Integriteitsrisico's in de gemeentelijk gefinancierde zorg en ondersteuning
Het zorgstelsel · drie gemeentelijke zorgdomeinen · grondslag → keten → verantwoording → praktijk & integriteitsrisicoanalyse
Door mr. Toine Jorna · eerste publicatie 11 juni 2026 · bijgewerkt 18 juni 2026
De zorg ging naar de gemeente, het risico ging mee
Integriteitsrisico's in de gemeentelijk gefinancierde zorg en ondersteuning
Sinds de decentralisaties loopt een groot deel van de zorg via gemeenten, met eigen geldstromen en eigen integriteitsrisico's. Deze flowchart brengt drie gemeentelijke zorgdomeinen in kaart, van wettelijke grondslag via de keten naar verantwoording en praktijk, en laat zien waar integriteitsrisico's ontstaan. Voor iedereen die er direct of indirect mee te maken krijgt, van gemeenten, toezichthouders en zorgprofessionals tot bankmedewerkers die zorgfraude onderzoeken.
Diverse ministeries en alle 342 gemeenten — met schotten ertussen
De zorg in Nederland is verdeeld over meerdere wetten en financieringsstromen, georganiseerd onder verantwoordelijkheid van zowel de rijksoverheid als de gemeenten. Bij het stelsel zijn diverse ministeries en alle 342 gemeenten betrokken, met aanzienlijke overlap en "schotten" tussen de wetten. De hoofdindeling: de Zorgverzekeringswet (Zvw) dekt de curatieve zorg voor alle ingezetenen; de Wet langdurige zorg (Wlz) dekt zware, langdurige zorg; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet zijn gedecentraliseerd naar de gemeenten; en specifieke groepen vallen onder aparte regelingen. Deze flowchart richt zich op de twee gemeentelijke domeinen (Wmo 2015 en Jeugdwet). Daarbinnen zijn drie zorgdomeinen uitgewerkt — jeugdzorg, beschermd wonen & opvang en begeleiding & dagbesteding. Die keuze rust op twee gronden: het zijn gemeentelijk gefinancierde domeinen (de afbakening), en binnen die afbakening komen zij in toezicht- en onderzoeksrapporten herhaaldelijk als integriteitsgevoelig naar voren (de selectie). Het is nadrukkelijk geen gerangschikte "top 3": er is geen strikte onderlinge volgorde, de drie zijn als gelijkwaardige zorgdomeinen behandeld.
Verplichte basisverzekering voor alle ingezetenen; premie deels door werkgevers, deels door burgers, met zorgtoeslag voor lage inkomens. Vergoed: huisartsenzorg, medisch-specialistische (ziekenhuis)zorg, geestelijke gezondheidszorg (basis en specialistisch), farmaceutische zorg, fysiotherapie (beperkt, bij chronische aandoeningen), kraamzorg en verloskundige zorg, tandheelkunde voor kinderen t/m 17, hulpmiddelen, medisch-specialistische revalidatie, dieetadvisering en stoppen-met-rokenprogramma's.
Voor mensen met een blijvende, zware zorgbehoefte. Vergoed: verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg (lichamelijk en verstandelijk), langdurige geestelijke gezondheidszorg (GGZ), intensieve persoonlijke verzorging en verpleging thuis, en behandeling/begeleiding in instellingen.
Gericht op zelfredzaamheid en participatie van volwassenen; gemeenten hebben beleidsvrijheid, waardoor het aanbod per gemeente verschilt. Vergoed: huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding, beschermd wonen, woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen, mantelzorgondersteuning en maatschappelijke opvang/vrouwenopvang.
Jeugdwet — gemeenten
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor jongeren tot 18 jaar (verlengbaar tot 23). Het gaat om opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en beperkingen; niet álle zorg voor minderjarigen valt eronder — somatische zorg loopt via de Zvw en zeer zware, blijvende zorg via de Wlz. Vergoed: jeugd-GGZ, jeugdhulp en gezinsondersteuning, jeugdbescherming en -reclassering, specialistische jeugdzorg, en pleegzorg/residentiële zorg.
3. Overige zorg en zorggerelateerde regelingen
Aparte regelingen en uitvoerders naast de vier hoofdwetten
Publieke gezondheidszorg — uitgevoerd door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): infectieziektebestrijding, Rijksvaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken (borst-, darm-, baarmoederhalskanker), jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus) en seksuele gezondheid. Deels gemeentelijk gefinancierd (GGD-taken, jeugdgezondheidszorg en de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, via het gemeentefonds), deels door het Rijk (RIVM en de bevolkingsonderzoeken).
Forensische zorg (Ministerie van Justitie en Veiligheid, J&V): psychiatrische zorg bij een strafrechtelijke maatregel — terbeschikkingstelling (tbs) of plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) — en forensische poliklinische behandeling.
Defensiezorg (Ministerie van Defensie): medische zorg voor militairen en veteranen; psychische nazorg via het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (waarin o.a. ARQ participeert).
Zorg voor asielzoekers: basismedische en tandheelkundige zorg en GGZ, gefinancierd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op grond van de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA).
Arbozorg (werkgevers): bedrijfsgezondheidszorg, verzuimbegeleiding en re-integratie op grond van de Arbeidsomstandighedenwet.
Verslavingszorg: behandeling (klinisch en ambulant) via de Zvw, langdurige zorg via de Wlz; begeleiding, opvang en herstelondersteuning via de Wmo.
Oorlogsgetroffenen (SVB): uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo).
Overzicht per wet/regeling
Wet / regeling
Uitvoerder
Doelgroep
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Zorgverzekeraars
Alle ingezetenen
Wet langdurige zorg (Wlz)
Zorgkantoren / CAK
Blijvend zware zorgvraag
Wmo 2015
Gemeenten
Zelfredzaamheid volwassenen
Jeugdwet
Gemeenten
Kinderen t/m 17 jaar (verlengbaar tot 23)
Publieke gezondheidszorg
GGD / RIVM
Gehele bevolking
Forensische zorg
Min. Justitie en Veiligheid
Justitiabelen
Defensiezorg
Ministerie van Defensie
Militairen / veteranen
Zorg asielzoekers (RZA)
COA
Asielzoekers
Arbozorg
Werkgevers / arbodiensten
Werknemers
Verslavingszorg
Zvw + Gemeenten (Wmo)
Mensen met verslaving
Wuv / Wubo
SVB
Oorlogsgetroffenen WOII
4. Hoe lopen de geldstromen in het gemeentelijke domein?
Van rijksbegroting via het Gemeentefonds naar de aanbieder — en de plaats van het persoonsgebonden budget (pgb)
Van Rijk naar gemeente
Sinds de decentralisaties van 2015 (Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet) lopen de middelen voor Wmo en Jeugd via het Gemeentefonds. Bij de overheveling ging in 2015 circa €10,2 mrd mee via de integratie-uitkering Sociaal domein (€3,8 mrd Jeugd, €3,5 mrd Wmo, €2,9 mrd Participatiewet). Die integratie-uitkering is opgegaan in de algemene uitkering: de gemeente ontvangt het geld op basis van (sinds 2016) objectieve verdeelmodellen en mag het — binnen de wettelijke kaders — vrij besteden. Er is dus geen geoormerkt zorgbudget.
Van gemeente naar aanbieder — twee routes
Bij zorg in natura (ZIN) contracteert de gemeente aanbieders en betaalt zij rechtstreeks op declaratiebasis. Bij het persoonsgebonden budget (pgb) krijgt de cliënt een budget; de betaling loopt niet via de cliënt maar via het trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die op declaratie aan de zorgverlener uitbetaalt.
Geldstroom en lekken in beeld
Dit beeld geldt voor alle drie de domeinen — alleen het accent verschilt: winstextractie en onderaanneming spelen vooral bij jeugdzorg, de pgb-route bij begeleiding & dagbesteding, en de huur-route bij beschermd wonen.
Rijk / VWS
begroting
→
Gemeentefonds
algemene uitkering
→
Gemeente
inkoop / beschikking
→
Aanbieder
ZIN of pgb (via SVB)
→
Cliënt
de zorg
Let op: de gecontracteerde aanbieder hierboven kan zelf bonafide zijn, maar besteedt de uitvoering soms uit aan een onderaannemer of tussenpersoon — soms malafide — die de wettelijke screening (diploma, VOG) ontloopt en buiten het directe zicht van de gemeente blijft.
Twee even belangrijke, domeinspecifieke varianten op deze geldstroom:
① Pgb (vooral begeleiding & dagbesteding) — het geld loopt via de cliënt en vaak een tussenpersoon:
Cliënt
budgethouder (pgb)
→
SVB
trekkingsrecht
→
Bemiddelaar / uitzendbureau
tussenpersoon
→
Zorgverlener
zzp'er of medewerker
② Wonen + zorg (beschermd wonen) — zorggeld lekt weg via de huur:
Cliënt
bewoner & huurder
→
Aanbieder
zorgverlener én verhuurder
→
Gelieerde vastgoed-bv
int de (hoge) huur
Waar lekt het geld weg?
⚑ Spookzorg — gedeclareerd, maar niet (of minder) geleverd · bij: aanbieder → cliënt
⚑ Winstextractie — winst de zorg uit via vastgoed-, holding- of schoonmaak-bv's · bij: aanbieder
⚑ Pgb-zelfdeclaratie — budgethouder of bemiddelaar vult de uren zelf in via de SVB · bij: pgb-route
⚑ Tussenpersoon buiten toezicht — bemiddelaar/uitzendbureau valt buiten het IGJ-toezicht: valse diploma's, onderbetaling · bij: bemiddelaar
⚑ Onderaanneming — legitieme hoofdaannemer besteedt uit aan een malafide onderaannemer · bij: aanbieder
⚑ Huurafroming — zorggeld weggesluisd via (te) hoge huur aan een eigen vastgoed-bv · bij: wonen + zorg
Vereenvoudigde weergave; de rode vlaggen markeren waar publiek zorggeld in de praktijk weglekt.
Het pgb als dwarsdoorsnijdend risico. Het pgb is een financieringsvorm, geen zorgsoort, maar het is in de fraudesignalen sterk oververtegenwoordigd. Volgens het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) betrof in 2023 circa 21% van alle fraudesignalen pgb-gefinancierde zorg (in 2022 nog 32%); binnen de Wmo loopt dat op tot ruim 45% — terwijl het pgb maar een klein deel van het totale zorgvolume vormt. Het risico keert daarom terug in elk van de drie zorgdomeinen hierna — lees per domein het paarse pgb-blok in de praktijkmodal.
Wat het kost
De totale zorguitgaven onder de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) — inclusief de premiegefinancierde zorg (Zvw en Wlz) — bedragen ruim €110 mrd (2025). De kosten van de jeugdzorg stegen van circa €3,6 mrd (2015) naar ~€8,1 mrd (2024) — gemiddeld ~9% per jaar; met geraamde tekorten van €628 mln (2023) en ~€828 mln (2024). De Wmo-uitgaven aan beschermd wonen bedragen circa €1,7 mrd.
5. Hoe wordt het verantwoord en wie houdt toezicht?
Van gemeentelijke jaarrekening tot kwaliteits- en fraudetoezicht
De gemeente verantwoordt de bestede zorggelden in haar jaarrekening (accountantscontrole op getrouwheid én rechtmatigheid); het Rijk monitort via de IV3-informatievoorziening (Informatie voor derden) en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het toezicht is verdeeld: voor de Wmo wijst elke gemeente een Wmo-toezichthouder aan (vaak de GGD); voor de Jeugdwet houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op kwaliteit. Fraudesignalen worden gebundeld bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ).
Wat het IKZ ziet (signalen 2023)
In 2023 deelden de IKZ-partners 338 signalen over 293 aanbieders. De verdeling naar wet (een signaal kan meerdere wetten betreffen, dus de aantallen tellen niet op tot 338):
Wet / financiering
Signalen 2023
Toelichting
Zorgverzekeringswet (Zvw)
144
Meeste signalen; o.a. wijkverpleging
Wet langdurige zorg (Wlz)
72
Intramurale en intensieve zorg
Wmo 2015 (gemeente)
70
Begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen
Jeugdwet (gemeente)
26
Vooral zorg in natura
Bij 37 signalen waren meerdere wetten betrokken — meestal de Wmo én de Jeugdwet (begeleiding, jeugdhulp en/of huishoudelijke hulp).
