AM-61 · Meedoen

Statushouders: directe startbaan als springplank naar regulier werk, gecombineerd met taallessen

“We breiden de pilots met startbanen voor vluchtelingen in verschillende gemeenten uit. Statushouders krijgen direct een startbaan als springplank naar regulier werk, die ze combineren met de taallessen. We onderzoeken de mogelijkheden om via de uitkering een prikkel te geven om de startbaan snel te accepteren. We zorgen ervoor dat de Participatiewet en de Inburgeringswet beter op elkaar aansluiten, zodat iedereen tijdens het inburgeringstraject ook wordt gestimuleerd om te werken.”

Wat de coalitiepartijen in hun programma's schreven

Programma-posities en hun lot in het akkoord

VVD
behouden
Direct startbaan en taallessen combineren
CDA
behouden
Programma 'Statushouders aan het werk' landelijk uitrollen
Wat de Kamer ermee deed

Kamerzaken die AM-61 raken

DatumSoortOnderwerpIndienerD66VVDCDAUitkomst
19-03-2026MotieMotie van het lid Michon-Derkzen over het opschalen van bewezen arbeidsmarktprogramma's voor statushoudersI.J.M. Michon-Derkzen (VVD)VVVAangenomen
17-03-2026MotieGewijzigde motie van het lid Michon-Derkzen c.s. over een landelijke aanpak om statushouders naar werk in tekortsectoren te begeleiden (t.v.v. 32824-497)I.J.M. Michon-Derkzen (VVD)Ingediend — geen stemming
17-03-2026MotieGewijzigde motie van de leden Lahlah en Tijs van den Brink over landelijke opschaling van vakroutes en leerwerktrajecten voor statushouders (t.v.v. 32824-482)A. Lahlah (GroenLinks-PvdA)VVVAangenomen
17-03-2026MotieNader gewijzigde motie van het lid Michon-Derkzen c.s. over een landelijke aanpak om statushouders naar werk in tekortsectoren te begeleiden (t.v.v. 32824-506)I.J.M. Michon-Derkzen (VVD)VVVAangenomen
09-03-2026MotieMotie van het lid Lahlah over drempels wegnemen voor de aanvraag van een rijbewijs door asielzoekers met een W-document A. Lahlah (GroenLinks-PvdA)Aangehouden
09-03-2026MotieMotie van de leden Michon-Derkzen en Bamenga over een landelijke aanpak om statushouders naar werk in tekortsectoren te begeleiden I.J.M. Michon-Derkzen (VVD)Ingediend — geen stemming
09-03-2026MotieMotie van het lid Bamenga over de werkervaring en het opleidingsniveau van statushouders structureel registrerenP. Bamenga (D66)Ingetrokken
09-03-2026MotieMotie van het lid Lahlah over landelijke opschaling van vakroutes en leerwerktrajecten voor statushouders A. Lahlah (GroenLinks-PvdA)Ingediend — geen stemming
09-03-2026MotieMotie van het lid Bamenga over een plan van aanpak om ondernemerschap van statushouders te stimuleren en drempels bij kredietverstrekking weg te nemen P. Bamenga (D66)VVVAangenomen
Overige Kamerstukken — inbreng zonder stemming

Position papers, brieven, schriftelijke vragen en verzoeken die dit doel raken maar waarover de Kamer niet heeft gestemd.

DatumSoortOnderwerpIndiener
17-03-2026Brief regeringAppreciatie van de motie van het lid Lahlah over drempels wegnemen voor de aanvraag van een rijbewijs door asielzoekers met een W-document (Kamerstuk 32824-484)V.P.G. Karremans
Voortgang en context

Wat de cijfers zeggen

Geen externe data gevonden die specifiek aan dit doel is gekoppeld in de huidige bronnen-set.
Externe toetsing

Wat onafhankelijke instanties constateren

Bevindingen uit rapporten van onafhankelijke instanties die dit doel raken. Het dashboard geeft ze onverkort weer — het oordeel is van de instantie zelf, niet van TRNKL. Waar de bewindspersoon weersproken of toegezegd heeft, staat dat erbij.

ConstateringAdviesraad Migratie
Onbenut arbeidspotentieel van 330.000 migranten
De Adviesraad Migratie constateert dat Nederland een onbenut arbeidspotentieel telt van ongeveer 330.000 migranten — een vijfde van de totale groep migranten van 25 tot 65 jaar in Nederland. Dat komt neer op zo'n 3 procent van de totale werkzame bevolking en ruim driekwart van het aantal openstaande vacatures. Onder asielmigranten is er ook na langdurig verblijf (tien jaar of langer) nog een groot onbenut potentieel. Een goede opleiding en kennis van de Nederlandse taal zijn de belangrijkste factoren die het onbenutte arbeidspotentieel verkleinen.
ConstateringCentraal Bureau voor de Statistiek
Na zeven jaar baan belangrijkste inkomensbron statushouders
Het CBS constateert dat een jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen bijna alle statushouders tussen 18 en 65 jaar afhankelijk waren van een uitkering. Voor statushouders die in 2014 een vergunning kregen was dit 85 procent. Na verloop van tijd gingen steeds meer statushouders werken en zijn ze minder afhankelijk van een uitkering. Na zeven jaar was werk de belangrijkste bron van inkomen voor statushouders die in 2014 2015 of 2016 een verblijfsvergunning kregen. In 2023 negen jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen had 47 procent van de statushouders uit 2014 werk als belangrijkste inkomstenbron.
ConclusieCentraal Bureau voor de Statistiek
Steeds meer statushouders aan het werk na verkrijgen verblijfsvergunning
Het CBS constateert dat het aandeel statushouders met werk als belangrijkste inkomstenbron toeneemt naarmate zij langer in Nederland zijn. Voor cohort 2014 is dit negen jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning 38 procent (41 procent als alleen de statushouders worden meegerekend die nog in Nederland zijn). Eén jaar na vergunningverlening had 3 procent van cohort 2014 werk als belangrijkste inkomstenbron — voor cohort 2022 was dit 12 procent. Tegelijkertijd daalt het aandeel statushouders met een uitkering als belangrijkste inkomstenbron na negen jaar tot 25 procent.
ConstateringWODC, Erasmus Universiteit Rotterdam, CBS, RIVM
Cohortonderzoek Syrische statushouders eerste tien jaar in Nederland
In het Cohortonderzoek Syrische statushouders in Nederland onderzoekt het WODC samen met Erasmus Universiteit Rotterdam, CBS en RIVM hoe het deze groep vergaat in de eerste tien jaar in Nederland. De rapportage brengt ontwikkelingen in kaart op arbeidsmarktparticipatie, taalvaardigheid, institutioneel vertrouwen, binding met de rechtsstaat, identificatie en verblijfsintenties. Daarnaast maakt het onderzoek de gevolgen van asiel-, uitplaatsing-, en inburgeringsbeleid inzichtelijk, met expliciete aandacht voor de vraag in hoeverre beleid verschillend van invloed is op verschillende groepen statushouders.