kerstarrest (2021)
🩹
Stap 2
Herstelwet, Overbruggingswet & 6 juni 2024
🚪
Stap 3
Niet-bezwaarmakers & massaal bezwaar plus
📬
Stap 4
De uitvoering: brieven, OWR & doorloop
📜
Stap 5 · de arrestenlijn
De rechter aan het woord
Deze flowchart is deel 4 van de Fiscale reeks (uitklap)
TRNKL werkt het Nederlandse belastingstelsel uit tot een reeks flowcharts met zelfstandig geverifieerde bronnen en rechtspraak: de inkomstenbelasting in vier delen (box 1 en de aftrekposten, de eigen woning, box 2 en box 3), gevolgd door de btw, de vennootschapsbelasting en de erfbelasting. Deze pagina behandelt deel 4, box 3.
De reeks
deel 1 Inkomstenbelasting: het boxenstelsel, box 1 en de aftrekposten · volgt
deel 2 De eigen woning in de inkomstenbelasting · volgt
deel 3 Box 2 en de dga: aanmerkelijk belang · volgt
deel 4 Box 3: van forfait naar werkelijk rendement (deze pagina)
deel 5 De btw: het stelsel, de aftrek en de fraudeleer · volgt
deel 6 De vennootschapsbelasting: winst, rente en de rechter · volgt
deel 7 De erfbelasting: verkrijgen, vrijstellen en de rechter · volgt
verwant Transfer pricing: het stelsel, de grens en de praktijk
Achtergrond en veelgestelde vragen

Achtergrond

Hoe werkt box 3 en waarom moest het stelsel om?

Box 3 belast het voordeel uit sparen en beleggen: een forfaitair berekend rendement over het vermogen op 1 januari, in 2026 tegen 36 procent boven een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon. Het vermogen wordt verdeeld over drie categorieën met elk een eigen forfait: banktegoeden (1,28 procent, voorlopig), overige bezittingen (6,00 procent) en schulden (2,70 procent, voorlopig). Die forfaits zijn ficties, en precies daarop liep het stelsel vast bij de Hoge Raad. Het Kerstarrest van 24 december 2021 verklaarde de fictieve vermogensmix van 2017 in strijd met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht van het EVRM, en de arresten van 6 juni 2024 keurden ook de herstelwetgeving af waar het forfait hoger uitvalt dan het werkelijke rendement. Sindsdien is het forfait feitelijk een maximum: via de tegenbewijsregeling, sinds juli 2025 wet, betaalt wie een lager werkelijk rendement aantoont alleen over dat werkelijke rendement. Voor de jaren tot en met 2024 loopt dat via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement, vanaf belastingjaar 2025 via de aangifte.

Deze flowchart volgt beide kanten van het dossier. Fase 1 zet het stelsel van 2026 op een rij: de grondslag en vrijstellingen, de drie forfaits, de berekening met de peildatumarbitrage van artikel 5.24, de tegenbewijsregeling en de spelregels die de Hoge Raad voor het werkelijke rendement formuleerde, van ongerealiseerde koerswinsten tot de bijtelling van 5,06 procent voor eigen gebruik van vastgoed vanaf 2026. Fase 2 vertelt de rechtsontwikkeling: de aanloop van 2019, het Kerstarrest, de herstelwetgeving en haar afkeuring, het definitieve einde voor de niet-bezwaarmakers met de arresten van 25 juni 2026 en de collectieve beslissing van 17 juli 2026, de uitvoeringsoperatie die tot omstreeks 2030 doorloopt en de volledige arrestenlijn. Het paarse blok bovenaan beschrijft het beoogde nieuwe stelsel, de Wet werkelijk rendement box 3, dat op 1 januari 2028 zou moeten ingaan maar nog op de Eerste Kamer wacht. Deze pagina legt het stelsel en de rechtspraak uit en is geen belastingadvies; wat in een individuele situatie verstandig is, vraagt een eigen beoordeling of een adviseur.