Binnen de Wmo speelt in ruim 45% van de signalen pgb-gefinancierde zorg een rol; over alle signalen heen is dat 21% (2023, tegen 32% in 2022). Het gemeentelijke domein is daarbij vermoedelijk ondervertegenwoordigd: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stopte in 2023 tijdelijk met het delen van persoonsgegevens wegens twijfel over de grondslag onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en eenmanszaken en vof's vielen buiten de registratie van rechtspersonen. De afname betekent niet dat er minder zorgfraude is: volgens het IKZ komt de daling vooral doordat partners — met name gemeenten — minder signalen aanleverden.
Nieuwe en aangekondigde wetgeving tegen integriteitsrisico's (2025–)
De Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz, dossier 35.515) trad op 1 januari 2025 in werking: wettelijke basis voor het IKZ en een Waarschuwingsregister Zorgfraude met gegevensuitwisseling tussen gemeenten, verzekeraars en toezichthouders. Het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz, dossier 36.686) — begin 2025 bij de Tweede Kamer ingediend en nog niet aangenomen — beoogt de gronden om een aanbiedersvergunning te weigeren of in te trekken te verruimen en winstuitkering aan voorwaarden te binden. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (dossier 36.546) — aangenomen door de Eerste Kamer op 7 oktober 2025, inwerkingtreding 1 januari 2026 — verplicht jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen tot een interne toezichthouder, transparante bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording, met een rol voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
6. De anatomie van zorgfraude — typologie
Naar het onderzoek "Een wereld te winnen. Over zorgfraude" (LokaleZaken i.o.v. VNG Naleving, 2020)
Wanneer wordt een fout fraude?
Fraude onderscheidt zich van een fout door drie elementen die samen aanwezig moeten zijn: (1) regelovertreding, (2) wederrechtelijk voordeel en (3) bewust handelen (opzet). Frauduleuze zorg is bovendien aanbod-gestuurd: niet de hulpvraag maar het verdienmodel staat centraal — gericht op het uitmelken of fingeren van zorgbehoeften, met kwetsbare cliënten die gebrekkige zorg accepteren.
"Fraude" is op zichzelf geen strafbepaling in het Wetboek van Strafrecht (Sr) — het is een verzamelterm. Strafrechtelijk wordt het vervolgd via specifieke delicten waarin bedrog of opzet centraal staat: valsheid in geschrifte (art. 225 Sr), oplichting (art. 326 Sr), verduistering (art. 321 Sr) en witwassen (art. 420bis Sr). In het zorgdomein wordt daarnaast bestuurs- en civielrechtelijk opgetreden — herziening, intrekking en terugvordering (art. 2.3.10 en 2.4.1 Wmo 2015). De Regeling Jeugdwet definieert een fraude-onderzoek aan de hand van valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering ten nadele van de gemeente.
Drie verschijningsvormen
Netwerkfraude — aanbieders die (lijken te zijn) opgericht om te frauderen, opererend vanuit een kleine kring vertrouwelingen, vaak verweven met de boven- én onderwereld (drugs, witwassen, uitbuiting). Het meest georganiseerde en zichtbare type, dat de ernstigste (menselijke) slachtoffers maakt.
Organisatiefraude — op zich legitiem opgezette bedrijven die hun organisatie benutten om systematisch te veel of onrechtmatig te declareren; kleine bedragen per cliënt, maar groot totaal bij hoog volume.
Informele fraude — gezinnen of kleine kringen met gefingeerde, "informele" pgb-zorg, waarbij het zorggeld het bruto jaarinkomen van de betrokkenen benadert of overstijgt.
Zes fraudestrategieën
Het onderzoek ordent de werkwijze in zes strategieën, die per domein terugkomen in de praktijkmodals: (1) cliënten zoeken in de sociale omgeving (afhankelijk of meeprofiterend); (2) frauderen in een kleine coalitie met kennis van het zorgsysteem; (3) verhullende bedrijfsconstructies (holdings, vastgoed-, schoonmaak-bv's); (4) meebewegen en sanctieminimalisatie (niet opvallen, aansturen op schikking); (5) strategische verplaatsing tussen bedrijf, domein en gebied — inclusief faillissement-en-doorstart; en (6) de kaasschaaf (gering bedrag per cliënt, groot totaal). Deze strategieën worden in de praktijk uitgewerkt in 63 concrete tactieken, geordend in tien categorieën.
Ronselen en beïnvloeden van cliënten — cliënten instrueren wat zij tegen de gemeente verklaren, premies voor het aanbrengen van cliënten, lokken met huisvesting, dreigen met huisuitzetting.
Ontoereikende zorg — te veel uren declareren, te grote groepen, "nietszeggende dagbesteding", verschuilen achter slecht controleerbare zorgplannen.
Valse gronden — vervalsen van documenten, diploma's en urenlijsten.
Zware indicaties misbruiken — alleen inschrijven op zware productvarianten of indicaties verzwaren zonder de zorg op te schalen.
Verborgen geldstromen — en te hoge beloningen voor bestuurders.
Rommelen met personeel — te laag opgeleid personeel (zelfs stagiairs), uitzendkrachten onderbetalen.
Afschuiven van de schuld — kritiek op tarieven, personeel de schuld geven, administratie "kwijtraken".
Relatiebeheer met de gemeente — de gemeente opzadelen met problemen bij stopzetten, lastige vragen vermijden.
Onder de radar blijven — opereren in verschillende zorgdomeinen of gemeenten.
Waarom handhaving stokt — de gelegenheidsstructuur: ruime, vage normen (wat ís "voldoende" begeleiding of "zinvolle" dagbesteding?), een zwakke poortwachtersfunctie, weinig opsporingscapaciteit, het dubbele-opzetvereiste (bij de Wmo moet opzet eerst op cliëntniveau worden aangetoond voordat bij de aanbieder kan worden teruggevorderd) een gefragmenteerd uitvoeringsnetwerk en blokkades in de informatie-uitwisseling geven de fraudeur een tactisch voordeel.
Van signaal naar oordeel — weeg, niet afvink
Een enkel signaal is zelden bewijs. Bijna elk signaal heeft ook een legitieme verklaring, en het is juist de bedoeling dat de lezer leert afwegen in plaats van afvinken:
Signaal
Kan onschuldig zijn omdat…
Wordt zorgwekkend als…
Hoge winstmarge
een incidentele meevaller of eenmalige bate de marge opdrijft
de marge meerdere jaren ongewoon hoog is (bijvoorbeeld >10%, ruim boven de gangbare 3%) en wordt uitgekeerd als dividend i.p.v. geherinvesteerd
Declaraties op het plafond
de cliëntpopulatie zwaar is en de zorg daadwerkelijk is geleverd
uren feitelijk onmogelijk zijn of urenregistratie en zorgplan ontbreken
Snelle groei
er een reëel tekort aan aanbod is dat wordt opgevuld
groei samengaat met cliëntverloop, onbevoegd personeel of ondoorzichtige structuren
Wonen én zorg bij één partij
kleinschalig wonen soms zo is georganiseerd
de cliënt afhankelijk wordt gemaakt en huur uit het zorgbudget lijkt te lopen
De kern: het gaat om de optelsom van signalen, de mate waarin ze onverklaarbaar zijn, én — voor de stap van "fout" naar "fraude" — of er sprake is van opzet. Vraag door, zoek onderbouwing en leg vast; trek geen conclusie op één waarneming. Dit weegprincipe vormt het uitgangspunt voor de Flowtool Zorg.
7. Omvang, schade en handhaving
Hoe groot is het probleem, en waarom is de pakkans laag?
De exacte omvang is onbekend. Het Openbaar Ministerie (OM) hanteert een veelgenoemde raming van ~€10 miljard per jaar (circa 10% van de ~€100 mld zorguitgaven); het kabinet benadrukt uitdrukkelijk dat hiervoor geen sluitende onderbouwing bestaat. Een Europese koepelraming (EHFCN) gaat uit van 3–8% van het zorgbudget dat jaarlijks verloren gaat aan fraude en corruptie — toegepast op de Nederlandse zorguitgaven grofweg €3–8 mld per jaar.
De Algemene Rekenkamer concludeerde in "Een zorgelijk gebrek aan daadkracht" (2022) dat de bestrijding "in de praktijk niet of nauwelijks werkt": zelfs bij de sterkste fraudesignalen worden nauwelijks resultaten geboekt, en als fraude wél is aangetoond, stopt de fraudeur er meestal niet mee. De strafrechtelijke capaciteit is beperkt — de recherche zorgfraude levert jaarlijks slechts ~16 tot 22 zaken aan bij het OM. Tegelijk keerden zorgbedrijven volgens Pointer tussen 2020–2022 bijna €200 mln dividend uit.
Het instrumentarium wordt versterkt: de Wbsrz (twee onderdelen: het Waarschuwingsregister Zorgfraude én een wettelijke basis voor het IKZ, 1 januari 2025), een vergunningplicht voor nieuwe zorgaanbieders (amendement-Bushoff, 1 januari 2025), ruimere inzet van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) (in 2025 tot dusver 6 onderzoeken door het CIBG tegenover 2 in 2024) en — via het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord — structurele middelen oplopend tot €50 mln per jaar vanaf 2030. VWS bereidt daarnaast een Wmg-wijziging (Wet marktordening gezondheidszorg) voor om de NZa bestuursrechtelijk te laten handhaven op "spooknota's" (verwacht in 2026).
Kabinetspakket zorgfraude (juni 2026)
Op 8 juni 2026 kondigde het kabinet een "stevig pakket" maatregelen aan tegen zorgfraude en ondermijnende criminaliteit, expliciet ingegeven door de verschuiving van individuele fraude naar georganiseerde misdaad in de zorg. De hoofdlijnen:
Strenger aan de poort: een wetsvoorstel met versterkte toetredingseisen en een duidelijke norm voor alle nieuwe en herstartende aanbieders gefinancierd uit Zvw, Wlz, Jeugdwet en pgb. Voor de Wmo 2015 wordt nog uitgewerkt welke normen voor welke (zeer uiteenlopende) typen aanbieders gaan gelden, met nadruk op kwaliteit, rechtmatigheid en integriteit.
Vergunningplicht uitbreiden naar alle zorgaanbieders — inclusief solisten en onderaannemers — en een verplichte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders.
Meer Bibob en fysieke controles: structurele, risicogerichte inzet van de Wet Bibob en meer controles ter plaatse bij (risicovolle) nieuwe en herstartende aanbieders.
Betere gegevensdeling: aanvullende regelgeving om tijdens lopende fraudeonderzoeken informatie uit te wisselen tussen gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren en opsporing; J&V verkent een grondslag om politiegegevens te delen binnen de Taskforce Integriteit Zorgsector (TIZ).
Extra opsporings- en handhavingscapaciteit voor de recherche zorgfraude (Arbeidsinspectie) en het Functioneel Parket, plus uitbreiding van het bestuursrechtelijk toezicht — bekostigd uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) (oplopend tot €50 mln/jaar).
De handhavingsketen en haar capaciteit
Signalen lopen van de zorgaanbieder via toezichthouders (Wmo-toezicht/GGD, IGJ, NZa) en het IKZ naar opsporing (Nederlandse Arbeidsinspectie, Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD)) en het Openbaar Ministerie. De partijen werken samen in de Taskforce Integriteit Zorgsector (NZa, Zorgverzekeraars Nederland, IGJ, Arbeidsinspectie, FIOD, Belastingdienst, Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en VNG). De capaciteit is echter beperkt: de recherche zorgfraude levert jaarlijks slechts 16 tot 22 strafzaken aan bij het Functioneel Parket; het aantal signalen is structureel groter dan de beschikbare capaciteit. Het IKZ ontving tot 1 september 2025 al 440 signalen (meer dan in heel 2024), maar ruim de helft van de gemeenten is pas aangesloten. Strafrecht is bovendien "ultimum remedium": door het grijze gebied in de regels leiden zaken vaak tot vrijspraak bij gebrek aan aantoonbare opzet, wat de nadruk verlegt naar de bestuurs- en civielrechtelijke "voorkant".
