Styleguide — Zorg

Welke termen en cijferconventies we op het thema Zorg gebruiken, en waarom. Geldig vanaf 17-06-2026.

Doel: vastleggen welke termen we wel, niet en met voorbehoud gebruiken op het thema Zorg, en waarom. Het zorgdomein zit vol woorden die tegelijk een vaktechnische en een politieke lading hebben (zorginfarct, indicatiecircus, passende zorg). Zonder afspraken vooraf glijden formuleringen op een gegeven moment richting de kleur van het bronmateriaal dat die dag op tafel ligt. Deze afspraken zijn een hulpmiddel om dat te voorkomen, geen sluitend systeem.

Reikwijdte: alle dashboard-teksten op het thema (themapagina, doelpagina's, methode, kaart-bijschriften, social-tekst). Niet voor: letterlijke citaten uit het akkoord, programma's, Kamerstukken of adviezen, die blijven verbatim.

Geldig vanaf: 17-06-2026. Bij wijziging: notitie hier, peildatum aanpassen.

1. Algemene lijn

Drie principes, in volgorde:

  1. Voorrang voor de wettelijke of uitvoeringsterm. Als een stelselwet (Zvw, Wlz, Wmo 2015, Jeugdwet, Wpg) of een uitvoeringsinstantie (Zorginstituut, NZa, CAK, IGJ, RIVM) het ding bij een vaste naam noemt, gebruiken wij die naam. Dit verschuift het gewicht van politieke kleur naar traceerbare definitie. Voorbeeld: "eigen risico" (Zvw-term) en "eigen bijdrage" (Wlz/Wmo-term) zijn niet inwisselbaar.
  2. Strikt onderscheid tussen vakterm en frame. Een woord dat in een akkoord of een politiek debat als strijdkreet wordt gebruikt (zorginfarct, indicatiecircus), gebruiken we niet als eigen beschrijving van het verschijnsel. Wel als geattribueerd citaat. In onze eigen tekst kiezen we de feitelijke formulering.
  3. De patiënt vóór de categorie. Waar een term zowel een proces als een persoon kan aanduiden, kiezen we de procesvorm. "Mensen die zorg mijden" boven "zorgmijders" als etiket, behalve waar de vakterm (bemoeizorg, OGGZ) iets preciezer aanduidt.

De bovenliggende TRNKL-norm blijft gelden: waarneming en gevolgtrekking gescheiden, niet-oordelend, herleidbaar tot openbare bronnen, geen em-dashes in lopende tekst, verkiezingsprogramma's met apostrof, geen overclaim.

2. Het stelsel — vier domeinen, vier wetten, niet door elkaar

De Nederlandse zorg is verdeeld over vier wettelijke domeinen met elk een eigen financier, eigen toegang en eigen eigen-betalingsregime. Door elkaar gebruiken is een feitelijke fout, geen stijlkwestie.

DomeinWetWie betaalt / voert uitEigen betaling
Geneeskundige zorg (curatief)Zorgverzekeringswet (Zvw)zorgverzekeraarseigen risico
Langdurige zorgWet langdurige zorg (Wlz)zorgkantoreneigen bijdrage (CAK)
Maatschappelijke ondersteuningWmo 2015gemeenteneigen bijdrage (abonnementstarief)
JeugdJeugdwetgemeentengeen (in beginsel)

Publieke gezondheid (preventie, GGD's) valt onder de Wet publieke gezondheid (Wpg) en ligt grotendeels bij gemeenten en het RIVM. De GGZ wordt deels uit de Zvw (curatief), deels uit de Wlz (langdurig) en deels uit de Jeugdwet (jeugd-GGZ) bekostigd, afhankelijk van de cliënt. Bij elk doel: benoem het domein en de financier, want "de zorg" als ongedifferentieerd geheel verbergt waar de bevoegdheid ligt.

3. Beleids- en procesterminologie

Per geladen term: hoe wij het gebruiken, met de reden.

Zorginfarct. Politieke framing uit de hoofdstuk-inleiding ("Zonder ingrijpen stevent de zorg af op een zorginfarct"). Niet overnemen in eigen tekst. In eigen beschrijving: "het oplopen van wachttijden, personeelstekorten en kosten". In citaten van het akkoord of politici letterlijk laten staan, met attributie.

Passende zorg. Beleidsterm met een herkomst: het Integraal Zorgakkoord (IZA, 2022) en het kader van het Zorginstituut, en als zodanig dragend begrip in dit hoofdstuk. Bruikbaar als term, maar bij eerste vermelding kort duiden ("passende zorg: zorg met bewezen meerwaarde voor de patiënt, op de juiste plek") en de bron noemen. Het is geen neutraal synoniem voor "goede zorg"; het bevat een sturingsidee (alleen bewezen effectieve zorg vergoeden).

