WB-00 · Referentiepunt

Gewenste bouwproductie: 100.000 woningen per jaar

Referentiepunt uit inleiding: 'het lukt al jaren niet om de bouwproductie naar de gewenste 100.000 woningen per jaar te krijgen.' Niet als kabinetstoezegging geformuleerd — wel als constatering van wat 'gewenst' is.

Wat de coalitiepartijen in hun programma's schreven

Programma-posities en hun lot in het akkoord

CDA
afgezwakt
We willen een stabiele productie van minimaal honderdduizend woningen per jaar.
CDA wilde een stabiele productie van minimaal 100.000 woningen per jaar als doelstelling. Het akkoord noemt 100.000 niet als expliciet kabinetsdoel maar als referentiepunt (zie WB-00).
Wat de Kamer ermee deed

Kamerzaken die WB-00 raken

Inbreng zonder stemming

Position papers, brieven, schriftelijke vragen en verzoeken die dit doel raken maar waarover de Kamer niet heeft gestemd.

DatumSoortOnderwerpIndiener
13-05-2026Brief regeringVoortgangsrapportage Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO/CN)E. Boekholt-O’Sullivan
18-03-2026Brief regeringRapport `Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw najaar 2025`E. Boekholt-O’Sullivan
13-02-2026Brief regeringFiche: Mededeling ‘De Europese Strategie voor woningbouw’D.M. van Weel
Duiding

Hoe Kamerzaken zich tot dit doel verhouden

Voor dit doel zijn nog geen duidingen opgesteld. Een duiding plaatst een Kamerzaak ten opzichte van het akkoord-doel — aanscherping, afzwakking, bevestiging of blokkade.

Voortgang en context

Wat de cijfers zeggen

De cijfers tonen de werkelijke jaarlijkse nieuwbouw. Het akkoord noemt 100.000 woningen per jaar als gewenste productie — opvallend genoeg niet als harde kabinetstoezegging, maar als constatering van wat 'gewenst' is. Het verschil met de 100.000 geeft de productie-gap aan. Twee kanttekeningen: de CBS-cijfers lopen één à twee jaar achter op het heden, en 'nieuwbouw' is enger dan de totale toevoeging aan de woningvoorraad (die ook transformatie en splitsing omvat) — de werkelijke woningtoevoeging ligt dus iets hoger dan het nieuwbouw-cijfer alleen.

Naast de bouwaantallen toont dit blok de doorlooptijd van nieuwbouw — de tijd tussen de eerste vergunning en de oplevering. Die is in tien jaar opgelopen van circa 16 naar ruim 23 maanden. Ook dit is een nulmeting: een woning die nu wordt opgeleverd kreeg haar vergunning ongeveer twee jaar geleden, vóór de beëdiging van dit kabinet. De cijfers betreffen alle woningtypen samen; vooral in sterk stedelijke gebieden duurt de bouw langer — Noord-Holland circa 26 maanden, Overijssel circa 15.

Woningbouw (netto toevoeging)
79.910woningen/jr
Periode: 2025
202482.204
202387.833
202289.802
202188.223
Gerealiseerde nieuwbouw
69.189woningen/jr
Periode: 2025
Doelnorm: 100.000 woningen/jaar (gewenste productie volgens akkoord)
Gap: -30.811 (-31%)
202469.129
202373.638
202274.560
202171.221
Saldo voorraadmutatie
70.428woningen/jr
Periode: 2025
202470.420
202378.819
202279.649
202179.250
Woningvoorraad totaal
8.275woningen
Periode: 2025
20248.204
20238.125
20228.046
20217.966
Gesloopte woningen
9.551woningen/jr
Periode: 2025
202411.814
20239.337
202210.559
20219.925
Doorlooptijd nieuwbouw: vergunning tot oplevering
23maanden
Periode: 2025
202424
202324
202222
202120
Externe toetsing

Wat onafhankelijke instanties constateren

Bevindingen uit rapporten van onafhankelijke instanties die dit doel raken. Het dashboard geeft ze onverkort weer — het oordeel is van de instantie zelf, niet van TRNKL. Waar de bewindspersoon weersproken of toegezegd heeft, staat dat erbij.

ConstateringAlgemene Rekenkamer
Woningtekort blijft hoog, bouwtempo daalt derde jaar op rij
De Algemene Rekenkamer constateert dat het woningtekort in 2025 396.000 woningen bedroeg (4,8% van de woningvoorraad) — een beperkte daling ten opzichte van 2024 (401.000 woningen, 4,9%), die volgens de Rekenkamer vooral voortkomt uit lagere bevolkingsgroei. In 2025 kwamen er 79.900 woningen bij; dat is het derde jaar op rij dat het aantal nieuwe woningen daalt ten opzichte van het jaar ervoor. Het doel van 100.000 woningen per jaar werd daarmee niet gehaald. De woningbouw loopt volgens de Rekenkamer tegen knelpunten aan zoals stikstof, netcongestie en een gebrek aan ambtelijke capaciteit.
ConstateringAlgemene Rekenkamer
Minder dan de helft van het woningbouw-budget 2025 is uitgegeven
De Rekenkamer constateert dat van de voor 2025 begrote uitgaven voor het subartikel Woningbouw (€ 731 miljoen) uiteindelijk € 327 miljoen — minder dan de helft — daadwerkelijk in 2025 is uitgegeven. Een deel van het geld is doorgeschoven naar latere jaren, zoals bij Grootschalige woningbouwgebieden. Een ander deel van de lage realisatie verklaart de Rekenkamer doordat het aantal aanvragen vanuit gemeenten achterbleef bij de verwachtingen, onder meer bij de Woningbouwimpuls en de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen.
OordeelAlgemene Rekenkamer
Beleid voor flexwoningen beoordeeld als ‘matig’
De Rekenkamer onderzocht het beleid voor flexwoningen — fabrieksmatig gebouwde, verplaatsbare woningen die snel meer woningen moeten opleveren. Sinds 2021 stelde de minister hiervoor in totaal € 948 miljoen beschikbaar; van 2022 tot en met 2025 droegen de regelingen bij aan de bouw van 17.665 flexwoningen. Het in 2022 gestelde doel van 15.000 flexwoningen per jaar is volgens de Rekenkamer niet onderbouwd en ruimschoots niet gehaald; het is later losgelaten zonder dat de Tweede Kamer daarover is geïnformeerd en zonder dat er onderbouwde nieuwe doelen voor in de plaats kwamen. Op haar vijfpuntsschaal (goed, toereikend, matig, zorgelijk, zeer zorgelijk) beoordeelt de Rekenkamer het gevoerde beleid als ‘matig’: flexwoningen zijn relatief duur en risicovol en dragen daardoor minder bij aan het oplossen van het woningtekort dan de minister aanvankelijk verwachtte.
Reactie bewindspersoonDe minister deelt terugkijkend het oordeel dat de aantallen-doelen destijds te ambitieus waren; zij verwacht nu dat er jaarlijks gemiddeld 5.000 flexwoningen kunnen worden gerealiseerd. De Rekenkamer tekent in haar nawoord aan dat dit getal van 5.000 nieuw voor haar is en dat onduidelijk is waarop die verwachting is gebaseerd.