Ook gemeentelijk knelt de capaciteit. De VNG raamde dat circa €85 mln nodig is — gemiddeld zo'n 2 fte per gemeente — enkel voor toezicht. Koplopers investeren fors (Almelo reserveerde €350.000 voor extra toezichthouders en juridische capaciteit en voert rechtszaken om jurisprudentie op te bouwen), maar zulke zaken duren jaren en kosten tonnen. Tegelijk blokkeren privacyregels dat een in de ene gemeente betrapte aanbieder bij buurgemeenten wordt gemeld, waardoor "gemeentenhoppen" mogelijk blijft — precies het gat dat het Waarschuwingsregister moet dichten.
De cliënt als slachtoffer
Integriteitsschendingen treffen niet alleen de publieke kas maar ook de cliënt. Het onderzoek "Een wereld te winnen" en de RIEC-analyses (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) beschrijven cliënten die niet weten dat te hoog wordt gefactureerd, die uit afhankelijkheid of angst (om hun woonplek of dagbesteding kwijt te raken) mindere zorg accepteren, die met cadeaus — reisjes, luxe goederen — worden gepaaid, en die worden uitgebuit: criminele uitbuiting (henneptoppen knippen), arbeidsuitbuiting (te zware "dagbesteding") en zelfs seksuele uitbuiting. Het slachtofferperspectief is daarmee een zelfstandige reden om te handhaven — naast de financiële schade.
Detectiemethoden: data-analyse en de menselijke controle
Omdat papieren verantwoording vaak "klopt", verschuift het opsporen van fraude steeds meer naar data-analyse. Wetenschappelijk wordt dit benaderd als anomaliedetectie: het vinden van zeldzame, afwijkende patronen in declaratie- en urendata. De uitdaging is dat fraude sterk ondervertegenwoordigd is — een zeer klein deel van alle transacties (sterke class imbalance) — en dat betrouwbaar gelabelde fraudegevallen schaars zijn. Onderzoekers combineren daarom ongesuperviseerde technieken (o.a. Isolation Forest, autoencoders, association rule mining) met gesuperviseerde/hybride modellen (bv. LSTM + Transformer), en gebruiken "pseudo-labels" om het labeltekort te overbruggen — onder meer toegepast op Nederlandse (langdurige) zorg- en GGZ-declaraties.
Techniek vervangt het menselijk oordeel echter niet. Onderzoek naar de fraude-detectievaardigheid van de controlerend accountant laat zien dat een professioneel-kritische houding en gericht doorvragen nodig blijven; modellen leveren signalen, mensen wegen ze. Praktisch onderbouwen deze methoden de signalen in de praktijkmodals (declaraties op het plafond, onmogelijke uur-volumes, lage personeelslast t.o.v. omzet) — en zij vormen het fundament onder de geplande, vrij raadpleegbare Flowtool Zorg, die de gebruiker langs deze indicatoren leidt zonder dat persoonsgegevens worden gedeeld.
8. Meldwijzer — wat te doen bij een vermoeden
Een vermoeden is geen beschuldiging; volg een zorgvuldig, navolgbaar pad
Leg vast. Noteer concrete, feitelijke waarnemingen (data, declaraties, gesprekken) — geen aannames of conclusies. Documenteer de optelsom van signalen.
Escaleer intern. Meld bij de tweede/derde lijn, de contractmanager of de juridische afdeling; handel niet op eigen houtje.
Schakel het toezicht in. Voor de Wmo de Wmo-toezichthouder (veelal GGD); voor de Jeugdwet en kwaliteits-/veiligheidskwesties de IGJ.
Deel het signaal. Via de gemeente naar het IKZ en — bij een gerechtvaardigd vermoeden — het Waarschuwingsregister Zorgfraude (Wbsrz).
Bij acute onveiligheid: bij huiselijk geweld of kindermishandeling Veilig Thuis, en bij (vermoedens van) uitbuiting of mensenhandel — van cliënten óf medewerkers — direct de politie.
Bescherm jezelf als melder. Raadpleeg de interne meldregeling of het Huis voor Klokkenluiders voordat je extern meldt.
Let op: deel uitsluitend wat nodig en proportioneel is, en houd rekening met privacyregels — de juiste route loopt via de daarvoor aangewezen instanties, niet via openbaarmaking.
De drie domeinen worden hierna apart uitgewerkt, maar in de praktijk houden de zwaarste integriteitsrisico's zich niet aan die grenzen. Eén en dezelfde aanbieder of het netwerk daarachter is vaak tegelijk actief in meerdere domeinen (jeugdzorg, beschermd wonen én begeleiding) en meerdere gemeenten. Wie alleen naar één domein of één gemeente kijkt, ziet maar een stukje van het geheel.
Eén netwerk, meerdere domeinen
De Algemene Rekenkamer beschreef in 2022 een netwerk van zorgbedrijven dat tegelijk actief was in wijkverpleging, jeugdzorg én beschermd wonen en — ondanks signalen sinds 2014 — jarenlang bleef doordraaien. Het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) en de Regionaal Informatie- en Expertisecentra (RIEC's) zien dezelfde patronen: een web van bv's (zorg, vastgoed, horeca, schoonmaak), bestuurd via familieleden en katvangers, met geld dat tussen de vennootschappen heen en weer wordt geheveld.
Waarom de versnippering dit in de hand werkt
Het stelsel zelf maakt verplaatsen lonend. Met 342 gemeenten, elk met eigen inkoop en toezicht, en privacyregels die het delen van signalen bemoeilijken, kan een in de ene gemeente of het ene domein betrapte aanbieder eenvoudig elders opnieuw beginnen — desnoods na een faillissement-en-doorstart. Het onderzoek "Een wereld te winnen" benoemt dit als een zelfstandige fraudestrategie: strategische verplaatsing tussen bedrijf, domein en gebied. Het Openbaar Ministerie (OM) spreekt van "spinnenwebben" en waarschuwt dat toezicht en opsporing nog te veel op losse aanbieders zijn ingericht in plaats van op netwerken.
Wat dit betekent voor signalering: beoordeel een aanbieder niet alleen binnen het eigen domein of de eigen gemeente. Toets de bestuurders, gelieerde rechtspersonen en eerdere faillissementen breed (KvK, Bibob), en deel signalen via het Waarschuwingsregister Zorgfraude (Wbsrz) — juist dat register is bedoeld om het "gemeentenhoppen" en domein-springen te doorbreken.
Gemeentelijk zorgdomein — waarom dit domein is geselecteerd
In het kort
De gemeente betaalt de hulp aan kinderen en gezinnen met problemen. Het risico: zorgbedrijven die ongewoon veel winst maken, of hulp declareren die niet of nauwelijks is geleverd. Geld dat bedoeld is voor kwetsbare jongeren verdwijnt zo — en kinderen dreigen slechtere of geen hulp te krijgen.
De kern van het risico
De jeugdzorg combineert sinds de decentralisatie van 2015 sterk stijgende uitgaven, ruimte voor bovenmatige winstneming en gebrekkige transparantie. De kosten stegen van circa €3,6 mrd (2015) naar ~€8,1 mrd (2024) — gemiddeld ~9% per jaar — terwijl gemeenten tekorten van honderden miljoenen rapporteerden (€628 mln in 2023, ~€828 mln in 2024). Tegelijk maakten 342 gemeenten ieder hun eigen inkoopafspraken: een kleine, gespecialiseerde aanbieder moest soms met tientallen gemeenten apart contracteren (specialistische zorg wordt sinds 2026 regionaal ingekocht), terwijl grote commerciële partijen schaalvoordeel en onderhandelingsmacht opbouwen.
De bewijsbasis
Het onderzoeksproject "Jeugdzorg in het Rood" van Follow the Money (11 redacties, 19 journalisten) analyseerde de jaarrekeningen van vrijwel alle jeugdzorgaanbieders: een aanzienlijk deel van de commerciële aanbieders behaalde winstmarges boven 10%, terwijl in de zorg een marge van twee à drie procent doorgaans al als goed geldt. Vervolgonderzoek (A-INSIGHTS) liet zien dat de gemiddelde winstgevendheid in 2024 op 2,3% lag (1% in 2023) en dat juist de grootste aanbieders financieel sterker werden: hun solvabiliteit bedroeg bijna 40% — het dubbele van de gezonde norm van 20% — waardoor ruim €600 mln aan eigen vermogen in feite "stilstaat". Pointer signaleerde sinds 2020 honderden mogelijke "zorgcowboys"; sectorbreed werd tussen 2020 en 2022 bijna €200 mln dividend uitgekeerd in plaats van geherinvesteerd. Op rendement gerichte investeerders kochten kleinere aanbieders op tot "jeugdzorgreuzen".
Wat toezichthouders zien
De Algemene Rekenkamer onderzocht in 2022 veertien zaken met de sterkste fraudesignalen, verspreid over wijkverpleging, jeugdzorg én beschermd wonen, en concludeerde dat de aanpak in de praktijk "niet of nauwelijks werkt". In de RIEC-fenomeenanalyse (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) is ambulante jeugdzorg (27 van 87 dossiers) na gehandicaptenbegeleiding de meest voorkomende zorgsoort onder criminele zzp'ers. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zag meldingen van valse diploma's en VOG's (Verklaring Omtrent het Gedrag) verdubbelen; de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) trof in 2025 bij het merendeel van de erkende EVC-aanbieders (Erkenning van Verworven Competenties) onregelmatigheden aan. Jeugdwet-signalen bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) (26 in 2023) gaan vooral over zorg in natura: niet-geleverde zorg, zorgverwaarlozing, onvoldoende kwaliteit en inzet van onbevoegd personeel.
Waarom juist dit domein: nergens anders komen zoveel risicofactoren samen — miljardenvolume, commerciële winstprikkels, complexe concernstructuren, versnipperde inkoop én een kwetsbare doelgroep die zelf geen regie voert. Daardoor is zowel de inkoop als het toezicht structureel in het nadeel.
Werk de vier stappen hieronder af — grondslag → keten → verantwoording → praktijk — om voor dit domein zelf een integriteitsrisicoanalyse te kunnen maken.
Gemeentelijk zorgdomein — waarom dit domein is geselecteerd
In het kort
De gemeente betaalt onderdak met begeleiding voor mensen met bijvoorbeeld psychische problemen, een verslaving of zonder woning. Omdat dezelfde aanbieder vaak óók de huisbaas is, raken bewoners sterk afhankelijk. In de ergste gevallen worden zij uitgebuit — gedwongen werk, soms prostitutie — terwijl zorggeld in de zakken van de aanbieder verdwijnt.
De kern van het risico
Beschermd en begeleid wonen combineert twee risicoverhogende factoren: een uiterst kwetsbare cliëntpopulatie (psychiatrie, verslaving, dakloosheid, licht verstandelijke beperking (LVB)) en een verstrengeling van zorg, huisvesting en geld in handen van dezelfde aanbieder. De cliënt is daardoor drievoudig afhankelijk — voor zijn zorg, zijn dak boven het hoofd én (bij persoonsgebonden budget (pgb)) zijn budgetbeheer — wat melden riskant maakt en toezicht moeilijk.
De bewijsbasis — IKZ-themarapport (Informatie Knooppunt Zorgfraude)
Het IKZ onderzocht fraude en zorgverwaarlozing bij beschermd en begeleid wonen (2015–medio 2019): naar schatting 2.300 kwetsbare cliënten per jaar ontvangen zorg van aanbieders waarbij fraude en/of zorgverwaarlozing wordt vermoed, met circa €100 mln zorggeld gemoeid. Gesignaleerd: mishandeling, intimidatie en dwang (tot prostitutie), dreiging met uitzetting, cliënten die in een pand van de aanbieder wonen, het afgeven van bankpas/zorgpas/DigiD, en aanbieders zonder zorgachtergrond met soms criminele banden (drugs, mensenhandel, faillissementsfraude).