Bewezen effectieve zorg / bewezen meerwaarde. Akkoord- en Zorginstituut-term, gekoppeld aan het basispakket en de "stand van wetenschap en praktijk". Bruikbaar; bij eerste gebruik koppelen aan wie dat vaststelt (Zorginstituut).

Indicatiecircus. Politieke framing uit het akkoord ("we stoppen het doorgeslagen indicatiecircus"). Niet als eigen term. In eigen tekst: "het periodiek opnieuw moeten aantonen van een chronische ziekte of beperking". In citaten letterlijk, met attributie.

Eigen risico (Zvw) versus eigen bijdrage (Wlz/Wmo). Twee verschillende dingen. Het eigen risico hoort bij de Zorgverzekeringswet; de eigen bijdrage bij de Wlz (via het CAK) en de Wmo (abonnementstarief). Nooit door elkaar. Het akkoorddoel ZG-17 gaat specifiek over het eigen risico in de Zvw.

Niet-gecontracteerde zorg. Vakterm: zorg van een aanbieder zonder contract met de verzekeraar, vaak via een restitutiepolis vergoed. Bruikbaar; geen frame nodig. Onderscheiden van "ongecontracteerde aanbieder".

Intramuraal / extramuraal. Vaktermen voor zorg binnen respectievelijk buiten een instelling. Bruikbaar. "Scheiden van wonen en zorg" en "langer thuis" zijn de beleidsbewegingen; bij eerste vermelding kort toelichten.

Bemoeizorg. Vakterm uit de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) voor ongevraagde, outreachende zorg aan mensen die zorg mijden. Bruikbaar als vakterm; bij eerste vermelding een zin context. Niet vervangen door een eigen omschrijving die de lading wijzigt.

Volumegroei / zorgakkoorden. "Zorgakkoorden" verwijst naar bestuurlijke akkoorden zoals het IZA (curatief), het WOZO (ouderenzorg), de Hervormingsagenda Jeugd en het GALA (preventie/gezond en actief leven). Bij eerste vermelding het bedoelde akkoord benoemen. "Volumegroei" is de groei van het zorgvolume die in die akkoorden wordt afgesproken; bruikbaar als term.

Private equity. Bruikbaar als term, zoals het akkoord zelf doet ("uitwassen van private equity"). De waardering ("uitwassen") is akkoordtaal; in eigen tekst feitelijk: "investeringsmaatschappijen met een aandeelhoudersbelang in zorgaanbieders".

Zorgfraude. Vakterm; bruikbaar. Onderscheiden van fouten en oneigenlijk gebruik. Het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) is het samenwerkingsverband; bij eerste vermelding voluit. Dit spoor sluit aan op het bredere TRNKL-zorgfraudewerk (poortwachter-zorgketen).

Mantelzorg / respijtzorg. Vaktermen; bruikbaar. Respijtzorg is de tijdelijke overname van mantelzorg; bij eerste vermelding kort toelichten.

Vrouwsensitieve en vrouwspecifieke zorg. Akkoord- en VWS-termen; bruikbaar zoals geschreven. Niet samentrekken tot "vrouwenzorg".

4. Cijfer-conventies

Zorgcijfers zijn brongevoelig. Verschillende instanties tellen verschillend, en "de zorgkosten" betekent iets anders bij CBS dan bij het ministerie.

  • Altijd bron, peildatum en definitie. "CBS Zorgrekeningen, uitgaven aan zorg en welzijn, 2025, voorlopig cijfer", niet enkel "zorgkosten 2025".
  • Welke bron voor wat.
  • CBS voor uitgaven (Zorgrekeningen), zorggebruik, jeugdhulp (Beleidsinformatie Jeugd), arbeidsmarkt zorg (AZW).
  • RIVM voor volksgezondheid, preventie, leefstijl, de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) en kosten-per-aandoening.
  • NZa voor wachttijden, tarieven, marktscans en contractering.
  • Zorginstituut voor het basispakket, pakketadviezen en passende zorg.
  • Vektis voor declaratiedata uit de Zvw.
  • Eurostat / OESO voor internationale vergelijking.
  • Drie verschillende kostenbegrippen, niet verwisselen. De CBS-Zorgrekeningen (totale uitgaven aan zorg en welzijn, breed), het Budgettair Kader Zorg (BKZ, de budgettaire begrenzing op Zvw en Wlz) en de Zvw-uitgaven alleen lopen tientallen miljarden uiteen. Bij elk bedrag het begrip benoemen.
  • "1 op de 7 kinderen jeugdzorg" (akkoord, p.55) is een CBS-cijfer over jeugdhulp; bij gebruik de CBS-reeks en het jaar erbij, en let op dat "jeugdhulp" breder is dan "jeugdzorg met verblijf".
  • Geen interpretatie op de card. Geen "een lichte daling", geen "boven de norm". Een trend zien blijft aan de lezer. Waar onafhankelijke instanties (Algemene Rekenkamer, NZa, IGJ, RIVM, Zorginstituut, ACM) een oordeel hebben gepubliceerd, staat dat in het blok "Externe toetsing" met de instantie als bron.

