Externe toetsing
Wat onafhankelijke instanties constateren
Bevindingen uit rapporten van onafhankelijke instanties die dit doel raken. Het dashboard geeft ze onverkort weer — het oordeel is van de instantie zelf, niet van TRNKL. Waar de bewindspersoon weersproken of toegezegd heeft, staat dat erbij.
ConstateringAdviesraad Migratie
Onbenut arbeidspotentieel van 330.000 migranten
De Adviesraad Migratie constateert dat Nederland een onbenut arbeidspotentieel telt van ongeveer 330.000 migranten — een vijfde van de totale groep migranten van 25 tot 65 jaar in Nederland. Dat komt neer op zo'n 3 procent van de totale werkzame bevolking en ruim driekwart van het aantal openstaande vacatures. Onder asielmigranten is er ook na langdurig verblijf (tien jaar of langer) nog een groot onbenut potentieel. Een goede opleiding en kennis van de Nederlandse taal zijn de belangrijkste factoren die het onbenutte arbeidspotentieel verkleinen.
ConstateringCentraal Bureau voor de Statistiek
Na zeven jaar baan belangrijkste inkomensbron statushouders
Het CBS constateert dat een jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen bijna alle statushouders tussen 18 en 65 jaar afhankelijk waren van een uitkering. Voor statushouders die in 2014 een vergunning kregen was dit 85 procent. Na verloop van tijd gingen steeds meer statushouders werken en zijn ze minder afhankelijk van een uitkering. Na zeven jaar was werk de belangrijkste bron van inkomen voor statushouders die in 2014 2015 of 2016 een verblijfsvergunning kregen. In 2023 negen jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen had 47 procent van de statushouders uit 2014 werk als belangrijkste inkomstenbron.
ConclusieCentraal Bureau voor de Statistiek
Steeds meer statushouders aan het werk na verkrijgen verblijfsvergunning
Het CBS constateert dat het aandeel statushouders met werk als belangrijkste inkomstenbron toeneemt naarmate zij langer in Nederland zijn. Voor cohort 2014 is dit negen jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning 38 procent (41 procent als alleen de statushouders worden meegerekend die nog in Nederland zijn). Eén jaar na vergunningverlening had 3 procent van cohort 2014 werk als belangrijkste inkomstenbron — voor cohort 2022 was dit 12 procent. Tegelijkertijd daalt het aandeel statushouders met een uitkering als belangrijkste inkomstenbron na negen jaar tot 25 procent.
ConstateringCentraal Bureau voor de Statistiek
Inburgeringsplicht en taalles-deelname cohort 2022
Het CBS constateert dat van de 25,9 duizend inburgeringsplichtigen uit cohort 2022 eind 2024 vier procent heeft voldaan aan de inburgeringsplicht (drie procent van de asielmigranten, acht procent van gezins- en overige migranten). Van de Voorinburgering — het niet-verplichte onderdeel met kennismaking met de Nederlandse taal tijdens COA-verblijf — stemden 76 procent van de aangeschreven asielmigranten in, namen 24,2 duizend daadwerkelijk deel aan de taallessen, en hadden eind 2024 5,4 duizend de taallessen afgerond. In het eerste jaar na vestiging in de gemeente ontving circa 90 procent van de asielmigranten uit cohort 2022 een uitkering (meestal bijstand).
ConstateringWODC, Erasmus Universiteit Rotterdam, CBS, RIVM
Cohortonderzoek Syrische statushouders eerste tien jaar in Nederland
In het Cohortonderzoek Syrische statushouders in Nederland onderzoekt het WODC samen met Erasmus Universiteit Rotterdam, CBS en RIVM hoe het deze groep vergaat in de eerste tien jaar in Nederland. De rapportage brengt ontwikkelingen in kaart op arbeidsmarktparticipatie, taalvaardigheid, institutioneel vertrouwen, binding met de rechtsstaat, identificatie en verblijfsintenties. Daarnaast maakt het onderzoek de gevolgen van asiel-, uitplaatsing-, en inburgeringsbeleid inzichtelijk, met expliciete aandacht voor de vraag in hoeverre beleid verschillend van invloed is op verschillende groepen statushouders.