Verwevenheid met georganiseerde criminaliteit
Uit de casusanalyse van IKZ & Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) (22 zorgorganisaties in Twente): bij 15 van de 22 een verband met hennepteelt — kwekerijen op de zorglocatie of in woningen van cliënten/eigenaar — en drie aanbieders zetten cliënten in om hennep te knippen (criminele uitbuiting). Daders zijn doorgaans eerst crimineel, daarna de zorg in: de zorg is een "eenvoudige extra inkomstenbron" met lage pakkans. Zorggeld wordt afgeroomd via hoge huursommen voor het wonen, zodat de zorg-bv geen woekerwinst lijkt te maken. De Rekenkamer beschreef een netwerk dat tegelijk actief was in wijkverpleging, jeugdzorg én beschermd wonen en — ondanks signalen sinds 2014 — jarenlang doordraaide.
Stelselwijziging vergroot de urgentie: beschermd wonen wordt doorgedecentraliseerd van circa 43 centrumgemeenten naar álle gemeenten, gekoppeld aan een woonplaatsbeginsel. Die in 2019 afgesproken overgang is meermaals uitgesteld — het wetsvoorstel ligt nog bij de Tweede Kamer en is nog niet in werking. Zodra zij doorgaat, komt het toezicht bij veel meer, en vaak kleinere, gemeenten te liggen.
Werk de vier stappen hieronder af — grondslag → keten → verantwoording → praktijk — om voor dit domein zelf een integriteitsrisicoanalyse te kunnen maken.
Gemeentelijk zorgdomein — waarom dit domein is geselecteerd
In het kort
De gemeente betaalt begeleiding en dagbesteding voor mensen die hulp nodig hebben om mee te kunnen doen. Of die hulp écht is geleverd, is moeilijk te controleren. Daardoor wordt er makkelijk meer gedeclareerd dan geleverd ("spookzorg"), vaak via een persoonsgebonden budget dat iemand anders namens de cliënt beheert.
De kern van het risico
Individuele begeleiding en dagbesteding behoren al jaren tot de zorgsoorten waarover het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) de meeste fraudesignalen deelt — binnen het gemeentelijke domein steevast bovenaan. Drie factoren versterken elkaar: de prestatie is moeilijk objectiveerbaar (hoeveel begeleiding is "geleverd"? wat is "zinvolle" dagbesteding?), de toetredingsdrempel is laag (geen vergunning of BIG-registratie (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) vereist), en het persoonsgebonden budget (pgb) maakt declaratie zonder feitelijke levering relatief eenvoudig.
De bewijsbasis
In de RIEC-fenomeenanalyse (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) is individuele begeleiding (34 signalen) de meest voorkomende zorgsoort in fraudesignalen over zzp'ers, vóór wijkverpleging (25) en beschermd wonen (8). Van de 87 onderzochte zorg-zzp'ers had 32% recente veroordelingen (samen 192 antecedenten). De dominante fraudevorm is spookzorg: zorg die wordt gedeclareerd maar niet (of minder, of slechter) geleverd; in het IKZ-rapport 2023 betreft de grootste categorie (27%) "meer of andere zorg declareren dan geleverd of meer zorg vragen dan nodig". Daarnaast: te hoge indicatiestelling, vervalste handtekeningen/diploma's, omkoping, intimidatie, misbruik van DigiD's en het ronselen van cliënten — soms voor witwassen of drugssmokkel.
Waarom het pgb hier zo gevoelig is
Binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gaat het vaak om pgb-gefinancierde zorg, beheerd door een gemachtigde of bemiddelingsbureau namens een cliënt met beperkte regie. Omdat de budgethouder de uren zelf in de SVB-omgeving (Sociale Verzekeringsbank) invult, is "zorg op papier" eenvoudig. De Dolia-zaak (thuiszorg/pgb; €7,5 mln gedeclareerd, slechts ~11% naar zorg besteed, 170.000 gedeclareerde uren tegen ~38.000 leverbare) en de arbeidsmigranten-constructie (pgb, Zvw/Wlz; €132.000/jaar, €12.000/maand naar een familiebedrijf) illustreren hoe groot de bedragen kunnen worden.
Lage toetredingsdrempel: waar voor medische zorg vaak een BIG-registratie of vergunning geldt, kan vrijwel iedereen zich als aanbieder van begeleiding of dagbesteding presenteren. Het IKZ ziet aanbieders die na een faillissement elders met een nieuwe rechtspersoon opnieuw beginnen.
Werk de vier stappen hieronder af — grondslag → keten → verantwoording → praktijk — om voor dit domein zelf een integriteitsrisicoanalyse te kunnen maken.
De Jeugdwet (in werking 1 januari 2015) bundelt vrijwel alle hulp aan jeugdigen die voorheen onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Zorgverzekeringswet (Zvw) en provinciale jeugdzorg viel. Het begrip jeugdhulp omvat drie clusters: hulp bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen (de jeugd-GGZ) en ondersteuning van jeugdigen met een beperking (begeleiding, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf). In beginsel geldt de wet voor jeugdigen tot 18 jaar; via verlengde jeugdhulp kan jeugdhulp die vóór het 18e jaar is gestart (of waarvan vóór het 18e is bepaald dat zij nodig is) doorlopen tot uiterlijk 23 jaar wanneer de gemeente voortzetting nodig acht — mits die hulp niet onder een ander wettelijk kader (Zvw/Wet langdurige zorg (Wlz)/Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)) valt.
De jeugdhulpplicht (art. 2.3)
Jeugdwet, art. 2.3 & 2.6 De gemeente heeft een jeugdhulpplicht (art. 2.3): zij moet een passende voorziening treffen zodra een jeugdige of ouder ondersteuning nodig heeft die hij niet op eigen kracht of met zijn netwerk kan organiseren. Op grond van art. 2.6 is zij daarnaast verantwoordelijk voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp én van gecertificeerde instellingen voor kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Welke gemeente verantwoordelijk (en financieel aansprakelijk) is, volgt sinds 1 januari 2022 uit het woonplaatsbeginsel: de gemeente waar de jeugdige volgens de Basisregistratie Personen (BRP) woont, of — bij verblijf — de gemeente van herkomst.
Vrijwillig én gedwongen kader
Jeugdhulp — vrijwillig kader, via de gemeentelijke toegang of een wettelijke verwijzer.
Jeugdbescherming — gedwongen kader: de kinderrechter legt op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming een maatregel op (ondertoezichtstelling, art. 1:255 BW, of gezagsbeëindiging, art. 1:266 BW), uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI).
Jeugdreclassering — begeleiding en toezicht in het justitiële kader, eveneens door een GI.
Gesloten jeugdhulp — vrijheidsbenemend verblijf, alleen met een machtiging van de kinderrechter (art. 6.1.2 Jeugdwet); de zwaarste interventie, met eigen rechtswaarborgen.
Toegang en verwijzers
Jeugdwet, art. 2.6 lid 1 sub g Naast de gemeentelijke toegang (wijk-/jeugdteam) zijn ook de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist wettelijke verwijzers naar jeugdhulp. Die dubbele route waarborgt toegang, maar bemoeilijkt de gemeentelijke regie en kostenbeheersing — en kan een aangrijppunt vormen voor oneigenlijke verwijzingen (zie de keten- en praktijkmodal).
Het kwaliteitsregime
De Jeugdwet stelt stevige kwaliteitseisen aan aanbieders en professionals: de norm van verantwoorde hulp (veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht), de norm van verantwoorde werktoedeling met inzet van SKJ-geregistreerde (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) professionals, een verplichte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, en het melden van calamiteiten en geweld aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Cliënten hebben recht op een onafhankelijke vertrouwenspersoon (AKJ/Jeugdstem), op klachtrecht en op medezeggenschap via een cliëntenraad.
Toezicht en verankering
De gemeente legt de toegang en voorzieningen vast in een verordening. Het kwaliteitstoezicht ligt bij de IGJ (samen met de Inspectie Justitie en Veiligheid voor jeugdbescherming en -reclassering). De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (36.546) — in werking sinds 1 januari 2026 — voegt daar eisen aan bedrijfsvoering, een interne toezichthouder, openbare jaarverantwoording en een rol voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan toe; de eisen aan transparante bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording gelden vanaf 1 januari 2027. De Hervormingsagenda Jeugd (2023) beoogt de reikwijdte en de kosten te beheersen.
Handhavingsinstrumenten aan de poort
Jeugdwet art. 2.9 verplicht de gemeente in haar verordening regels te stellen voor rechtmatigheidstoezicht. Jeugdhulpaanbieders vallen onder de meldplicht van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza); de Wtza-vergunningplicht — sinds 1 januari 2025 via het amendement-Bushoff uitgebreid naar kleine zorgaanbieders — geldt echter niet voor zuivere jeugdhulpaanbieders. Wel kan de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden toegepast bij jeugdzorgsubsidies en open-house-inkoop. Het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) beoogt de gronden om een vergunning te weigeren of in te trekken te verruimen.
Waarom dit eerst? De grondslag bepaalt wie waarvoor verantwoordelijk is en welke normen gelden. Zonder dit kader is niet vast te stellen wanneer een declaratie, indicatie of constructie onrechtmatig is — de basis voor elke integriteitsrisicoanalyse.
Gemeente / wijk- of jeugdteam: de spil van het vrijwillige kader. Het wijk-/jeugdteam doet de vraagverheldering, kan zelf lichte hulp bieden en beoordeelt of een individuele voorziening nodig is; de gemeente koopt de hulp in, geeft de beschikking af en draagt de kosten.
Huisarts, jeugdarts, medisch specialist: óók wettelijk verwijzer (art. 2.6 lid 1 g Jeugdwet), buiten de gemeentelijke toegang om. De gemeente moet die verwijzing honoreren en betalen, met weinig grip op de omvang — wat de regie en kostenbeheersing bemoeilijkt, vooral richting jeugd-GGZ.
Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK, Wmo 2015). Het onderzoekt meldingen, schat de veiligheid in en geleidt door naar vrijwillige jeugdhulp of — bij ernstige onveiligheid — naar de Raad voor de Kinderbescherming.
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK): doet onafhankelijk onderzoek wanneer de ontwikkeling of veiligheid van een kind ernstig in het geding is, en verzoekt zo nodig de kinderrechter om een maatregel. In dat verzoek draagt de Raad (in overleg met gemeente en GI) een passende gecertificeerde instelling voor.
Kinderrechter: toetst het verzoek en beslist over de maatregel (ondertoezichtstelling, gezagsbeëindiging) of machtiging (uithuisplaatsing, gesloten jeugdhulp). Alleen de rechter kan in het ouderlijk gezag ingrijpen — het zwaarste, gedwongen deel van de keten.
Gecertificeerde instelling (GI): voert de maatregel en de jeugdreclassering uit en wijst een jeugdbeschermer toe. Binnen de maatregel bepaalt de GI welke jeugdhulp nodig is (art. 3.5 Jeugdwet); de hulp zelf levert zij niet — zij stuurt aan.
Jeugdregio (regionale inkoop): op grond van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg gaan gemeenten specialistische jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering regionaal inkopen, om continuïteit en beschikbaarheid van schaarse, zware zorg te borgen.
Jeugdhulpaanbieders: leveren de feitelijke hulp — van solopraktijk of zzp'er tot grote, soms door investeerders overgenomen concerns. Zij declareren bij de gemeente (zorg in natura) of bij de budgethouder (pgb), waardoor het integriteitsrisico per type aanbieder verschilt.
Sociale Verzekeringsbank (SVB): beheert bij de pgb-route het trekkingsrecht. De budgethouder krijgt het geld niet zelf in handen; de SVB betaalt declaraties van de ingekochte hulp namens hem — een controlepunt in de geldstroom.
Toezicht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op de kwaliteit en veiligheid van de hulp; Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op stelsel, beschikbaarheid (early warning) en — gefaseerd — de financiële bedrijfsvoering, sinds 1 januari 2026 met overname van de taken van de voormalige Jeugdautoriteit; Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) verzamelt en verrijkt fraudesignalen en deelt die met de partners.
Het knooppunt: verwijsroutes en inkoop
Twee structuurkenmerken maken deze keten kwetsbaar. Ten eerste de gespreide verwijsroutes: naast de gemeentelijke toegang mogen ook de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist rechtstreeks verwijzen (art. 2.6 lid 1 g Jeugdwet), waardoor de gemeente niet alle instroom in de hand heeft. Ten tweede de inkoop: voor lichtere jeugdhulp contracteert elk van de 342 gemeenten afzonderlijk (specialistische zorg wordt sinds 2026 regionaal ingekocht), vaak met hoofd- en onderaannemers. Door die onderaanneming groeit de afstand tussen de inkopende gemeente en de partij die de zorg feitelijk levert — en kan daarmee de ruimte voor oneigenlijk gebruik toenemen.