Veelgestelde vragen

Hoe werkt box 3 in 2026?
Box 3 belast een forfaitair rendement over het vermogen op 1 januari. Het vermogen wordt verdeeld over drie categorieën met elk een eigen forfait (2026: banktegoeden 1,28 procent voorlopig, overige bezittingen 6,00 procent, schulden 2,70 procent voorlopig). Boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro (118.714 euro met fiscale partner) wordt over het berekende rendement 36 procent belasting geheven. Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire, betaalt via de tegenbewijsregeling alleen over het werkelijke rendement.
Wat was het Kerstarrest?
In het Kerstarrest van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963) oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel van 2017, dat heffing baseerde op een fictieve vermogensmix, in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM en het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol. Anders dan in 2019 bood de Hoge Raad zelf rechtsherstel: er mag alleen worden geheven over het werkelijke rendement. Het arrest dwong de wetgever tot de rechtsherstel-operatie en uiteindelijk tot een nieuw stelsel.
Wie kan de tegenbewijsregeling box 3 gebruiken?
De Wet tegenbewijsregeling box 3 (Staatsblad 2025, 195) geldt voor iedereen vanaf belastingjaar 2021, en voor de jaren 2017 tot en met 2020 alleen voor wie tijdig bezwaar maakte of van wie de aanslag nog niet onherroepelijk vaststond. Voor de oude jaren loopt het tegenbewijs via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement; vanaf belastingjaar 2025 kan het werkelijke rendement direct in de aangifte worden opgegeven. Is het werkelijke rendement lager dan het forfaitaire, dan wordt alleen het werkelijke rendement belast.
Wat telt als werkelijk rendement in box 3?
De Hoge Raad bepaalde in juni 2024 de regels: het gaat om het rendement op het hele box 3-vermogen zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen, ongerealiseerde waardestijgingen en waardedalingen tellen mee, kosten zijn niet aftrekbaar met uitzondering van rente op box 3-schulden, en er geldt geen inflatiecorrectie. Woningen worden gewaardeerd op de WOZ-waarde. Het voordeel van eigen gebruik van een tweede woning bleef tot en met 2025 op nihil; vanaf 2026 geldt een wettelijke bijtelling van 5,06 procent van de WOZ-waarde (artikel 5.27a Wet IB 2001).
Ik heb nooit bezwaar gemaakt tegen box 3: krijg ik nog rechtsherstel?
Nee. De Hoge Raad besliste op 20 mei 2022 dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op het rechtsherstel van het Kerstarrest, en bevestigde dat op 25 juni 2026 in de proefprocedures van massaal bezwaar plus (ECLI:NL:HR:2026:907 en ECLI:NL:HR:2026:1013): het Kerstarrest geldt als nieuwe jurisprudentie waarvoor de wettelijke uitzondering op ambtshalve vermindering geldt. Op 17 juli 2026 zijn alle bezwaren en verzoeken in de collectieve beslissing ongegrond verklaard of afgewezen. Voor de jaren vanaf 2021 geldt de tegenbewijsregeling wel voor iedereen.
Wanneer komt de Wet werkelijk rendement box 3?
Het wetsvoorstel (dossier 36748) is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer heeft de stemming aangehouden in afwachting van een novelle die met het pakket Belastingplan 2027 wordt verwacht. De beoogde inwerkingtreding blijft 1 januari 2028. Hoofdlijnen: een vermogensaanwasbelasting als hoofdregel, een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en startup-aandelen, kostenaftrek, verliesverrekening en een heffingsvrij inkomen in plaats van een heffingsvrij vermogen. Tot die tijd geldt het forfaitaire stelsel met de tegenbewijsregeling.
Telt een tweede woning of vakantiewoning mee in box 3?
Ja. Een tweede woning valt als overige bezitting in box 3, gewaardeerd op de WOZ-waarde. In de tegenbewijsregeling telt bij het werkelijke rendement ook de waardeontwikkeling mee; het voordeel van eigen gebruik stond tot en met 2025 op nihil en wordt vanaf 2026 gesteld op 5,06 procent van de WOZ-waarde. Voor een buitenlandse vakantiewoning oordeelde de Hoge Raad op 18 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1176) dat het rendement meetelt in de vergelijking, waarna dubbele heffing wordt voorkomen via de aftrek elders belast.
Wat is peildatumarbitrage?
Box 3 kijkt naar het vermogen op 1 januari. Wie vlak voor de peildatum beleggingen omzet in spaargeld (of schulden aangaat) en dat kort erna terugdraait, alleen om het lagere forfait te benutten, loopt aan tegen artikel 5.24 Wet IB 2001: zulke omzettingen binnen een aaneengesloten periode van drie maanden die begint voor en eindigt na de peildatum worden genegeerd, tenzij de belastingplichtige zakelijke overwegingen aannemelijk maakt. De bepaling geldt sinds 2023 (Overbruggingswet box 3).