WB-23 · Bouwen

Investeren in realisatiestimulans en woningbouwimpuls; NPLV borgen

"We investeren in de realisatiestimulans en woningbouwimpuls en borgen het NPLV (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid)."

Wat de coalitiepartijen in hun programma's schreven

Programma-posities en hun lot in het akkoord

VVD
behouden
We investeren in twintig kwetsbare wijken via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. We hebben aandacht voor wonen, leren en werken en vergroten de kansen van bewoners.
CDA
behouden
We schalen de lessen van de pilots 'parallel plannen' op en zorgen voor langjarige financiering voor de Woningbouwimpuls en de realisatiestimulans.
Wat de Kamer ermee deed

Kamerzaken die WB-23 raken

DatumSoortOnderwerpIndienerD66VVDCDAUitkomst
31-03-2026MotieMotie van de leden Grinwis en Steen over de systematiek van en uitzonderingsruimte voor passend toewP.A. Grinwis (ChristenUnie)VVVAangenomen
Overige Kamerstukken — inbreng zonder stemming

Position papers, brieven, schriftelijke vragen en verzoeken die dit doel raken maar waarover de Kamer niet heeft gestemd.

DatumSoortOnderwerpIndiener
15-04-2026Brief regeringVoortgang WoondealafsprakenE. Boekholt-O’Sullivan
Duiding

Hoe Kamerzaken zich tot dit doel verhouden

Voor dit doel zijn nog geen duidingen opgesteld. Een duiding plaatst een Kamerzaak ten opzichte van het akkoord-doel — aanscherping, afzwakking, bevestiging of blokkade.

Begroting

De financiële uitgangssituatie (2025)

Deze begrotingsregelingen raken het beleidsterrein van dit doel, maar de cijfers betreffen 2025 — vóór dit coalitieakkoord. De begroting 2025 werd opgesteld onder het vorige kabinet; lees dit blok als nulmeting: de financiële uitgangssituatie die het kabinet-Jetten aantrof, niet de begroting van dit akkoord zelf. De eigen keuzes van dit kabinet worden pas zichtbaar in de begrotingen vanaf 2026. Een verschil tussen begroot en besteed betekent bovendien niet automatisch falen — niet-besteed geld kan zijn doorgeschoven naar latere jaren of teruggevloeid door achterblijvende aanvragen.

Woningbouwimpuls (Wbi)
Begrotingsartikel 1.2 Woningbouw
Begroot €160,1 mlnBesteed €51,5 mlnVerschil −€108,5 mln
Versnelling huisvesting
Begrotingsartikel 1.2 Woningbouw
Begroot €90,9 mlnBesteed €10,6 mlnVerschil −€80,3 mln
Doorbouwgarantie
Begrotingsartikel 1.2 Woningbouw
Begroot €3,0 mlnBesteed €0Verschil −€3,0 mln
Bron: Jaarverslag en Slotwet Ministerie van VRO 2025 (Kamerstuk 36945-XXII-1)
Voortgang en context

Wat de cijfers zeggen

Externe data uit CBS StatLine die dit doel raakt.

Geen externe CBS-data gevonden die specifiek aan dit doel is gekoppeld. Mogelijk loopt dit doel via wetgeving, decentrale uitvoering of een ander beleidsinstrument zonder direct meetbare uitkomstindicator.
Externe toetsing

Wat onafhankelijke instanties constateren

Bevindingen uit rapporten van onafhankelijke instanties die dit doel raken. Het dashboard geeft ze onverkort weer — het oordeel is van de instantie zelf, niet van TRNKL. Waar de bewindspersoon weersproken of toegezegd heeft, staat dat erbij.

ConclusieAlgemene Rekenkamer
Woningbouwimpuls heeft niet tot versnelling van de woningbouw geleid
In een vervolgonderzoek naar de Woningbouwimpuls (Wbi) — het belangrijkste financiële instrument waarmee de minister van 2020 tot 2024 woningbouw stimuleerde, met in totaal € 1.385 miljoen uitgekeerd — trekt de Rekenkamer drie hoofdconclusies: de Wbi heeft niet tot versnelling van de woningbouw geleid; er is grote twijfel of de Wbi tot méér woningen leidt; en de Wbi heeft bij een deel van de projecten wél tot meer betaalbare woningen geleid. De Rekenkamer beveelt aan alle knelpunten in samenhang aan te pakken, omdat geld voor woningbouwprojecten alleen niet de oplossing is. De minister heeft de Wbi vanaf de achtste ronde (februari 2026) aangepast en op complexe projecten gericht — in lijn met een aanbeveling van de Rekenkamer.
Reactie bewindspersoonDe minister geeft aan het beeld dat de Wbi niet tot versnelling leidt en de twijfel over de additionaliteit van de woningen niet te herkennen, om de redenen die zij eerder bij het vervolgonderzoek zelf gaf. Zij noemt de Rekenkameronderzoeken wel een waardevolle bron van inzichten.