Toezichtgaten in de keten
Zorgbemiddelings- en uitzendbureaus vallen meestal buiten het IGJ-toezicht (geen zorgaanbieder) en bij de Arbeidsinspectie primair onder arbeidsrecht — terwijl juist via die bureaus zzp'ers met valse diploma's/VOG's (Verklaring Omtrent het Gedrag) worden ingehuurd. De screeningsplicht (vergewisplicht, art. 4 Wkkgz; voor jeugdhulp de VOG-plicht van art. 4.1.6 Jeugdwet) ligt bij de inhurende aanbieder, maar wordt in de praktijk ten onrechte bij het bureau gelegd.
"Gemeentenhoppen": wie in de ene gemeente wordt betrapt, kan elders ongestoord verdergaan — gemeenten mogen elkaar door privacyregels nauwelijks waarschuwen (het Waarschuwingsregister uit de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz), sinds 2025, moet dit verhelpen).
Toezicht op individuen, niet op netwerken: IGJ, NZa en strafrecht richten zich op losse aanbieders, terwijl de fraude via "spinnenwebben" van bv's loopt.
Waar in de keten ontstaat risico? De gespreide verwijsroutes (gemeente én artsen) maken sturing lastig; de afstand tussen inkoper (gemeente) en uitvoerder (aanbieder/onderaannemer) is groot; en bij onderaanneming verdwijnt het zicht op wie de zorg feitelijk levert. Dat zijn de schakels om in stap 4 gericht te controleren.
De gemeente verantwoordt de jeugduitgaven in haar jaarrekening (accountantscontrole op rechtmatigheid). Aanbieders verantwoorden volgens het gemeentelijke contract via een van de drie uitvoeringsvarianten: inspanningsgericht (per product/tijdseenheid), outputgericht (per behaald resultaat) of taakgericht (een vast budget voor een populatie of taak, zónder verantwoording op cliëntniveau). Een structureel knelpunt: lang niet elke aanbieder deponeerde zijn jaarrekening correct, en de inhoud werd niet inhoudelijk getoetst.
Nieuwe transparantie-eisen
Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht jeugdhulpaanbieders en GI's tot een interne toezichthouder, transparante bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording (begroting, balans, resultatenrekening met toelichting). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) krijgt daarbij een rol in vroegsignalering, stelselonderzoek en continuïteitsbewaking (de taken van de voormalige Jeugdautoriteit). Het afzonderlijke wetsvoorstel Wibz wil daarbovenop normen stellen voor transacties met verbonden partijen en voorwaarden aan winstuitkering.
Contract- en leveranciersmonitoring door de gemeente.
Detectie via data-analyse
Omdat papieren verantwoording vaak "klopt", verschuift de controle naar data-analyse op declaratie- en urenpatronen: aanbieders die structureel op het maximum declareren, onmogelijke volumes (de Dolia-zaak: 170.000 gedeclareerde uren tegen ~38.000 leverbare), of een opvallend lage personeelslast ten opzichte van de omzet. Wetenschappelijk wordt fraude geframed als anomaliedetectie: zeldzame patronen die afwijken van normaal declaratiegedrag. Sinds 2025 kunnen gemeenten en verzekeraars signalen delen via het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) en het Waarschuwingsregister (Wbsrz) — al daalde het aantal gedeelde signalen tijdelijk door een strenge AVG-interpretatie (Algemene verordening gegevensbescherming).
Waarom dit telt voor de risicoanalyse: de verantwoordingsstukken zijn de data waarop u in stap 4 patronen en uitschieters detecteert. Hoe beter de verantwoording is geregeld, hoe eerder onrechtmatigheid zichtbaar wordt.
Het risico zit vooral in bovenmatige winstneming en ondoorzichtige constructies: marges boven 10%, overnames door op rendement gerichte investeerders, en structuren (holdings, vastgoed-bv's, onderlinge verrekeningen) die de geldstroom vertroebelen. Daarnaast: oneigenlijke productkeuze (zwaardere zorg declareren dan nodig), afroming (selecteren van lichtere, lonende cliënten) en aanbieders die na faillissement elders doorstarten.
Concrete zaken & cijfers
Familiebestuur zonder registratie (Rb. Zeeland-West-Brabant, 17 okt. 2024): de feitelijk leidinggevende van een jeugdhulpstichting plaatste familieleden in het bestuur, had alleen zelf controle over de bankrekening en was niet SKJ-geregistreerd (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd). De stichting declareerde in bijna twee jaar ruim €150.000 meer dan geleverd; er was géén urenregistratie en opbrengsten werden deels privé besteed. Straf: 15 maanden cel (5 voorwaardelijk).
Diploma- en EVC-fraude (Erkenning van Verworven Competenties): de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zag de meldingen over valse diploma's/certificaten verdubbelen — in 2022 95 meldingen van een vals diploma plus 11 valse VOG's (Verklaring Omtrent het Gedrag), vaak bij zzp'ers die via een bemiddelingsbureau worden ingehuurd. In februari 2023 stonden 8 verdachten voor de politierechter (7 veroordeeld); de inspectie sprak van "nog maar het topje van de ijsberg". De Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) startte in 2025 een onderzoek waarbij bij het merendeel van de erkende EVC-aanbieders onregelmatigheden bleken; de resultaten zijn op 29 oktober 2025 bekendgemaakt (in 30% van de dossiers ernstige onregelmatigheden), en per 9 januari 2026 is de EVC-standaard "vakbekwame hbo jeugd- en gezinsprofessional" ingetrokken.
Criminele zzp'ers: in de RIEC-fenomeenanalyse (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) is ambulante jeugdzorg (27 van 87 dossiers) na gehandicaptenbegeleiding de meest voorkomende zorgsoort; 32% van de onderzochte zzp'ers had recente veroordelingen.
Netwerk over meerdere domeinen (Rekenkamer 2022): één netwerk van zorgbedrijven was tegelijk actief in wijkverpleging, jeugdzorg én beschermd wonen en bleef — ondanks signalen sinds 2014 — jarenlang doordraaien.
Wegsluismethoden (Pointer): winst de zorg uit halen via dividend naar bv's van de directie, investeren in vastgoed, of "ongeloofwaardig hoge kosten voor kantoorartikelen". Oud-minister De Jonge noemde de hoge winsten en dividenduitkeringen "maatschappelijk onverantwoord".
Stap A — breng het speelveld in kaart
Met welke aanbieders heb ik te maken — en om welke producten, bedragen en geldstromen gaat het?
Wie zijn de eigenaren/bestuurders, en welke (holding- of vastgoed)structuur zit erachter?
Zijn er recente wijzigingen in eigenaarschap, overnames of nieuwe rechtspersonen?
Wordt er onderaannemerschap gebruikt, en wie levert de zorg dan feitelijk?
Zijn er eerdere signalen, klachten of meldingen over de aanbieder?
Stap B — hoe herken je fraude in de keten?
De RIEC-signalenherkenning, toegespitst op jeugdzorg — bruikbaar voor iedereen die met deze geldstromen te maken heeft: gemeente, toezichthouder (IGJ/NZa), accountant of de compliance-medewerker van een bank die in een KYC-onderzoek de transacties beoordeelt. Eén signaal is zelden bewijs; het gaat om de optelsom en het patroon.
Declaratiegedrag: declaraties structureel op of rond het contractplafond, afwijkend veel zware/dure producten, hoge bezetting, of een omzet die niet past bij het aantal (bevoegde) medewerkers.
Zorg-op-papier: trajecten zonder behandelplan, voortgangsrapportage, urenregistratie of contactmomenten; jeugdigen/ouders die de hulp of de hulpverlener niet herkennen.
Onbevoegd of vals gekwalificeerd personeel: hulpverleners zonder SKJ-registratie, valse diploma's/VOG's of dubieuze EVC-trajecten; veel inhuur via bemiddelingsbureaus.
Hoge winst & vermogen: winstmarge structureel boven de gangbare 3% (zeker >10%), dividend of bestuurdersbeloning die niet bij de zorgomvang past.
Ondoorzichtige structuur: netwerk van bv's/holdings, vastgoed-, schoonmaak- of management-bv's, geld dat heen en weer wordt geheveld, transacties met gelieerde partijen.
Familie/katvangers in het bestuur: familieleden of stromannen als bestuurder terwijl één persoon de bankrekening beheert.
Antecedenten bestuurders: eerdere veroordelingen of betrokkenheid bij andere criminaliteit (toets via Bibob).
Faillissement-en-doorstart: bestuurders die failliet gaan/uitschrijven bij de Kamer van Koophandel (KvK) zodra een onderzoek start en elders met een nieuwe rechtspersoon dezelfde werkwijze voortzetten.
Afroming & verwijsanomalieën: selecteren van lichtere, lonende cliënten; ongebruikelijk veel zelfverwijzingen of verwijzingen naar gelieerde aanbieders.
Snelle groei / cliëntverloop: explosieve groei van cliëntaantallen of opvallend verloop zonder verklaring.
Zelfverrijking: luxe levensstijl of (lease)voertuigen die niet stroken met een reguliere zorgonderneming.
TRNKL is van mening dat de structuur- en faillissement-en-doorstartsignalen de grootste impact hebben: daar zit de georganiseerde, domeinoverstijgende fraude — ook al ligt de kans (frequentie) lager dan bij administratiefouten.
Pgb-risico in dit domein. Ook jeugdhulp loopt soms via persoonsgebonden budget (pgb) (begeleiding/dagbesteding van een kind), beheerd door een ouder of gemachtigde. Risico: een budgetbeheerder of bemiddelingsbureau dat declareert voor nauwelijks geleverde hulp, of dat de cliënt aan een eigen, gelieerde aanbieder bindt. Toets pgb-vaardigheid en let op gemachtigden die meerdere budgetten beheren.
Advies aan de professional
Lever en declareer alleen wat aantoonbaar is geleverd en teken niet mee voor uren of trajecten die niet te verantwoorden zijn — dit geldt voor wie zorg levert, registreert of aftekent.
Kijk door de constructie heen: raadpleeg de openbare jaarverantwoording en wees alert op marges, vastgoed-/holdingstructuren en transacties met gelieerde partijen.
Bewaak de juiste zorgzwaarte en cliëntmix; signaleer afroming.
Let op risicovolle overgangen: rond de 18e verjaardag — de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo, Zvw of Wlz en de verlengde jeugdhulp tot 23 — is naar onze mening extra alertheid geboden, omdat trajecten en declaraties daar oneigenlijk kunnen doorlopen of dubbel kunnen worden geclaimd.
Ken de meldroutes: intern, naar de IGJ, en via de gemeente naar het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ)/Waarschuwingsregister (Wbsrz). Voor financiële poortwachters loopt de melding van ongebruikelijke transacties via FIU-Nederland (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft). Raadpleeg bij twijfel uw eigen meldregeling of het Huis voor Klokkenluiders.
Wmo 2015, art. 1.1.1 Onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is beschermd wonen het wonen in een accommodatie van een instelling met bijbehorend toezicht en begeleiding, gericht op zelfredzaamheid, participatie en stabilisatie van mensen met psychische of psychosociale problematiek die zich niet op eigen kracht kunnen handhaven. Maatschappelijke opvang biedt onderdak en begeleiding aan mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats; vrouwenopvang is daarnaast een aparte categorie (opvang in verband met huiselijk geweld). De zwaarste, blijvende geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is sinds 2021 juist naar de Wet langdurige zorg (Wlz) overgeheveld — een "schot" dat in de praktijk afbakeningsvragen oproept.
De maatwerkplicht en het proces
Wmo 2015, art. 2.3.2 / 2.3.5 Na een melding doet de gemeente onderzoek (binnen zes weken) naar de behoefte, de eigen kracht en het netwerk van de cliënt, en beslist daarna bij beschikking (binnen twee weken na de aanvraag) op een maatwerkvoorziening. De voorziening wordt geleverd in natura of als persoonsgebonden budget (pgb). Voor beschermd wonen met verblijf en voor de opvang geldt geen abonnementstarief maar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het vaste abonnementstarief geldt alleen voor ambulante Wmo-ondersteuning.