5. Bronvergelijking — waarom dezelfde grootheid kan verschillen

Op een doelpagina kunnen cijfers naast elkaar staan uit CBS, NZa, Vektis of RIVM. Voor dezelfde grootheid kunnen die iets uit elkaar lopen. Dat is geen fout en we corrigeren het niet.

  • Declaratiejaar versus behandeljaar. Zorg geleverd in jaar X kan in jaar X+1 gedeclareerd worden; Vektis-declaratiedata en CBS-gebruikscijfers tikken op een ander moment.
  • Domeingrens. Dezelfde cliënt kan in de Zvw, de Wlz of de Wmo vallen; een grootheid als "GGZ-cliënten" hangt af van welk domein wordt geteld.
  • Persoon versus traject versus declaratie. Eén persoon kan meerdere trajecten en vele declaraties hebben; "aantal cliënten" en "aantal behandelingen" zijn verschillende grootheden.
  • Voorlopige versus definitieve cijfers. CBS Zorgrekeningen en jeugdhulpcijfers worden later bijgesteld; het label (voorlopig/nader voorlopig/definitief) hoort erbij.

Wat we doen bij conflicterende cijfers. We kiezen er niet één, verbergen het verschil niet en voegen geen gemiddelde toe. Beide cijfers staan op de pagina, met bron en peildatum. De lezer kan het narekenen via de bronlink.

6. Citaten en attributie

  • Citaat verbatim, met bron. Wat een politicus, bewindspersoon of programmatekst zegt, blijft staan zoals het er staat, ook als de framing in onze styleguide vermijdbaar zou zijn.
  • Niet stilzwijgend hervertalen. "Zorginfarct" of "indicatiecircus" uit een citaat nemen we niet over als eigen, geneutraliseerde formulering binnen datzelfde blok; we citeren of we parafraseren, en in een parafrase staat wat de spreker bedoelde.
  • Quote-then-attribute. Eerst het citaat, daarna bron, datum en vindplaats.
  • Programma-citaten: verkiezingsprogramma's (met apostrof). Per partij de letterlijke passage; mappings naar doelen via dezelfde status-taxonomie als bij Wonen en AM (behouden, afgezwakt, gesneuveld).

7. Veelvoorkomende valkuilen

"De zorg" als ongedeeld geheel. Vier domeinen, vier wetten, verschillende financiers. Benoem welk domein.

Eigen risico en eigen bijdrage verwisselen. Zvw versus Wlz/Wmo. ZG-17 gaat over het eigen risico.

Politieke frames adopteren. "Zorginfarct" en "indicatiecircus" zijn akkoordtaal; in eigen tekst de feitelijke formulering, in citaten letterlijk.

Passende zorg als neutraal synoniem. Het is een sturingsbegrip met een herkomst (IZA, Zorginstituut), geen synoniem voor "goede zorg".

Kostenbegrippen door elkaar. Zorgrekeningen, BKZ en Zvw-uitgaven zijn verschillende grootheden.

Jeugdhulp versus jeugdzorg. "Jeugdhulp" (CBS) is breder dan jeugdzorg met verblijf of jeugdbescherming; specificeer.

Gemeente of rijk. Wmo, Jeugdwet en het sociaal domein liggen bij gemeenten; veel zorgdoelen zijn dus gedeelde bevoegdheid (bestuurslaag combinatie). Schrijf niet dat "het kabinet" iets regelt als de uitvoering bij gemeenten ligt.

8. Toetssteen vóór publicatie

Per doelpagina, vóór livegang, drie korte vragen:

  1. Staat er een term met politieke kleur in onze eigen tekst (dus buiten citaten)? Zo ja, is dat hier de juiste wettelijke of uitvoeringsterm, of is er een neutralere die hetzelfde betekent?
  2. Heeft elk cijfer een bron, peildatum en definitie, en is het juiste kostenbegrip gebruikt?
  3. Is het juiste domein (Zvw / Wlz / Wmo / Jeugdwet) en de juiste bestuurslaag (rijk / gemeente / combinatie) benoemd?

Bij twijfel: zacht formuleren, geen overclaim, of als open vraag laten staan in plaats van als constatering.