Historisch lag de verantwoordelijkheid bij circa 43 centrumgemeenten. Het voornemen is beschermd wonen door te decentraliseren naar álle gemeenten, gekoppeld aan een woonplaatsbeginsel dat de eigen gemeente verantwoordelijk maakt voor haar inwoners — ook wanneer een cliënt voor beschermd wonen naar een andere gemeente verhuist. Die overgang is echter meermaals uitgesteld; het wetsvoorstel ligt nog bij de Tweede Kamer en is nog niet in werking.
Vormen van de voorziening
Beschermd wonen — verblijf met 24-uurs toezicht en begeleiding in een accommodatie van de aanbieder.
Beschermd thuis — de ambulante variant: begeleiding in de eigen woning, passend bij de beweging naar "ambulantisering".
Maatschappelijke opvang & vrouwenopvang — kortdurend onderdak en begeleiding bij dak- of thuisloosheid of huiselijk geweld.
Het kwaliteitsregime
Wmo 2015, hoofdstuk 3 De voorziening moet van goede kwaliteit zijn — veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht (art. 3.1). Aanbieders kunnen worden verplicht een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen (art. 3.5), moeten met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling werken (art. 3.3) en calamiteiten en geweld melden bij de toezichthoudende ambtenaar (art. 3.4). Cliënten hebben recht op een klachtregeling en op medezeggenschap (beide art. 3.2).
Toezicht en verankering
De gemeente legt het beleid vast in een beleidsplan (art. 2.1.2) en een verordening (art. 2.1.3) en wijst een Wmo-toezichthouder aan (art. 6.1), in de praktijk vaak de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). Het Wmo-toezicht ligt bij de gemeente; de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) komt alleen in beeld waar een aanbieder óók zorg onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) levert (zoals GGZ-behandeling) — bij beschermd wonen trekken beide toezichthouders wel steeds vaker samen op.
Handhavingsinstrumenten aan de poort
De vergunningplicht voor nieuwe zorgaanbieders (Wtza, sinds 1 januari 2025) geldt alleen voor aanbieders die zorg onder de Wkkgz leveren, niet voor zuivere Wmo-aanbieders. Wel kan de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) — sinds 1 oktober 2022 ook bij (semi-)open-house-inkoop — worden ingezet. Het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) beoogt de weigerings- en intrekkingsgronden voor de aanbiedersvergunning te verruimen. Het kabinetspakket van juni 2026 werkt voor Wmo-aanbieders nog uit welke toetredingsnormen gaan gelden, en stelt een VOG verplicht voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders.
Waarom dit eerst? Art. 2.1.3 Wmo maakt het tegengaan van misbruik tot een wettelijke opdracht — niet vrijblijvend. Samen met de kwaliteits- en toezichtbepalingen vormt dit de basis waarop de gemeente in stap 4 screening, controle en Bibob-onderzoek mag inzetten.
Gemeente / centrumgemeente: beoordeelt de aanvraag, geeft de beschikking af, koopt de voorziening in en draagt de kosten. Voor beschermd wonen ligt dit nu nog vaak bij de centrumgemeente; met de voorgenomen doordecentralisatie verschuift het naar álle gemeenten.
Aanbieder beschermd/begeleid wonen: levert wonen én zorg, vaak in een eigen of gelieerd pand. Door die dubbelrol lopen huur en zorggeld door dezelfde hand — wat de cliënt extra afhankelijk maakt en ruimte biedt om geld via de huur weg te sluizen.
Cliënt: kwetsbaar (psychiatrie, verslaving, dakloosheid) en vaak in een afhankelijke positie. Omdat zorg, huisvesting en soms budgetbeheer bij dezelfde aanbieder liggen, is melden riskant — wat misstanden lang onzichtbaar kan houden.
Centraal Administratie Kantoor (CAK): stelt de eigen bijdrage vast en int deze. Voor beschermd wonen met verblijf is dat een inkomensafhankelijke bijdrage (geen abonnementstarief).
Wmo-toezichthouder (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo), veelal de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD): houdt namens de gemeente toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt geen Wmo-toezicht en komt alleen in beeld waar een aanbieder óók zorg onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) levert (zoals GGZ-behandeling).
Woningcorporatie / verhuurder: soms gelieerd aan de aanbieder. Een gelieerde verhuurder maakt het mogelijk hoge huursommen te rekenen en zo zorggeld af te romen, terwijl de zorg-bv geen woekerwinst lijkt te maken.
Sociale Verzekeringsbank (SVB): betaalt bij persoonsgebonden budget (pgb) uit via het trekkingsrecht. De budgethouder krijgt het geld niet zelf in handen; de SVB betaalt declaraties namens hem — een controlepunt in de geldstroom.
De verstrengeling van wonen, zorg en geld
Het bepalende structuurkenmerk van dit domein is dat één partij vaak zorgverlener, verhuurder én — bij een pgb — feitelijk budgetbeheerder is. De cliënt is daardoor drievoudig afhankelijk: voor zijn zorg, zijn woonplek én zijn geld. Aanbieders huisvesten cliënten geregeld in een eigen of gelieerd pand, waarbij hoge huursommen als afroommechanisme dienen en vastgoed-bv's de geldstroom aan het zicht onttrekken. Die verwevenheid maakt melden riskant voor de cliënt en het toezicht moeilijk.
Toezichtgaten in de keten
Verstrengeling wonen–zorg–geld: als de aanbieder ook verhuurder is, controleert hij de huisvesting én de geldstroom én — bij pgb — vaak de budgetadministratie.
Versnipperd toezicht: bij doordecentralisatie verschuift het toezicht naar veel kleinere gemeenten; sommige hebben nog niet eens een toezichthouder aangewezen, andere moeten in hun eentje tientallen tot honderden aanbieders controleren.
Katvangers & netwerken: bestuurders met antecedenten verschuilen zich achter stromannen en een web van bv's (zorg, vastgoed, horeca), waardoor de werkelijke begunstigde buiten beeld blijft.
Waar in de keten ontstaat risico? De gevaarlijkste schakel is de verstrengeling van zorg, wonen en geld bij één partij: de aanbieder is zorgverlener, huisbaas én — bij pgb — feitelijk budgetbeheerder. De cliënt is daardoor drievoudig afhankelijk. Dat is precies wat in stap 4 ontvlochten en gecontroleerd moet worden — door de gemeente of een andere poortwachter (toezichthouder, accountant, bank-compliance).
Beschikking, contract en pgb-verantwoording (persoonsgebonden budget)
De voorziening rust op een beschikking met omschreven omvang en doel. Bij zorg in natura declareert de aanbieder volgens contract; bij pgb verloopt de betaling via het trekkingsrecht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB); de inhoudelijke verantwoording en rechtmatigheidscontrole liggen bij de gemeente, die aanvullend onderzoek kan instellen wanneer de rechtmatigheid niet kan worden vastgesteld.
Toezicht en controle
De Wmo-toezichthouder (Wet maatschappelijke ondersteuning) (veelal Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)) controleert kwaliteit en rechtmatigheid; de gemeente toetst via contractbeheer en de jaarrekening (accountantscontrole rechtmatigheid sociaal domein). CPB en Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) wijzen erop dat de historische, niet-objectieve bekostiging en het versnipperde toezicht de verantwoording in dit domein kwetsbaar maken — zeker nu het toezicht naar veel meer gemeenten verschuift.
Verantwoordingsinstrumenten in beeld
Beschikking + ondersteuningsplan met omvang en doelen.
Pgb-zorgovereenkomst en SVB-budgetverantwoording (trekkingsrecht).
Rapportages en kwaliteitsonderzoek van de Wmo-toezichthouder.
Contract- en leveranciersmonitoring; signalen van cliënten en omgeving.
Detectie via data-analyse
Naast kwaliteitstoezicht ter plaatse loont data-analyse: een lage personeelslast ten opzichte van de omzet, hoge huur aan een gelieerde vastgoed-bv, of bestuurdersbeloningen en dividend die niet bij de zorgomvang passen. Het IKZ & Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) zagen bij ondermijnde aanbieders een "opvallend lage personeelskosten in relatie tot de omzet" als indicator dat gedeclareerde zorg niet is geleverd. Signalen kunnen sinds 2025 via het IKZ en het Waarschuwingsregister (Wbsrz) worden gedeeld.
Voor de risicoanalyse: omdat wonen en zorg verstrengeld zijn, moet de verantwoording óók de huur- en eigendomsrelatie zichtbaar maken — anders blijft een belangrijke geldstroom buiten beeld.
Hier raakt het integriteitsrisico de cliënt zelf. Uit het IKZ-themarapport (Informatie Knooppunt Zorgfraude): aanbieders declareren meer zorg dan geleverd; cliënten moeten bankpas, zorgpas en DigiD afgeven; er is intimidatie, dwang (tot prostitutie) en dreiging met uitzetting; toezicht in de woningen ontbreekt; en een deel van de aanbieders heeft geen zorgachtergrond, soms met banden met drugshandel, mensenhandel of faillissementsfraude. Naar schatting 2.300 kwetsbare cliënten en €100 mln per jaar.
Concrete zaken & cijfers
Verwevenheid met criminaliteit (IKZ & Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC), 22 zorgorganisaties in Twente): bij 15 van de 22 organisaties werd een verband met hennepteelt gevonden — kwekerijen op de zorglocatie, in woningen van cliënten of van de eigenaar; drie aanbieders zetten cliënten in voor het knippen van hennep (criminele uitbuiting). Bij een deel kwamen daarnaast witwassen, belasting- en uitkeringsfraude, seksuele uitbuiting, mensensmokkel, illegaal wapenbezit, illegaal gokken en zelfs lidmaatschap van een Outlaw Motorcycle Gang in beeld. Daders zijn doorgaans eerst crimineel, daarna de zorg in: de zorg is een "eenvoudige extra inkomstenbron" met lage pakkans.
Vastgoedhuur als afroommechanisme ("Een wereld te winnen"): bij netwerkfraude wordt zorggeld weggesluisd via hoge huursommen voor beschermd wonen of dagbesteding — de zorg-bv lijkt geen woekerwinst te maken, terwijl sleutelfiguren in het netwerk het geld via vastgoed opstrijken.
Failliet, vastgoedboeren cashen (FTM, 2024): bij een woonzorgketen werden panden als "zorghotels" met winst doorverkocht via lucratieve huurcontracten — één pand voor €750.000 huur per jaar over 20 jaar — terwijl de zorg faalde en het bedrijf failliet ging.
Katvangers: de werkelijke leidinggevenden met antecedenten blijven buiten beeld doordat stromannen als bestuurder worden ingezet.
Antecedenten bij bestuurders: uit IKZ-onderzoek (2019) naar bestuurders van verdachte aanbieders bleek bij ongeveer de helft een eerdere veroordeling; een papieren antecedentencheck (VOG) is daarom "niet afdoende".
Woongroep als criminele hub: de RIEC-analyse beschrijft begeleiders in woongroepen die zelf dealen of cliënten voor hen laten dealen, en cliënten die in de woonvorm verslaafd raakten. Zorg-zzp'ers met een goede informatiepositie bij kwetsbare bewoners werden ook gelinkt aan vermogensdelicten.
Hoge omzet, weinig zorg: ondermijnde aanbieders combineren een relatief hoge omzet en hoge cliëntindicaties met opvallend lage personeelskosten — een aanwijzing dat de gedeclareerde zorg niet (volledig) is geleverd.
Stap A — breng het speelveld in kaart
Met welke aanbieders van beschermd/begeleid wonen heb ik te maken, en om welke bedragen en geldstromen gaat het?
Bezit de aanbieder (of een gelieerde partij) ook het pand waarin cliënten wonen?
Wie zijn de bestuurders; hebben zij een zorgachtergrond of eerdere faillissementen?
Beheren cliënten hun eigen bankpas en DigiD, of de aanbieder/gemachtigde?
Zijn er signalen van cliënten, buren, politie of Veilig Thuis?
Stap B — hoe herken je fraude en misstanden in de keten?
De RIEC-signalenherkenning, toegespitst op beschermd wonen & opvang — bruikbaar voor iedereen die met deze geldstromen te maken heeft: gemeente, toezichthouder (Wmo-toezicht/GGD), accountant of de compliance-medewerker van een bank die in een KYC-onderzoek de transacties beoordeelt. Eén signaal is zelden bewijs; het gaat om de optelsom.
Veiligheid & misbruik van cliënten: spreek cliënten apart; let op angst, intimidatie, dreiging met uitzetting, en tekenen van criminele, arbeids- of seksuele uitbuiting.
Cliënt voert geen regie: afgegeven bankpas, zorgpas of DigiD; de aanbieder of een gemachtigde beheert de financiën; onverklaarde geldstromen.
Vervlechting wonen–zorg: dezelfde partij (of een gelieerde verhuurder) is huisbaas én zorgverlener; hoge huur die feitelijk uit het zorgbudget wordt voldaan en als afroommechanisme dient.
Zorg-op-papier: declaraties zonder begeleidingsplan, presentielijsten of waarneembare begeleiding ter plaatse; opvallend lage personeelslast t.o.v. de omzet.
Onveilige woonsituatie: minimaal toezicht, drank/drugs in de panden, overbewoning, gebrekkig onderhoud; overlast in de buurt.
Verwevenheid met criminaliteit: aanwijzingen voor hennepteelt/drugs op of rond de locatie, criminelen die in relatie tot het bureau worden gezien.
Achtergrond & structuur: bestuurders zonder zorgachtergrond, met antecedenten of via katvangers; netwerk van bv's met vastgoed/horeca; geld dat heen en weer wordt geheveld.
Faillissement-en-doorstart: aanbieder die failliet gaat en elders met dezelfde werkwijze opduikt.
Snelle groei / cliëntverloop: snelle uitbreiding van bedden of opvallende wisseling van bewoners.
TRNKL is van mening dat de veiligheids- en uitbuitingssignalen en de wonen–zorg-vervlechting de grootste impact hebben: daar raakt de fraude de cliënt direct.
Stap C — risicomatrix (voorbeeld)
Risico
Kans
Impact
Prioriteit
Maatregel
Uitbuiting / dwang kwetsbare cliënt
Middel
Zeer hoog
🔴 Urgent
Cliëntcontact apart; Veilig Thuis/politie
Spookzorg / overdeclaratie
Hoog
Hoog
🔴 Urgent
Dossiercontrole + onaangekondigd locatiebezoek
Woon-zorgverstrengeling
Hoog
Zeer hoog
🔴 Urgent
Eigendoms-/huurrelatie uitvragen en ontvlechten
Ondermijning / witwassen
Laag
Zeer hoog
🟠 Hoog
Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) toepassen
Aanbieder zonder zorgachtergrond
Middel
Hoog
🟠 Hoog
Screening + contracteisen/VOG
Pgb-risico in dit domein. Het persoonsgebonden budget (pgb) is hier extra gevaarlijk omdat de cliënt vaak niet pgb-vaardig is en de aanbieder feitelijk het budget beheert — soms via een afgegeven DigiD of een gelieerde gemachtigde. Zo controleert de aanbieder zorg, geld én huisvesting. Let op cliënten die hun bankpas/DigiD niet zelf beheren en op woon-zorgcombinaties waarbij huur uit het zorgbudget lijkt te lopen.
Advies aan de professional
Stel de cliënt centraal, niet de aanbieder; spreek cliënten apart en neem signalen serieus.
TRNKL is van mening dat ontvlechting hier de belangrijkste stap is: zolang dezelfde partij huisbaas én zorgverlener is, blijft de cliënt klem zitten. Ontvlecht daarom zorg en wonen, en wees extra kritisch bij die dubbelrol.
Screen bij toegang (achtergrond, kwalificaties, faillissementen) en benut de Wet Bibob; het wetsvoorstel Wibz (Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders) zou die weigerings-/intrekkingsgronden verder verruimen zodra het van kracht is.
Meld onveiligheid direct bij Veilig Thuis, de Wmo-toezichthouder (Wet maatschappelijke ondersteuning) en zo nodig de politie; de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) alleen waar een Wkkgz-zorgcomponent speelt. Voor financiële poortwachters loopt de melding van ongebruikelijke transacties via FIU-Nederland (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft). Teken nooit voor zorg die niet aantoonbaar is geleverd — dit geldt voor wie zorg levert, registreert of aftekent.
Wmo 2015, art. 1.1.1 Onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) omvat begeleiding activiteiten gericht op het bevorderen of behouden van zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking of met psychische, psychosociale of cognitieve problematiek. Dagbesteding (groepsbegeleiding) biedt een structurele, zinvolle tijdsbesteding met begeleiding. De toetredingsdrempel is laag: anders dan in de medische zorg geldt hier geen vergunningplicht op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en geen registratie in het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG).
De maatwerkplicht en het proces
Wmo 2015, art. 2.3.2 / 2.3.5 Na een melding doet de gemeente onderzoek (binnen zes weken) naar de behoefte, de eigen kracht en het netwerk, en beslist daarna bij beschikking (binnen twee weken na de aanvraag). De gemeente kiest in beginsel de goedkoopst adequate oplossing. Voor de eigen bijdrage geldt het abonnementstarief, geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
Twee leveringsvormen: in natura of pgb
Zorg in natura (ZIN) — de gemeente contracteert de aanbieder en betaalt rechtstreeks op declaratiebasis.
Persoonsgebonden budget (pgb) — art. 2.3.6 de cliënt koopt zelf zorg in; dit mag alleen als hij pgb-vaardig is, gemotiveerd voor een pgb kiest en de kwaliteit gewaarborgd is. Betaling loopt via het trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Tegengaan van misbruik & terugvordering
Wmo 2015, art. 2.1.3 verplicht de gemeente in haar verordening regels op te nemen tegen onterechte ontvangst en misbruik; art. 2.3.10 maakt herzien en intrekken mogelijk en art. 2.4.1 biedt de grondslag voor terugvordering. Een bekende horde is het dubbele-opzetvereiste: opzet moet eerst op cliëntniveau worden aangetoond voordat bij de — vaak juist initiërende — aanbieder kan worden teruggevorderd. Het kabinet bereidt voor dit vereiste te schrappen.
Het kwaliteitsregime
Wmo 2015, hoofdstuk 3 De voorziening moet van goede kwaliteit zijn — veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht (art. 3.1). Aanbieders kunnen worden verplicht een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen (art. 3.5), moeten met de meldcode werken (art. 3.3) en calamiteiten en geweld melden bij de toezichthoudende ambtenaar (art. 3.4); cliënten hebben recht op een klachtregeling en op medezeggenschap (beide art. 3.2). Doordat begeleiding een weinig objectiveerbare prestatie is, leunt de kwaliteitsborging sterk op deze administratieve waarborgen.
Toezicht en verankering
De gemeente legt het beleid vast in een beleidsplan (art. 2.1.2) en een verordening (art. 2.1.3) en wijst een Wmo-toezichthouder aan (art. 6.1), in de praktijk vaak de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD); bij vermoedens van fraude kan de sociale recherche onderzoek doen.
Handhavingsinstrumenten aan de poort
De vergunningplicht voor nieuwe zorgaanbieders (Wtza, sinds 1 januari 2025) geldt alleen voor aanbieders die zorg onder de Wkkgz leveren, niet voor zuivere Wmo-aanbieders. Wel is de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) inzetbaar bij Wmo-subsidies en open-house-inkoop. Het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) beoogt de weigerings- en intrekkingsgronden te verruimen. Het kabinetspakket van juni 2026 wil de vergunningplicht uitbreiden naar solisten en onderaannemers en een VOG verplichten voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders.
Waarom dit eerst? "Goedkoopst adequaat", de pgb-voorwaarden en de terugvorderingsgrondslag bepalen wanneer een indicatie te zwaar of een declaratie onrechtmatig is. Samen met de kwaliteits- en toezichtbepalingen vormt dit het kader waarop de gemeente in stap 4 kan handhaven.
Gemeente / wijkteam / Wmo-consulent (Wet maatschappelijke ondersteuning): doet het onderzoek (vraagverheldering, eigen kracht, netwerk), indiceert en geeft de beschikking af. Omdat begeleiding moeilijk objectiveerbaar is, is juist de indicatiestelling hier gevoelig — een te zware indicatie vergroot de ruimte voor overdeclaratie.
Aanbieder begeleiding/dagbesteding: levert de ondersteuning. De lage toetredingsdrempel (geen Wtza-vergunning, geen BIG-registratie (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg)) maakt dat vrijwel iedereen zich als aanbieder kan presenteren — wat de poort kwetsbaar maakt voor onbevoegde of malafide partijen.
Pgb-budgethouder en/of gemachtigde / bemiddelingsbureau: beheert het budget en koopt zorg in. Voert een gemachtigde of bureau dat namens een cliënt met beperkte regie, dan is dit de gevoeligste schakel: declaratie zonder feitelijke levering ligt op de loer.
Sociale Verzekeringsbank (SVB): betaalt bij persoonsgebonden budget (pgb) uit via het trekkingsrecht op declaratie. De budgethouder krijgt het geld niet zelf in handen; de SVB betaalt de zorgverlener namens hem — een controlepunt in de geldstroom.
Wmo-toezichthouder (veelal Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)) en sociale recherche: de Wmo-toezichthouder houdt namens de gemeente toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid; bij concrete fraudevermoedens doet de sociale recherche onderzoek, met terugvordering als sluitstuk.
Drie manieren waarop een zzp'er in de keten zit
De RIEC-fenomeenanalyse (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) onderscheidt drie inhuurroutes, met oplopende ondoorzichtigheid: (1) een rechtstreeks contract met de gemeente; (2) als onderaannemer van een gecontracteerde hoofdaannemer; of (3) via een intermediair — een uitzend-, bemiddelings- of detacheringsbureau, waarbij er géén direct contract met de zorgaanbieder bestaat. Bij route 3 is het zicht op wie de zorg feitelijk levert het kleinst, terwijl de wettelijke screeningsplicht (diploma, Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)) tóch bij de inhurende zorgaanbieder blijft liggen.
Toezichtgaten in de keten
Budgethouder declareert zelf: bij pgb vult de budgethouder of gemachtigde de uren zelf in de SVB-omgeving in, en kan zo invullen wat goed uitkomt. Een aangekondigd huisbezoek waar de administratie op papier klopt, levert dan weinig op.
Bemiddelingsbureaus buiten beeld: bureaus die zzp'ers plaatsen vallen meestal buiten het IGJ-toezicht (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd), terwijl daar valse diploma's en onderbetaling samenkomen.
"Kat op het spek": als dezelfde partij indiceert én de zorg levert, ontbreekt functiescheiding — "dan vraag je eigenlijk om fraude" (OM).
Waar in de keten ontstaat risico? De combinatie van een lage toetredingsdrempel, een moeilijk objectiveerbare prestatie en een gemachtigde die namens een kwetsbare cliënt het budget beheert maakt deze keten bijzonder fraudegevoelig. Richt de controle in stap 4 op de bemiddelaar/gemachtigde en op de feitelijke levering.
Declaratie en pgb-verantwoording (persoonsgebonden budget)
Bij zorg in natura declareert de aanbieder geleverde uren of dagdelen volgens contract. Bij pgb verloopt de betaling via het trekkingsrecht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB); de rechtmatigheidscontrole ligt bij de gemeente. Kan zij niet vaststellen of het budget rechtmatig is besteed, dan kan zij aanvullend onderzoek doen en ten onrechte ontvangen bedragen terugvorderen (art. 2.4.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)).
De kernmoeilijkheid
Begeleiding is een weinig objectiveerbare prestatie: "geleverd of niet" is achteraf lastig te bewijzen. Verantwoording leunt daarom sterk op de zorgovereenkomst, de urenregistratie/presentie en het contact met de cliënt zelf — juist de stukken die bij spookzorg ontbreken of zijn vervalst.
Pgb-zorgovereenkomst en SVB-budgetverantwoording (trekkingsrecht).
Urenregistratie / presentielijsten dagbesteding.
Cliënttevredenheidsonderzoek als controlemiddel; signalen van cliënten.
Detectie via data-analyse & cliëntcontact
KPMG adviseert gemeenten realtime data-analyse op gedeclareerde uren — een sterk signaal is dat declaraties vrijwel altijd op het maximum staan en niet in verhouding tot de geleverde zorg. Bij het pgb is de SVB-urenregistratie kwetsbaar omdat de budgethouder/gemachtigde die zelf invult. Direct cliëntcontact is daarom een vroege alarmbel: herkent de cliënt de zorgverlener en de geleverde uren? Signalen kunnen sinds 2025 via het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) en het Waarschuwingsregister (Wbsrz) worden gedeeld.
Voor de risicoanalyse: omdat de prestatie zelf moeilijk meetbaar is, draait detectie hier op patronen in declaraties en op direct cliëntcontact — niet op de papieren verantwoording alleen.
De dominante fraudevorm is spookzorg: declareren zonder (volledige) levering. Daarnaast: te hoge indicatiestelling, minder of slechtere zorg dan gedeclareerd, omkoping, intimidatie, en het ronselen van cliënten — soms voor witwassen of drugssmokkel. Het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) ziet aanbieders die na faillissement onder een nieuwe rechtspersoon doorgaan. Begeleiding individueel en dagbesteding staan hierdoor structureel hoog in de fraudesignalen — in de RIEC-analyse (Regionaal Informatie- en Expertisecentrum) is individuele begeleiding zelfs de meest voorkomende zorgsoort in fraudesignalen over zzp'ers.
Concrete zaken & cijfers
Dolia Zorg (Utrecht): drie broers declareerden tussen 2014–2018 in totaal €7,5 mln bij Sociale Verzekeringsbank (SVB), verzekeraars en gemeenten voor zorg aan ruim 130 cliënten. Het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat slechts circa 11% van het pgb-geld (persoonsgebonden budget) daadwerkelijk aan zorg is besteed: ze declareerden dagbesteding en individuele begeleiding die niet of deels werd geleverd. De volumes waren feitelijk onmogelijk — 170.000 gedeclareerde uren waar er realistisch ~38.000 leverbaar waren. Geëist: celstraffen tot vijf jaar en een beroepsverbod.
Arbeidsmigranten in pgb-constructie (EenVandaag, 2025): bij een Wlz-pgb (Wet langdurige zorg) van €132.000/jaar factureerde het "zorgbedrijf" van een familielid maandelijks €12.000, terwijl de zorg werd geleverd door zes onderbetaalde migrantes (€900–€1.700/mnd). De budgethouder vulde in de SVB-omgeving naar believen uren in; de controle bleef beperkt tot een papieren toets.
"Nietszeggende dagbesteding": een vaste tactiek uit "Een wereld te winnen" — te grote groepen, geen zinvolle activiteit, verschuilen achter slecht controleerbare zorgplannen.
Identiteits- en diplomafraude bij zzp'ers (RIEC): zzp'ers die op meerdere locaties tegelijk "werken" door vrienden onder hun naam te laten draaien — 13 van de onderzochte zzp'ers gaven samen 32 keer een rijbewijs als verloren/gestolen op. Online diploma's zijn voor enkele honderden euro's te koop, inclusief nep-DUO-verificatie.
Het toezichtgat (citaat zorgkantoor CZ): "Er is een aangekondigd huisbezoek geweest, maar als alles op papier klopt, kunnen wij weinig doen… we weten dat er ook voor grote bedragen gefraudeerd wordt en onze mogelijkheden om dat te controleren zijn beperkt."
Historische pgb-cijfers (NZa, AWBZ-tijdperk (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)): bij 14.570 huisbezoeken werd in 7% een fraudevermoeden gemeld; tweederde van de budgethouders bleek onvoldoende competent om het budget te beheren. (Cijfers van vóór de decentralisatie — illustratief voor de structurele pgb-kwetsbaarheid.)
Detectie met data-analyse: omdat de prestatie moeilijk te verifiëren is, wordt fraude wetenschappelijk benaderd als anomaliedetectie — het opsporen van zeldzame, afwijkende declaratiepatronen (fraude vormt een zeer klein deel van alle transacties). De Dolia-zaak toont het principe: de verhouding tussen gedeclareerde en feitelijk leverbare uren (170.000 vs ~38.000) was feitelijk onmogelijk.
Stap A — breng het speelveld in kaart
Met welke aanbieders/zorgvormen (begeleiding, dagbesteding) heb ik te maken, en om welke bedragen en geldstromen gaat het?
Welk aandeel loopt via pgb, en wie beheert die budgetten (gemachtigde/bemiddelaar)?
Treedt één bemiddelaar of gemachtigde op voor meerdere budgethouders?
Wie zijn de eigenaren/bestuurders; eerdere faillissementen of doorstarts?
Zijn er eerdere signalen of klachten over de aanbieder?
Stap B — hoe herken je fraude in de keten?
De RIEC-signalenherkenning, toegespitst op begeleiding & dagbesteding — bruikbaar voor iedereen die met deze geldstromen te maken heeft: gemeente, toezichthouder (Wmo-toezicht/GGD), accountant of de compliance-medewerker van een bank die in een KYC-onderzoek de transacties beoordeelt. Eén signaal is zelden bewijs; het gaat om de optelsom.
Declaratiepatronen: data-analyse op uitschieters, declaraties die (vrijwel) altijd het budgetplafond raken, identieke uren over veel cliënten, of feitelijk onmogelijke volumes (vgl. Dolia: 170.000 vs ~38.000 uur).
Ontbrekende onderbouwing: geen zorgovereenkomst, urenregistratie of presentielijst; "nietszeggende" dagbesteding met te grote groepen.
Cliënt kent zorgverlener niet: budgethouders die hun aanbieder niet kennen, de zorg niet herkennen, of zijn geïnstrueerd wat zij tegen de gemeente moeten verklaren.
Bemiddelaar-concentratie: één gemachtigde/bureau dat voor veel budgethouders declareert en de DigiD/administratie beheert; uren door de budgethouder zelf ingevuld in de SVB-omgeving.
Ronselen & afhankelijkheid: cliënten geworven met cadeaus of huisvesting, of onder druk gezet; inzet van cliënten voor witwassen of drugs.
Onderbetaald/onbevoegd personeel: ongeschoold personeel, uitzendkrachten of arbeidsmigranten onder het minimumloon; valse diploma's/VOG's (Verklaring Omtrent het Gedrag) via een bemiddelingsbureau.
Hoge winst & zelfverrijking: marge structureel boven 3%, dividend, luxe levensstijl/voertuigen die niet bij de onderneming passen.
Ondoorzichtige structuur: facturering via een gelieerd "zorgbedrijf" van een familielid; netwerk van bv's; contante uitkeringen aan budgethouders.
Doorstart-patroon: bestuurders die na faillissement met een nieuwe rechtspersoon terugkeren (KvK + Waarschuwingsregister).
Antecedenten: eerdere veroordelingen van de aanbieder/zzp'er (toets via Bibob).
TRNKL is van mening dat de declaratiepatronen (feitelijk onmogelijke volumes, structureel het budgetplafond) en de bemiddelaar-concentratie hier de grootste signaalwaarde hebben: daar zit de kern van de spookzorg.
Stap C — risicomatrix (voorbeeld)
Risico
Kans
Impact
Prioriteit
Maatregel
Spookzorg
Hoog
Hoog
🔴 Urgent
Dossiercontrole + cliëntcontact
Declaratiefraude (meer uren)
Hoog
Hoog
🔴 Urgent
Data-analyse declaraties
Cliëntmisleiding
Middel
Hoog
🟠 Hoog
Cliënttevredenheidsonderzoek
Belangenverstrengeling indicatie
Middel
Hoog
🟠 Hoog
Integriteitsverklaring; functiescheiding
Ondermijning / witwassen
Laag
Zeer hoog
🟠 Hoog
Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) toepassen
Administratiefouten
Hoog
Laag
🟡 Middel
Steekproefcontroles
Pgb-risico in dit domein. Hier is het pgb-risico het meest geconcentreerd: een groot deel van de Wmo-fraude (Wet maatschappelijke ondersteuning) betreft pgb-gefinancierde begeleiding, vaak beheerd door een gemachtigde of bemiddelingsbureau namens een cliënt met beperkte regie. Patronen: één bemiddelaar voor veel cliënten, budgethouders die hun zorgverlener niet kennen, declaraties op het budgetplafond, en zorg zonder zorgovereenkomst of urenregistratie. Beoordeel pgb-vaardigheid vooraf en verstrek bij twijfel een kortdurend pgb ter evaluatie.
Advies aan de professional
Registreer feitelijk geleverde zorg en declareer nooit meer of anders dan geleverd — dit geldt voor wie zorg levert, registreert of aftekent.
Toets pgb-vaardigheid en de gemachtigde; wees alert op bemiddelaars die voor meerdere budgethouders optreden.
Indiceer op de werkelijke hulpvraag; werk niet mee aan opgeblazen indicaties. TRNKL is van mening dat functiescheiding tussen indiceren en leveren hier de belangrijkste waarborg is: laat wie de hulpvraag vaststelt niet ook de zorg leveren.
Volg het terugvorderings- en meldpad (Wmo-toezicht, via de gemeente naar IKZ/Waarschuwingsregister); voor financiële poortwachters loopt de melding van ongebruikelijke transacties via FIU-Nederland (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft). Documenteer bezwaren en raadpleeg de meldregeling/het Huis voor Klokkenluiders.
Integriteitsrisico’s in de gemeentelijk gefinancierde zorg
Deze interactieve flowchart brengt in beeld hoe de gemeentelijk gefinancierde zorg en ondersteuning is georganiseerd en waar in dat stelsel integriteitsrisico’s ontstaan. De flowchart behandelt drie gemeentelijke zorgdomeinen: jeugdzorg (Jeugdwet), begeleiding & dagbesteding (Wmo 2015) en beschermd wonen & opvang (Wmo 2015). Elk domein wordt in vier stappen ontleed: de wettelijke grondslag, de keten en rollen, de verantwoording en tot slot de praktijk met fraudesignalen en een integriteitsrisicoanalyse. Sinds de decentralisaties van 2015 lopen de middelen voor Wmo en Jeugd via het Gemeentefonds; de flowchart volgt die geldstroom van Rijk tot aanbieder, inclusief de plaats van het persoonsgebonden budget. Waar het geld weglekt verschilt per domein: winstextractie en onderaanneming spelen vooral bij jeugdzorg, de pgb-route bij begeleiding & dagbesteding en de huur-route bij beschermd wonen.
Veelgestelde vragen
Wat is gemeentelijk gefinancierde zorg?
Zorg en ondersteuning die gemeenten betalen op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Sinds de decentralisaties van 2015 lopen die middelen via het Gemeentefonds, van het Rijk tot de aanbieder, inclusief het persoonsgebonden budget (pgb).
Wat zijn integriteitsrisico’s in de gemeentelijke zorg?
Situaties waarin zorggeld weglekt of niet aan zorg wordt besteed: spookzorg, winstextractie via vastgoed-, holding- of schoonmaak-bv’s, pgb-zelfdeclaratie en hoge huren aan een gelieerde vastgoed-bv. Waar het risico zit verschilt per domein: winstextractie en onderaanneming vooral bij jeugdzorg, de pgb-route bij begeleiding en dagbesteding, en de huur-route bij beschermd wonen.
Wat is spookzorg?
Zorg die wel is gedeclareerd, maar niet of minder is geleverd. Het is een van de punten in de keten tussen aanbieder en cliënt waar geld weglekt; de flowchart laat per zorgdomein zien waar dit risico zich voordoet.
Welke signalen wijzen op zorgfraude in de Wmo en Jeugdwet?
Onder meer feitelijk onmogelijke of opgeblazen declaraties (volumes die niet kunnen, of structureel tot het budgetplafond), ondoorzichtige concernstructuren waarmee winst wordt afgeroomd, een aanbieder die ook de huisbaas is (vervlechting van wonen en zorg) en doorstarts na faillissement. Eén signaal is zelden bewijs; het gaat om de optelsom en het patroon.
Wie houdt toezicht op de gemeentelijk gefinancierde zorg?
Voor de Jeugdwet houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht. Voor de Wmo wijst de gemeente een Wmo-toezichthouder aan, in de praktijk vaak de GGD; de IGJ komt daar alleen in beeld als ook zorg onder de Wkkgz wordt geleverd.